Na de sjoemeldiesel is er nu ook sjoemelhout

©

De grote voedingshype van september was Green Happiness, een dieet om energieker, stralender en sexier te worden, met glanzend haar. De NRC liet de bedenksters ervan kritiekloos aan het woord en dat gaf grote opschudding. Rond die tijd zette onze regering een maatregel door die bedoeld was tegen de uitstoot van CO2, maar die het tegengestelde effect heeft. Geen sexy onderwerp, dus het trok nauwelijks aandacht. Maar het is belangrijker dan alle diëten van de wereld bij elkaar.

Hoe zat het ook alweer? Onze dampkring wordt warmer doordat de hoeveelheid CO2 (koolzuurgas) toeneemt. CO2 laat zonlicht naar binnen en de daaruit gevormde warmte laat het er niet meer uit, net als het dubbele glas van uw ramen warmte vasthoudt als de zon naar binnen schijnt. Veel CO2 zat miljoenen jaren onder de grond vast in olie, gas en kolen en komt nu vrij bij het verbranden daarvan in fabrieken, vliegtuigen enzovoort. Dus wordt het warmer.

Een warme herfst is lekker, maar de bijbehorende verstoringen van het klimaat zijn minder prettig. Het ijs op Groenland en de Zuidpool smelt, zodat de zeeën stijgen. Dat is in het verleden vaker gebeurd, bijvoorbeeld in de warme periode vóór de laatste ijstijd honderdduizend jaar geleden. Toen ging het langzaam; in tienduizend jaar steeg het CO2 in de lucht met de helft en de zee steeg zes meter. Een even grote stijging van het CO2 gebeurt nu in zestig jaar en het houdt niet op. Hoeveel de zee ditmaal zal stijgen weten we niet, maar er is een forse kans op catastrofes. Daarom is vorig jaar in Parijs afgesproken dat de aarde hoogstens anderhalf à twee graden warmer mag worden. Anderhalve graad warmer dan nu? Nee, anderhalve graad warmer dan in 1900, voordat de opwarming begon. De afgelopen twintig jaar zaten we daar gemiddeld al 0,8 graad boven en de afgelopen twee jaar 1,3 graden. We zitten anno 2016 dus al bijna aan die anderhalve graad stijging van Parijs. Des te meer reden voor maatregelen.

Een van de belangrijkste maatregelen van onze regering is het stimuleren van de verbranding van hout. Dat subsidieert zij met maximaal €3.500.000.000 subsidie. Daar kun je een miljoen huizen van laten isoleren, maar in plaats daarvan worden er van dat geld wouden in Amerika gerooid, versnipperd, gedroogd en naar Rotterdam verscheept waarna wij ze opstoken in elektriciteitscentrales. Centrales die hout stoken, produceren twee keer zoveel CO2 als op aardgas. Waarom dan hout verbranden?

Twintig miljard kilo hout lijkt alleen maar veel

Voor houtstook worden twee argumenten aangevoerd. Het eerste is: het gaat om nutteloos afvalhout dat toch wordt verbrand. Bijvoorbeeld het hout van rubberbomen: na 30 jaar leveren die geen rubber meer, dan worden ze gerooid en dat produceert twintig miljard kilo afvalhout per jaar. Daar kun je veel elektriciteit mee maken, zei een directeur van een Nederlandse kolencentrale onlangs op een congres. Helaas had hij niet goed gerekend – dat komt veel voor bij quick fixes voor het klimaatprobleem. Twintig miljard kilo hout lijkt veel maar voor elektriciteitsproductie stelt het niets voor, je kunt er maar 0,03 procent van de elektriciteitsbehoefte van de wereld mee dekken. Elektriciteitscentrales gebruiken zulke immense hoeveelheden brandstof dat de bossen van de wereld dat met hun groei onmogelijk bij kunnen houden.

Afvalhout moeten we nuttig gebruiken

Afvalhout is bovendien een waardevolle grondstof. Van rubberhout werden meubels en vloeren gemaakt. In Nederland werd oud hout gerecycled tot spaanplaat maar vanwege de subsidie wordt het nu verbrand. Snoeihout en stro moeten terug in de bodem zodat die vruchtbaar blijft; daarnaast vormen ze een goede grondstof voor kunststoffen en geneesmiddelen. Dankzij de subsidie gaan die grondstoffen nu de oven in. Afvalhout moeten we nuttig gebruiken en niet verbranden.

Het tweede argument voor houtstook is dat nieuwe bomen de CO2 weer zullen opnemen. Maar dat is onzeker, er is geen garantie dat voor elk gerooid bos nieuw bos wordt aangeplant. Bovendien duurt dat aangroeien dertig tot honderd jaar, daar hebben we in 2050 niets aan. Ook kost het oogsten, versnipperen, drogen en vervoeren van hout zelf aardgas en stookolie.

Het beleid van onze regering leidt dus juist tot snellere opwarming van de aarde. Maar juridisch mag het. Volgens de regels van de Verenigde Naties wordt CO2-productie niet toegerekend aan het land waar het hout wordt verbrand, maar waar het wordt gekapt. Amerika vertikt dat. Daarom produceert het verbranden van Amerikaans hout juridisch geen CO2, bij hen niet en bij ons niet. Zo sjoemelen wij onze CO2-boekhouding bij elkaar, net als de banken dat deden met sub-prime hypotheken. Alleen zijn de lange-termijn gevolgen van de opwarming ernstiger dan van de kredietcrisis.

Onze regering voert dit sjoemelbeleid omdat echt afremmen van de opwarming zulke pijnlijke maatregelen vereist: minder vlees eten bijvoorbeeld, minder vliegen en minder spullen kopen. Dat wilt u niet – althans, dat denkt deze regering. Op 15 maart mag u laten weten wat u echt wilt.

.

Bronnen

De bronnen voor deze column zijn te raadplegen op m.katan.nl