Kabinet juicht te vroeg over klimaat

Energie

De doelen van het Energieakkoord halen we wel, maar hoe moet het verder? „Om de doelen van Parijs te halen is een revolutie nodig.”

Nederland zet onder het Energieakkoord vijf Foto Istock

De premier vond het „best een reden om een feestje te vieren” en Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) was dat volmondig met hem eens. „Tussen 2000 en 2010 kwamen we op 4 procent duurzame energie. Dit kabinet regelt de sprong naar 16 procent.”

Vrijdag werd in Den Haag de jaarlijkse stand van zaken van het Energieakkoord gepresenteerd. De doorrekeningen van de planbureaus (ECN, PBL, CBS) lieten zien dat de doelen van het Energieakkoord „binnen handbereik” liggen. De opwekking van duurzame energie ligt op koers. Met een beetje goede wil halen we bijna 13 procent in 2020 en krap 16 procent in 2023 – het uiteindelijke doel van het Energieakkoord.

En ook de reductie van de uitstoot van CO2 bleek een aangename verrassing. Waar de jaarlijkse doorrekening van de planbureaus vorig jaar nog bleef steken op 19 procent in 2020, ten opzichte van 1990, bleek er nu ineens 23 procent in het verschiet te liggen. Niet eens zo heel ver van de 25 procent die de rechter verplicht heeft gesteld in de zogeheten Urgenda-zaak.

Het kabinet Rutte was kennelijk zo blij met deze uitkomst dat het reductiepercentage van 23 procent al eerder deze week werd gelekt. Wat tot allerlei speculaties leidde, omdat niemand kon begrijpen waarom de reductie in een jaar tijd ineens veel groter was geworden.

Bij de presentatie van de Nationale Energieverkenning (NECV) vrijdagmiddag legde Pieter Boot uit dat bij de zeer complexe berekeningen van de planbureaus een kleine wijziging een groot verschil kon maken.

Het was het IPCC, de organisator van de Parijse klimaatconferentie, geweest die de methodiek had aangepast voor de berekening van schadelijke effecten van methaangas. Daarnaast had het CBS zich een beetje verrekend bij de som hoeveel diesel er in Nederland werd gebruikt in 1990, en bovendien bleek dat het Nederlandse vrachtverkeer op dit moment massaal over de grens tankt, waardoor de uitstoot van die brandstoffen wordt toegeschreven aan onze buurlanden. Geen dramatische verschillen, maar net genoeg om de verwachte reductie van 19 naar 23 procent te brengen, ten opzichte van 1990.

Maar de milieu-organisaties waarschuwden dat er geen enkele reden is om nu al achterover te leunen. Integendeel. „Om de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs te halen, moet er heel wat meer gebeuren dan het zonder dralen uitvoeren van het Energieakkoord. Er is een energierevolutie nodig om klimaatveranderingen te stoppen”, aldus de reactie van onder andere Greenpeace en Natuur en Milieu.

Met een aantal aspecten van de energietransitie gaat het niet goed. Vooral de energiebesparing blijft een groot probleem, zowel in de gebouwde omgeving als in de energie-intensieve industrie. De afgesproken besparing van 100 PJ (de warmte-eenheid petajoule) in 2020 wordt zonder extra maatregelen niet gehaald. Met alle afspraken die er nu gemaakt zijn is het resultaat maximaal 68 PJ. Maar dat is volgens Ed Nijpels, die aan het hoofd van de borgingscommissie toeziet op de naleving, geen probleem. „Alles is geregeld. Als de partijen van het Energieakkoord er zelf niet uitkomen volgt er per 1 januari 2017 een Algemene Maatregel van Bestuur”.

Het Energieakkoord, dat tot 2023 loopt, zal volgens Nijpels hoe dan ook zijn doelen halen. In Den Haag schijnt niemand zich daar nog zorgen over te maken. Wel over wat er na 2023 nog moet gebeuren om aan de verplichtingen van Parijs te voldoen.

Feestje

Naast de NEV werd vrijdag ook een evaluatie van het Energieakkoord gepubliceerd, uitgevoerd door onderzoeksbureau KWINK. Dat stelde dat de methodiek van een breed akkoord met een borgingscommissie uit eigen gelederen goed gewerkt heeft om de energietransitie te versnellen. Een nieuw Energieakkoord voor de langere termijn zou logisch zijn.

De milieu-organisaties voelen daar wel voor, maar eisen ook dat de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs „leidend” wordt voor het tempo. De reductie van de uitstoot van broeikasgassen moet volgens Parijs in 2050 met minstens 80 procent zijn teruggebracht. Om dat te halen zou volgens Greenpeace en Natuur en Milieu in 2020 al een reductie nodig zijn van 40 procent.

Zo bezien is de 23 procent die nu voorspeld wordt helemaal geen aanleiding tot een feestje. Zeker ook niet gezien het feit dat de reductie in de berekeningen van de planbureaus vanaf 2020 zal stagneren.

Tegen die tijd zal Nederland, dat onder het Energieakkoord vijf kolencentrales heeft uitgezet, weer meer kolenstroom gaan produceren, voorspellen ze. De goedkope Duitse stroom waar we nu van profiteren, zal wegvallen omdat Duitsland dan zelf zijn kolencentrales gaat uitfaseren.

De vraag wat er na afloop van het Energieakkoord moet gebeuren, wordt volgens Ed Nijpels één van de belangrijkste thema’s bij de formatie van het volgende kabinet.