In de Westelijke Sahara worden mensen wél op hun AOW gekort

Sociale zekerheid

Minister Asscher laat te hoge uitkeringen in door Israël bezet gebied doorbetalen, en die in door Marokko bezet gebied verlagen of schrappen.

Te hoge uitkeringen aan mensen in de door Marokko bezette Westelijke Sahara worden door de Sociale Verzekeringsbank verlaagd of geschrapt. Dat blijkt uit antwoorden die minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher deze week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Asscher bepaalde eerder dat de SVB te hoge uitkeringen aan mensen in door Israël bezet gebied wél blijft doorbetalen.

Zowel in door Israël als in door Marokko bezet gebied hadden mensen op grond van de ‘Wet beperking export uitkeringen’ vanaf 2006 op hun AOW moeten worden gekort. Dit omdat Nederland de soevereiniteit van Israël en Marokko over de bezette gebieden niet erkent. Door „fouten” van de uitvoeringsorganisatie SVB – zij had niet goed gecontroleerd of mensen het woonland naar waarheid hadden ingevuld – zijn sommige uitkeringsgerechtigden abusievelijk niet gekort.

Toen minister Asscher dit in geval van Israël in 2014 ter ore kwam, zorgde hij ervoor – eerst door een onwettige opdracht aan de SVB en twee jaar later middels een ingenieuze juridische constructie – dat de betrokkenen de te hoge uitkering konden behouden. Mensen in door Israël bezet gebied die wel terecht waren gekort, kregen met terugwerkende kracht ook meer geld. Het gaat in totaal om 76 mensen die van de minister recht hebben gekregen op een volledige uitkering.

In de Westelijke Sahara mogen de mensen hun te hoge uitkering daarentegen niet houden. Hier wordt wél gehandeld in lijn met het beleid van de SVB, dat voorschrijft dat te hoge uitkeringen uiterlijk binnen een jaar weer in lijn met de regels moeten zijn.

Volgens Asscher zijn de twee dossiers niet vergelijkbaar. Zo zou in de Westelijke Sahara geen sprake zijn geweest van „systematische inconsistenties in de uitvoering”. Toch lijken de zaken erg op elkaar. Zo gaven in beide dossiers bewoners als woonland niet ‘bezet gebied’ op, maar respectievelijk Israël en Marokko, waardoor de SVB de regels niet goed toepaste.

Uit onderzoek van NRC bleek in juni dat de Nederlandse regering, op verzoek van een Israëlische lobby, sinds 2004 zocht naar een wettige manier om mensen in door Israël bezet gebied te vrijwaren van korting op hun AOW. Daarbij werd intern gemeld dat de vrijwaring geen „precedentwerking” of rechten zou moeten creëren voor bewoners van de Westelijke Sahara.

Dit terwijl, naar nu uit de antwoorden van Asscher blijkt, het in de Westelijke Sahara gaat om slechts één AOW-gerechtigde en drie gevallen van onterecht uitgekeerde kinderbijslag.

Asscher stelt zich waarschijnlijk kandidaat voor het PvdA-leiderschap.