Column

Hoe je met mediahandigheid de campagnetijd naar je hand zet

Deze week: hoe Asscher en Schippers de nieuwsmomenten van SP en CDA wegkaapten. Ofwel: de kunst van mediahandigheid in campagnetijd.

Met de kandidatuur van Lodewijk Asscher in aantocht is het goed even terug te gaan naar de recente relatie van de PvdA met het archetype van de comeback kid.

Het is geen geheim dat Diederik Samsom de komende lijsttrekkersverkiezingen als comeback kid van Asscher hoopt te winnen. Jaren ging het slecht met ons – maar ik, Diederik, knok door en kom terug. Zoiets.

Het grappige is: niet eens zolang geleden werd Samsom om die mentaliteit de hemel in geprezen door een zéér prominente PvdA’er. Dit gebeurde in een lezing in De Duif in Amsterdam, vrijdagavond 14 september 2012, twee dagen na de laatste Kamerverkiezingen, toen de PvdA 38 zetels won.

„Voor mij belichaamt de comeback kid de essentie van politiek”, zei de PvdA-prominent. „Want politiek is niet de kunst van het mogelijke, maar de kunst het onmogelijke mogelijk te maken.”

Tegen die achtergrond prees de PvdA-prominent de „minutieuze” wijze waarop Samsom zijn campagne voerde, en altijd het eerlijke verhaal vertelde.

„Wat Samsom als comeback kid bereikte kan het beste omschreven worden als een wonder”, zei de prominent.

Die prominent was Lodewijk Asscher.

Voor de liefhebbers van campagnes, van handige manoeuvres en tactische finesses, was het een prachtige week.

Mensen rond Asscher slagen er al tijden in de spanning over zijn kandidatuur op te bouwen. Je zult nog weinig Haagse journalisten vinden die denken dat hij het niet tegen Samsom opneemt.

Maar een formele bevestiging blijft uit, en zo zitten we gevangen in het verwachtingenmanagement inzake de vicepremier: weinig politici hebben in recente tijd met zo weinig feiten zoveel aandacht weten te trekken.

Een maniertje waarmee het oppassen is. Het verschil met een comeback kid is op een gegeven moment erg groot: het ene is slechts lucht, het andere is echt.

Zo meende ik deze week meer gebeurtenissen te zien waarbij iets te veel campagnehandigheid kwam kijken. Zelfs inzake hulp bij zelfdoding voor niet-zieke ouderen.

Ik weet het: de regering moest nog steeds met een reactie komen op het advies van een commissie, geleid door senator Paul Schnabel (D66), die adviseerde af te zien van nieuwe wettelijke bepalingen om deze groep tegemoet te komen.

VVD en D66 dachten hier al langer anders over; D66 had na Schnabels advies een initiatiefwetsvoorstel aangekondigd, de VVD nam het al enkele malen in het verkiezingsprogramma op.

En woensdag kondigde het kabinet per brief van de ministers Schippers en Van der Steur (beiden VVD) een eigen wetsvoorstel aan. Vanuit VVD-oogpunt een mooie manier D66 de pas af te snijden.

Alleen: de aankondiging van een wetsvoorstel zes maanden voor verkiezingen komt in de praktijk neer op het omgekeerde. Als je zo’n wet nog moet schrijven en dus de Raad van State daarna nog advies vragen, is het uitgesloten dat je de wet voor de verkiezingen in beide Kamers behandeld krijgt.

Dus dit was helemaal geen aankondiging van een wet, dit was de aankondiging van een campagnethema.

Dat kan op zich. Het vraagstuk houdt mensen zeer bezig. Maar de dubieuze kritiek van aankomend SP-Kamerlid Lilian Marijnissen („De ouderenzorg is niet op orde (–) en dan wordt levensbeëindiging makkelijker?”) en de agressieve reacties van andere partijen daarop, waren een veeg teken.

Uitgerekend dit debat vereist het type respect voor andersdenkenden dat politici steeds minder opbrengen.

Het vergt bovendien een goed inzicht in het verschil tussen de levensavond van welgestelden en laaggeletterden. De angsten onder die laatste groep voor een onvrijwillige dood zul je nooit wegpraten met een schitterende principiële discussies over het zelfbeschikkingsrecht.

En wat mij daarbij wantrouwend stemde, was dat de aankondiging van de kabinetsbrief, woensdagavond om 22.00 uur in Nieuwsuur, zo snel afwijzende reacties opleverde. Zo zag ik achteraf dat de ChristenUnie 22.01 uur al een persbericht uitdeed. Van der Staaij (SGP) had eerder in de week al op de brief geanticipeerd met opiniestukken in het Reformatorisch en Nederlands Dagblad. Navraag leerde me dat ze in beide fracties vanuit Schippers’ ministerie waren verwittigd dat het eraan zat te komen.

Een bekend campagnetechniekje: elk vergaand voorstel heeft kritische reacties nodig om zijn vergaandheid te accentueren. Dit lukte: de ChristenUnie noemde het voorstel een breekpunt voor de komende formatie, de SGP denkt er de facto hetzelfde over.

Het nettoresultaat is kortom beter voor de campagne dan voor de maatschappij: die wet zal er nooit voor de verkiezingen zijn (ook niet snel erna); en politici, voor- en tegenstanders, hebben er een prachtig verkiezingsthema bij.

Het kwam bovendien naar buiten op de dag dat het CDA zijn verkiezingsprogramma presenteerde. Die partij was zo binnen twaalf uur zijn dominante rol uit de politieke nieuwscyclus kwijt.

Het CDA houdt vast aan zijn traditionele cultuurkritiek op individualisering. Inzake defensie, veiligheid en justitie handhaaft het zich veilig op rechts; op zorg (verzekeraars, eigen risico) en arbeidsmarkt (flexwerk) zwenkt het naar links.

Verder viel me de omarming van het Duitse kiesstelsel op. De mix van evenredige vertegenwoordiging en districtenstelsel is vermoedelijk de beste manier zeggenschap van burgers te vergroten.

In een opiniestuk in deze krant hintte D66-senator Thom de Graaf woensdag op een zelfde voorkeur. Nu maar hopen dat het deze keer niet bij woorden blijft.

Het zou in elk geval goed zijn als politici hun blik vaker op de politiek van de Oosterburen richten, en minder op die van de VS – waar de politieke cultuur zichtbaar in een vrije val verkeert.

En zoals het CDA woensdag de pas werd afgesneden, zo overkwam dit de SP donderdag. Het programma van de partij was nog maar een paar uur oud of Kamerlid Jacques Monasch mengde zich met een aanval op de PvdA-leiding in de strijd om het partijleiderschap.

Monasch heeft weinig kans, vermoed ik, maar impact kan hij zeker hebben. Het is een publiek geheim dat hij intern vaak met Samsom botst, terwijl zijn analyse van de PvdA-crisis – smetvrees voor de gewone man – dichterbij die van Asscher staat.

Dus als hij zich in eventuele debatten vooral tegen Samsom keert, kan dat voor Asscher gunstig zijn. Eén ding staat vast: Monasch is niet van plan de Haagse PvdA stilletjes te verlaten.

De SP, die naar eigen maatstaven een redelijk programma bracht, werd uit de nieuwscyclus geblazen toen de NOS donderdagmiddag op basis van anonieme bronnen ook nog meldde dat Asscher definitief meedoet.

De formele bevestiging bleef opnieuw uit, ook toen Asscher zich voor een wekelijks radiogesprek op het Plein liet zien. Hij nam een fotootje van de alweer toegestroomde journalisten, en zette dat op Twitter: ‘Haags terras’. Ik vermoed dat dit humor was.

Vrijdag merkte ik dat onder PvdA-routiniers beduchtheid bestaat voor de strijd tussen hem en Samsom.

De vrees is dat zij beiden zwaar beschadigd raken. Niet zozeer omdat ze zelf het persoonlijke niet van het zakelijke kunnen scheiden, maar omdat ze omringd worden door medewerkers die erg geloven in hun kandidaat.

Ook vrezen routiniers dat de twee kandidaten elkaars geloofwaardigheid naar beneden halen. Niet alleen stelden Samsom en Asscher zich de laatste vier jaar achter het beleid van Rutte II op, ook daarvoor maakten zij vaak dezelfde analyse.

Zo wees iemand me deze week op bovengenoemde speech van Asscher vier jaar terug, waarin de latere vicepremier het soort kabinet benoemde dat er in zijn ogen moest komen.

„Wij moeten doorgaan het eerlijke verhaal te vertellen, zoals Diederik Samsom in de campagne deed”, zei Lodewijk Asscher toen.

Dus de komende tijd uitleggen wat er allemaal anders moet: het zal, ook voor Asscher, zeker niet eenvoudig zijn.