Column

Obama hield zijn handen thuis

De Amerikaanse verkiezingsstrijd zinkt naar het deprimerende niveau van reality-tv. Toch moeten we blijven kijken, want het karakter van de volgende Witte-Huis-bewoner heeft echte gevolgen, ook voor ons. Voor de relaties met Rusland of de oorlog in Syrië maakt het uit wie straks aan de knoppen zit, de grijpgrage isolationist Trump of de gehackte interventioniste Clinton.

President Obama, aan zijn laatste weken bezig, is een koele analist en voorzichtige opperbevelhebber. Hij uitte deze persoonlijkheid in enkele verreikende buitenlandpolitieke besluiten, waarvan het niet tijdig optreden tegen Assad het controversieelst was.

Bij zijn aantreden erfde Obama, behalve een financiële crisis, de oorlogen in Afghanistan en Irak. Hij beloofde de kiezers militaire terugtrekking en weigerde in een derde Midden-Oosten-oorlog te belanden; liever besteedde hij aandacht aan Azië en de Pacific (hetgeen maar beperkt lukte). Opmerkelijke initiatieven waren het herstel van de relaties met Cuba en het nucleair akkoord met Iran. Bovenal wilde Obama de fouten van George W. Bush vermijden. Zijn zelfopgelegde hoofdregel: Don’t do stupid shit.

Terecht oordeelde hij dat Amerika niet langer de hypermacht uit de jaren van Bill Clinton en Bush jr. is, maar nog wel ’s werelds machtigste. Het kan veel doen, maar niet alles. Gaandeweg verhoogde Obama de eisen: alleen directe bedreiging van Amerikaanse veiligheidsbelangen legitimeert militaire interventie. Het keerpunt was Libië in 2011. Toen Gaddafi dreigde de opstandige stad Benghazi uit te moorden en de Europese leiders Sarkozy en Cameron plus zijn eigen minister Hillary Clinton voor ingrijpen pleitten, liet Obama zich overhalen. Hij kreeg spijt. Libië werd een puinhoop.

Op vrijdag 30 augustus 2013, tien dagen na een gifgasaanval door Assad waarbij 1.000 Syriërs omkwamen, luttele uren na een snoeiharde toespraak van zijn buitenlandminister John Kerry, besloot Obama niet aan te vallen. Over dit onverhoedse besluit wordt nog altijd nagepraat. Liet Obama toen het machtsvacuüm vallen dat Poetin en Assad uitbaten en waaraan IS ontsprong? Of was het wijsheid geen nieuwe, verre en onwinbare oorlog te beginnen? Terwijl zijn kabinet en heel Washington op ingrijpen rekenden en ook de Franse regering de vliegtuigen klaar had staan, bekroop Obama het gevoel dat hij in een val liep. Hij had A gezegd, maar wilde geen B zeggen. Te veel onzekerheid. Hij drukte op ‘de pauzeknop’. Ondanks alle kritiek heeft hij geen spijt. „Ik ben erg trots op dit moment”, zei hij tegen Jeffrey Goldberg. In het lange en fascinerende ‘The Obama Doctrine’ (The Atlantic, april 2016) tekende deze journalist de mans kijk op Amerika’s wereldrol en zijn eigen erfenis op. De president noemt zich realist en internationalist – in die volgorde. Realist, dus geen isolationist zoals Trump, omdat globalisering terugtrekking uit de wereld verhindert. En internationalist, dus geen interventionist, zoals Hillary Clinton of Bush jr., voor wie Amerika een mondiale missie heeft.

Amerika’s Commander-in-Chief neemt sommige besluiten helemaal alleen. Verontrustend, hoe kan één persoon alles weten en afwegen? Toch is het ook geruststellend: ten minste één mens die de volle verantwoordelijkheid voor een besluit op zijn schouders voelt – én het gifgas in Syrië én de moeders van overleden Amerikaanse soldaten. Eén mens die weet dat de geschiedenis hem of haar erop zal beoordelen – niet alleen de tweet vandaag en de krant morgen maar ook het collectieve geheugen van overmorgen. Obama’s erfenis: soms vergt het moed om voorzichtig te zijn.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en Europese studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).