Column

Herfst, Belastingdienst en optimisme

Naïviteit en blije eikeligheid willen de pijn in de wereld niet zien, terwijl dat juist vaak noodzakelijk is om in actie te komen.

bentiggelaar0

Het gazon dat ik vanuit mijn werkkamer zie ligt weer vol met herfstbladeren. De kinderen snotteren en hoesten al een hele week. Twee signalen die mij vertellen dat ik de komende maanden opnieuw mijn best moet doen om optimistisch te blijven. Zolang ik het maar niet overdrijf.

Werk kan niet zonder optimisme. Als je de computer aanzet zonder enige hoop dat het iets uitmaakt wat je vandaag gaat doen, komt er niets uit je handen. Psychologen geloven dat optimisme niet alleen gelukkiger en gezonder maakt, maar doorgaans ook leidt tot betere werkprestaties. Dat geldt met name in beroepen waar je regelmatig te maken krijgt met tegenslagen (zeg maar: elk beroep).

Daarnaast kent optimisme ook een morele dimensie. Filosofen als Immanuel Kant, Karl Popper en voormalig Denker des Vaderlands René Gude zagen optimisme als een voorwaarde voor het streven naar een betere wereld. „Optimismus ist Pflicht”, zei Popper. „Je moet je richten op de dingen die gedaan moeten worden en waarvoor je verantwoordelijk bent.” We mogen niet lijdzaam toezien hoe de wereld naar de knoppen gaat, maar moeten geloven dat onze keuzes ertoe doen en in actie komen.

Optimisme mag dan goed zijn, een al te rooskleurige visie op jezelf en de wereld leidt juist weer tot problemen. Zo liet onderzoek van Duke University zien dat de meest optimistische mensen vaak domme investeringsbeslissingen nemen, minder sparen en vaker roken.

Overdreven optimisme leidt ook tot slechte managementbeslissingen. Tot investeringen, overnames en reorganisaties die gierend uit de klauwen lopen. Neem de huidige crisis bij de Belastingdienst, waar veel meer mensen gebruikmaken van een vertrekregeling dan gedacht. Blijkbaar heeft de leiding het werkplezier binnen de club flink overschat.

Optimisme kan niet zonder gezond realisme. In het geval van de belastingambtenaar: wat zou jij doen als je jaren van reorganisaties achter de rug hebt, boven de 60 bent (= kansloos op de arbeidsmarkt) en ook nog eens een baan hebt waarmee je op feestjes altijd alleen zit?

Laat ik er nog een andere filosoof bijhalen. Volgens Aristoteles is een deugd het juiste midden tussen twee extremen. Zo probeer ik de balans te vinden tussen naïviteit en cynisme.

Naïviteit, overdreven optimisme en blije eikeligheid willen de pijn in de wereld niet zien, terwijl dat juist vaak noodzakelijk is om in actie te komen. Zonder ellende geen verlossing en dankbaarheid.

Cynisme, overdreven pessisme en azijnpisserij willen het schone en goede niet zien. De cynicus lacht om geloof, hoop en liefde. Niemands opvatting acht hij geloofwaardig, behalve zijn eigen. Uit angst om zich kwetsbaar te tonen.

Het is verstandig om jezelf te trainen in, noem het maar, realistisch optimistische denkgewoontes. Zoals het zoeken naar factoren in je werk die je wél kunt beïnvloeden of het benoemen van gebeurtenissen en omstandigheden waar je tóch dankbaar voor bent.

Zo kun je een beetje positieve invloed hebben op je eigen denken en handelen. En daarmee misschien een klein beetje positieve invloed op de mensen en de wereld om je heen. Ook in de herfst. Zelfs bij de Belastingdienst.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist. Hij schrijft elke week over management en leiderschap.