Gotische spitsbogen in land van pagoden

Historische bouwkunst Katholieke missionarissen bouwden in de 19de eeuw tal van kerken in China. De bouwwerken zijn een mengelmoes, van gotische, barokke, romaanse en traditionele Chinese bouwstijlen.

Dorpskerk van Shuangshuzi (1919-1920), zuivere Sint-Lucasneogotiek. KADOC KU Leuven, Archief CICM

Shebiya, een dorp in de Chinese autonome regio Binnen-Mongolië, is geen plek waar je een neogotische kerk verwacht. „Het is een bakstenen kerkje zonder toren, zoals je die ook vaak tegenkomt op het Vlaamse platteland rond Gent,” vertelt archeoloog en historicus Thomas Coomans, hoogleraar bouwhistorie en monumentenzorg aan de KU Leuven. De kerk in Shebiya is dan ook ontworpen en gebouwd door de Vlaamse missionaris en architect Alphonse De Moerloose (1858-1932).

Sinds vijf jaar onderzoekt Coomans westerse kerkenbouw in China, met name uit het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. „Op het Chinese platteland vind je nog kerken in allerlei stijlen, niet alleen gotisch, maar ook romaans en barok. Allemaal het gevolg van de verspreiding van het katholieke geloof.”

Coomans wil meer dan alleen kerkgebouwen inventariseren en bouwstijlen vastleggen. Hij onderzoekt ook hoe politieke en maatschappelijke ontwikkelingen de bouw en de stijl van kerken in China hebben beïnvloed.

Missionarissen passen zich aan

In de evolutie van de kerkgebouwen in China zijn volgens hem drie stappen te onderscheiden. „Het begon met acculturatie.” Na de Eerste Opiumoorlog (1839-1842) eiste en kreeg Frankrijk van de keizer van China de belofte dat hij missionarissen overal zou beschermen, met als gevolg een missiegolf op het Chinese platteland. „Die missionarissen werden geconfronteerd met een millennia oude cultuur en vijandigheid tegen buitenlandse religie. Missionarissen die iets gedaan wilden krijgen, pasten zich aan en leerden de taal, het voedsel en de lokale gewoonten. Pas dan wekten ze vertrouwen bij de mensen en konden ze gaan denken over de bouw van kerken. Maar daarvoor waren ze weer afhankelijk van Chinese ambachtslieden die hun eigen eeuwenoude bouwtechnieken en -tradities hadden. Dat leverde hybride resultaten op. Bij ons zijn kerken altijd oost-west georiënteerd, maar een missionaris die daaraan zou hebben vastgehouden zou in die tijd geen Chinees naar binnen hebben gekregen, want volgens de feng shui hoort de hoofdingang in het zuiden.” Feng Shui is een meer dan 3000 jaar oude leer over de manier waarop de omgeving het welbevinden van de bewoners kan beïnvloeden.

Coomans laat een historische foto zien van de kathedraal van Guiyang. „Het gebouw heeft gotische spitsbogen en een apsis, maar op het koor is een houten pagode gebouwd; wel met een westerse wijzerklok.”

Na de Tweede Opium Oorlog (1856-1860) nam de westerse invloed in China nog meer toe en werd het aantal verdragshavens uitgebreid. „In havensteden als Guanghzou (Kanton), Shanghai en Fuzhou was een westerse bevolking van militairen, diplomaten en zakenmensen. Die wilde kerken, en er waren westerse bouwbedrijven met architecten en ingenieurs. Daarom kon naar deze steden de westerse architectuur worden geëxporteerd. De stijl van zo’n kerk was verbonden met identiteit en hing dus af van nationaliteit én religie. Een Franse gotische katholieke kerk zag er anders uit dan een Duitse, eveneens gotische kerk of een barokke Portugese, maar verschilde ook van een anglicaanse, enzovoort.”

Foto KADOC KU Leuven, Archief CICM

Neogotisch dorpskerkje van Gaojiayingzi, 1903. Foto KADOC KU Leuven, Archief CICM

Franse missionarissen bouwden in Kanton als kathedraal een kopie van de Sainte-Clotilde in Parijs. „Precies op de plek van het Chinese gouverneurspaleis, dat tijdens de Tweede Opium Oorlog net als de rest van de stad door het Franse leger was verwoest. Toen de twee spitse torens werden gebouwd brak er onder de Chinese bevolking een opstand uit, omdat de feng shui van de stad werd geschaad. Tegenwoordig staat de stad vol wolkenkrabbers en is de kathedraal een van de twaalf kerken in China die een nationaal monument zijn.”

KU Leuven

Missionaris en architect Alphonse De Moerloose (1858-1932). KU Leuven

Tijdens de Bokseropstand (1899-1901), gericht tegen de invloed van de westerse mogendheden, werden veel kerken verwoest en missionarissen en Chinese christenen vermoord. Na het neerslaan van de opstand werd China gedwongen het herstel van de kerken te betalen. Coomans: „Het Westen triomfeerde; toen was er ook op het platteland geen ruimte meer voor acculturatie.”

Alphonse De Moerloose, die in 1881 bij de toen nog vrij jonge, Belgische orde van scheutisten was ingetreden en vier jaar later naar China was gekomen, bouwde daarna alleen nog in ‘Vlaamse gotische stijl’. „Hij was een speciaal geval,” zegt Coomans. „Hij kwam uit een Gents aannemersgezin en was een van de weinige missionarissen die echt als architect was opgeleid, en ook nog eens aan de streng katholieke Sint-Lucasschool.”

Culturele revolutie

Aan de hand van archieven van de scheutisten en in het Vaticaan heeft Coomans een voorlopige lijst kunnen maken van 38 kerken en religieuze gebouwen die door De Moerloose zijn ontworpen. Veel ervan zijn later verwoest of verdwenen in de tweede oorlog met Japan (1937-1945), de burgeroorlog na de Tweede Wereldoorlog of tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976).

De derde fase in de kerkenbouw, die van inculturatie, trad in na 1919, toen China al weer zeven jaar een republiek was die naar Japans voorbeeld modern én nationalistisch wilde zijn. „De Belgische missionaris Vincent Lebbe zag in dat de combinatie van westers imperialisme en de kerk fataal voor het christendom zou zijn. Het geloof moest volgens hem niet als iets westers maar als iets universeels worden gepresenteerd. Via via stuurde hij een memorandum naar paus Benedictus XV en die liet zich overtuigen, niet toevallig precies toen het Westen, zo kort na de Eerste Wereldoorlog met zijn miljoenen doden, zichzelf ter discussie stelde. De Paus schreef de apostolische brief Maximum Illud, waarin hij stelde dat missiewerk niet ging om verdediging van de belangen van het moederland, maar om de verspreiding van het geloof, en dat er daarom lokale kerken ontwikkeld moesten worden.”

 KU Leuven

Sint-Michiel en Benedictus kapel (1903), Vlaamse neogotiek. KU Leuven

In 1922 stuurde Benedictus aartsbisschop Celso Costantini, net als De Moerloose zoon van een aannemer, naar China, dat toen ongeveer twee miljoen katholieken telde. Costantini organiseerde de eerste Chinese bisschoppensynode en zorgde ervoor dat de nieuwe richtlijnen in de praktijk werden gebracht. Vanaf dat moment werden er katholieke gebouwen gebouwd met horizontale lijnen en Chinese daken, zoals de Katholieke Universiteit van Beijing. Maar er was ook verzet. „Vooral onder Franse missionarissen,” zegt Coomans. Dat blijkt onder andere uit de publicatie van het handboek Le Missionaire Constructeur uit 1926, dat Coomans een paar jaar geleden herontdekte. „Het was anoniem en bevatte een pleidooi voor het bouwen in gotische stijl.”

Modern gewapend beton

Coomans heeft kunnen achterhalen dat de Franse jezuïet Paul Jung de auteur is. „Maar die was zelf geen architect. Hij verwees daarom in zijn tekst naar een missionaris die al lang in China woonde en die vanwege de schoonheid van de vele kerken die hij had gebouwd zich een mening mocht veroorloven over in welke stijl kerken gebouwd moesten worden. Dat moet De Moerloose zijn geweest, die zich tegen Costantini is blijven verzetten. Bij zijn laatste werk, de grote basiliek van Shanghai, gebruikte hij wel modern gewapend beton voor de gewelven en de dakconstructie, maar de stijl was een soort middeleeuws eclecticisme, met een mengsel van romaanse en gotische elementen.”

Intussen is Coomans al zeventien keer in China geweest. Dat had hij niet kunnen bevroeden, toen hij na zijn benoeming in Leuven een Chinese promovenda van zijn voorganger overnam. „Ze wilde zich bezighouden met de architectuur van Belgische scheutisten in Binnen-Mongolië. Dat vond ik goed, op voorwaarde dat we er eerst samen naar toe zouden gaan. Wat ik zag, overtrof mijn wildste verwachtingen. Omdat de kerken nooit eerder waren bestudeerd en geïnventariseerd, heb ik besloten dit nieuwe vakgebied uit te bouwen.”

Daarbij werkt hij samen met onderzoekers van de universiteiten van Beijing en Tsinghua. „Met een van hen heb ik onlangs een boek in het Engels en het Chinees gepubliceerd.” Verder leert hij Chinees en doet hij zijn best om zoveel mogelijk contacten te leggen met lokale bevolkingen. „Ik voel me net Kuifje in de Blauwe Lotus; ik leer meer dan ik geef.”