Een mens zó wit en zó onecht

Clowns

Een onschuldige vorm van kindervermaak verworden tot incarnatie van het kwaad: enge clowns hebben een lange geschiedenis.

Bekijk het eens door de ogen van een kind. Een volwassen man die zich verkleedt als grote pop, zijn lijkwitte gezicht beschilderd met starre, uitvergrote emoties: opengesperde ogen, enorme lippen geschminkt tot hysterische lach – ja, dat is eng.

In de animatiefilm Inside Out (2015), die zich afspeelt in het brein van de 11-jarige Riley, liggen in een donkere loods haar grootste kinderangsten opgeslagen. Levensgrote broccoli, de keldertrap, oma’s stofzuiger, en de ergste van allemaal, clown Jangles: een reusachtige dikzak in een gestipte broek, met schele groene ogen en een monsterlijke mond, die onhandig met zijn speelgoedhamer in het rond zwaait. Waarschijnlijk heeft deze Jangles het in Riley’s kleuterjaren nooit slecht bedoeld, maar zijn malle uiterlijk, zijn lompe motoriek en onvoorspelbaarheid, maken dat hij nog jaren later opduikt in haar nachtmerries.

De tekst gaat verder na deze video

De enge clown is een geliefd thema in de populaire cultuur. Sinds de jaren tachtig verwierf hij als griezelfiguur een status vergelijkbaar met die van de vampier, weerwolf en zombie. Archetypisch is clown Pennywise uit de miniserie naar Stephen Kings It (1990) – een diabolische clown die kinderen doodt, met vrolijkgekleurde ballonnen als lokkertje (‘they all float down here’). Door de spierwitte schmink lijken zijn oogwitten roder en zijn grote tanden geel. Soms spatten zijn ballonnen plots uiteen – en blijken dan gevuld met bloed.

De tekst gaat verder na deze video

Iets oudere filmkijkers zagen hun kinderangsten al materialiseren in Poltergeist (1982), waarin een kwade geest bezit neemt van de clownspop van Robbie en hem probeert te wurgen onder zijn bed. Jack Nicholsons interpretatie van The Joker (Batman 1989) maakte van de ongrijpbare stripslechterik een sarcastische clown. En een jongere generatie is inmiddels ook royaal bediend met postmoderne griezelclowns, zoals Heath Ledgers terroristische Joker (The Dark Knight, 2008), Jared Leto in Suicide Squad (2016), met zijn uitpuilende ogen en metalen gebit, en de schrikwekkend sadistisch-tragische clown Twisty (John Caroll Lynch) uit het vierde seizoen van American Horror Story (2014), die kinderen graag veilig houdt door hun ouders te vermoorden. Universeel stijlkenmerk is de grote, maniakale grijns – deze paljas moordt met plezier. Twisty perverteert daarbij ook de traditionele attributen van de clown: hij knuppelt mensen dood met jongleerkegels, en martelt zijn gevangenen door ze urenlang toe te laten kijken hoe hij van ballonnen beestjes knoopt. Een onschuldige vorm van kindervermaak verworden tot incarnatie van het kwaad.

De tekst gaat verder na deze video

Urban legends

Inmiddels zijn de griezelclowns uit tv-schermen gekropen om in doodgewone buitenwijken urban legends en mediahypes te vormen, eerst in Frankrijk en de Verenigde Staten, en deze week ook dichterbij, in Almere, Arnhem, Oss, Rotterdam en Delft. Hun aanwezigheid creëert angst en ophef, ook onder volwassenen. Hoe kan het dat een clown ons de stuipen op het lijf jaagt? Waarom spreekt deze figuur tot onze angstige verbeelding, en maakt hij ons tegelijk zo woest?

Die misleidende schmink is één ding. Ja, er is die geschilderde eeuwige lach, maar daaronder kan de clown in kwestie moe zijn, droef, chagrijnig, of zelfs gevaarlijk. Door de vermomming kunnen we niet vertrouwen op onze intuïtie om gemoed en intenties goed in te schatten, en dat is eng. Bovendien stimuleert het argwaan: waarom verschuilt een volwassen man (of vrouw) zich achter schmink en een rode plastic nepneus? Wat heeft hij te verbergen, of misdaan?

De tekst gaat verder na deze video

De verbeten vrolijkheid van clowns is minstens ten dele vals, en die dualiteit ervaren we als bedrog. De eerste professionele clown die begon met de bekende witte schmink en lachende rode mond, Joseph Grimaldi (1778-1837), was een fundamenteel getroebleerde, zwaar depressieve man. Huilen onder een masker van vrolijkheid – zulke vervreemding verwart en ontregelt. Een huilende clown is niet voor niets ook een geliefd motief in popmuziek en schilderkunst.

Bij dat onpeilbare uiterlijk komt onvoorspelbaar gedrag. Clowns laten kinderen balanceren op de rand van plezier en schrik. Zo krijg je een mooie ballon, en pang! daar knalt hij uiteen. Wie dichterbij neigt naar dat bloemetje in zijn vestzak, wordt natgespoten. Grillig gedrag is het, soms neigend naar grensoverschrijdend; je weet nooit zeker hoe ver het zal gaan. Dat wekt angst op voor extremer en gemener gedrag. Jack Nicholson laat als The Joker zijn bloemetje geen water maar bijtend zuur spuiten.

De tekst gaat verder na deze video

Griezelig grotesk

Clowns zijn dus onberekenbaar en lijken niet te vertrouwen. Ze zijn vreemd. Ze hebben min of meer menselijke contouren en toch staan ze door de karikatuur – de felle kleuren, de geëxalteerde mimiek – tegelijk ver van ons af. De overdreven schmink, ooit bedoeld voor de achterste rijen van het circus, maakt een clownsgezicht van dichtbij griezelig grotesk. Clowns zijn unheimlich, in de Freudiaanse zin van het woord: vagelijk bekend, maar net een beetje vreemd. Door hun starre gezichtsexpressie doen ze denken aan dode dingen: een opwindpop, een marionet, een robot. Ze zijn menselijk en onmenselijk, levend en zielloos tegelijk. Die kadaverblanke huid en bevroren grijns wekken bovendien de associatie met een doodsmasker. Wanneer is een mens zo wit, en tegelijk artificieel beschilderd? Als hij ligt opgebaard.

Maar iets van zijn ontregelende effect schuilt ook in de traditionele functie van de clown en zijn verhouding tot de maatschappij. De circusclown komt voort uit de commedia dell’arte en het variété, en is een nakomeling van zot en nar: beroepsgekken die spotten met koning en burgers, de bestaande orde ondersteboven kieperden en ageerden tegen de heersende moraal. De nar confronteert ons met de ijdelheid van het menselijk streven, en benadrukt onze potsierlijke, dierlijke en sterfelijke kant. In de Middeleeuwse literatuur zijn de zot en de Dood verwante personages.

De tekst gaat verder na deze video

Circusclowns schoppen, bedoeld of onbedoeld, ook altijd de boel in de war. Ze hebben lak aan orde, structuur of hiërarchie. Dat maakt de clown in wezen een anarchist. En dat geldt zeker voor zijn hedendaagse horrorvariant: die is als redeloos ordeverstoorder onmiskenbaar een gezant van de chaos. Hij is als Heath Ledgers The Joker: een volstrekt irrationele figuur die zonder zinnig motief chaos en angst zaait – als doel op zich. Ongrijpbaar en onbeheersbaar ontwricht hij de wereld die we kennen en voorheen veilig achtten. Zo raakt de horrorclown aan een fundamentele angst van deze tijd.