Dik één boom per Rotterdammer

Groen

Particulieren mogen nu zonder vergunning een boom kappen. Toch hebben de Bomenridders andere zorgen.

Foto Walter Herfst

‘Rotterdam is groener dan je denkt”, zegt Tony Pipping, bij de gemeente assetmanager groenbeheer. Pieter Bolle van De Bomenridders, een particuliere stichting die strijdt tegen het onnodig kappen van bomen, kan niet anders dan dat beamen. Voor zijn pensionering was hij zelf veertig jaar als boomdeskundige werkzaam bij Gemeentewerken.

We zitten aan de leestafel van het Wester Paviljoen met uitzicht op de machtige platanen aan de Mathenesserlaan. „Die zware jongens moeten ieder jaar worden gecontroleerd. Massaria is een schimmelziekte die het hout aantast waardoor plotseling zware takken naar beneden kunnen vallen. Van onderaf kun je niets zien, de ziekte zit op de takken.”

Deze en volgende maand kapt Rotterdam verspreid door de hele stad 1.343 bomen. Dat gebeurt niet zomaar: de bomen zijn dood of ziek of vormen een gevaar voor hun omgeving. In enkele straten worden alle bomen gerooid: populieren of wilgen aan het einde van hun leven of paardenkastanjes die lijden aan de kastanjebloedingsziekte.

Roestvlekken

Uit de bast van de boom komt een stroperige vloeistof die roestvlekken achterlaat. Daardoor ontstaan scheuren in de bast. In de Burgemeester Meineszlaan heeft deze ziekte zijn sporen nagelaten. Van een van de gezichtsbepalende paardenkastanjes in de straat doen stukken van de afgezaagde stam dienst als zitje. Hier en daar hebben volwassen kastanjes plaatsgemaakt voor jongere bomen.

De gemeente plant de komende winter in de stad 1.811 nieuwe bomen terug. Daarvoor is een bedrag van 2,6 miljoen euro beschikbaar.

„De Bomenridders zijn ontstaan in Hoogvliet”. zegt Pieter Bolle. „Bij het winkelcentrum daar moesten flink wat populieren het veld ruimen. Een actievoerder heeft zich toen in een ridderpak aan een boom vastgeketend. In 1997 werd de stichting opgericht. Drijvende kracht was jarenlang Jeanne van der Velden. Al die tijd houden de Bomenridders in de gaten dat er niet te veel bomen worden gerooid – niet alleen in Rotterdam, want er zijn door het hele land Bomenridders actief.”

‘Ik ken alle mensen’

Niet ten onrechte, blijkt als je een uurtje met Pieter Bolle zit te praten. Met de gemeente Rotterdam zijn de Bomenridders on speaking terms, zegt hij. Tony Pipping bevestigt dat. „We krijgen alle aanvragen en verleende vergunningen te zien, zodat we kunnen kijken of er geen gekke dingen bij zitten,” zegt Bolle. „Als een rooivergunning voor duizend bomen wordt aangevraagd, gaan we poolshoogte nemen. Door de gemeente worden we au sérieux genomen. Zeker sinds ik erbij ben want ik ken alle mensen binnen de gemeente die met bomen te maken hebben.

Door de goede relatie worden we bij alle grote plannen betrokken. Zoals nu bij de herinrichting van het Grotekerkplein, dat een stadspark moet worden.”

Meer te stellen hebben de Bomenridders met projectontwikkelaars en wooncorporaties en instanties als Rijkswaterstaat en Prorail. „Daar hebben we onze handen aan vol. Dat zijn lastige tegenstanders.”

Vorig jaar werd nog een belangrijke overwinning behaald op de provincie Zuid-Holland. Die wilde alle bomen kappen die langs de provinciale wegen (N-wegen) tot 4,5 meter van de weg in de berm stonden.

Pieter Bolle: „Met het argument dat er mensen tegenaan rijden die dan dood zijn. Maar het is wetenschappelijk bewezen dat mensen op een weg met bomen juist langzamer gaan rijden. En wie er wel tegenaan rijdt, heeft een slokje op of zit met zijn telefoon. Als dit plan was doorgegaan, had je geen boom langs de provinciale wegen overgehouden. Op onze actie kregen we meer dan 10.000 reacties op Facebook. We hebben bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland ingesproken en tot onze verbazing gingen alle politieke partijen met ons mee. Het bermbeleid is aangepast, dat was een grote overwinning voor ons.”

Geluidsoverlast

Ook Rijkswaterstaat is bomen in de berm van de snelwegen liever kwijt dan rijk. „Rijkswaterstaat vindt dat er te veel onderhoud is aan de bomen langs de weg, dus hakken ze ze maar om. Maar de A16, A20 en A13 gaan dwars door Rotterdam”, zegt Bolle. „De mensen die ernaast wonen, hebben daardoor meer geluidsoverlast en krijgen de volle laag van het fijnstof dat door de bomen werd opgevangen. We mogen dan te laat zijn, we proberen alsnog er wat uit te slepen ter compensatie: geld in het bomenfonds zodat er nieuwe bomen kunnen worden geplant.”

Rijkswaterstaat heeft 4.000 bomen gekapt bij de aanleg van de A4 bij Schiedam. In de rooivergunning stond dat er 4.000 bomen moesten worden teruggezet. Pieter Bolle: „Nou ja, wat hebben ze teruggezet? Véértjes. Dat zijn boompjes van nog geen meter hoog, één tak met wat blaadjes eraan. Die hebben ze daar gewoon neergeplempt. Daar komt dus niets van terecht. Ze worden overwoekerd door onkruid. Het gekke is nu dat we tegen de gemeente Schiedam moeten procederen omdat die dat goedkeurt. Het is nu onder de rechter. Het gaat om de definitie: wanneer spreek je van een boom? Wij als boomdeskundigen vinden een veer nog geen boom, dat is veel te pril. Een boom is een houterig gewas dat op enige hoogte takken begint te vormen. Een veer heeft nog geen takken. We zijn heel benieuwd wat de rechter daarvan vindt. Die doet begin november uitspraak.”

De Bomenridders moeten dus altijd alert zijn. In hun bijna twintigjarig bestaan hebben ze honderden, misschien wel duizenden bomen voor kappen behoed. Sinds twee jaar hoeven natuurlijke personen – in tegenstelling tot rechtspersonen – geen kapvergunning meer aan te vragen als in hun eigen tuin een boom in de weg staat. Dit heeft, volgens assetmanager groen Tony Pipping, „voor zover wij kunnen nagaan niet tot kaalslag geleid in particuliere tuinen. Mensen zetten gelukkig niet massaal de zaag in hun bomen.” Zijn oud-collega en tegenwoordige Bomenridder Pieter Bolle kent een ander verhaal: „ Ivo Opstelten had een aanvraag gedaan om drie beuken in zijn tuin te kappen. Die hielden de zon op zijn terras weg. De gemeente heeft dat geweigerd, maar toen die nieuwe regeling er eenmaal was, waren die beuken in één klap weg.” De aanpassing van de APV scheelt de gemeente honderden aanvragen per jaar.

Veel te duchten hebben de meer dan 600.000 bomen in Rotterdam van allerlei ziekten die de laatste jaren de kop opsteken. Was er een poosje terug alarm vanwege de iepziekte, tegenwoordig worden ook andere boomsoorten getroffen door aandoeningen die tot ingrijpen nopen. Pieter Bolle somt op: „Je hebt de essentaksterfziekte, de kastanjebloedingsziekte, de watermerkziekte bij wilgen, en in de platanen heb je dus de massaria.”

Containervervoer

„Soms komt zo’n boomziekte gewoon opzetten,” zegt Tony Pipping. „Het is niet zeker dat klimaatverandering daarbij een rol speelt. Schimmels of bacteriën kunnen door containervervoer worden geïmporteerd. De controle hierop is wel strenger geworden. Bij boomziektes worden de bomen extra gemonitord. Er wordt overlegd met andere boombeheerders in het land, om de nieuwe ziekten en plagen op een juiste manier aan te pakken.”

Pieter Bolle: „Ik denk dat we die ziekten ook hier in Nederland hebben gekregen door de opwarming van de aarde. De kastanjebloedingsziekte kenden we vroeger niet. Langs de Jacques Dutilhweg hebben we elk jaar ongeveer tien gezichtsbepalende bomen moeten kappen.”

Door de grote diversiteit in het Rotterdamse bomenareaal wordt het risico van de boomziekten gespreid. Nederlandse boomkwekers en de Universiteit van Wageningen experimenteren met ziektebestendige bomen. Er zijn nu, na de verwoestende iepziekte, resistente iepen. Jaarlijks zijn door ziekte en andere oorzaken zo’n 1.100 bomen aan vervanging toe, zegt Pipping. Doordat er dit jaar extra geld is, kunnen niet alleen vervangende bomen worden geplant, maar worden ook in het verleden door kap ontstane lege plekken weer ingevuld.

Boomstructuren

Wat kost een boom eigenlijk? Dat hangt af van de maat en de plek waar je de boom plant. In Rotterdam worden ter vervanging van gerooide bomen meestal bomen geplant met een omtrek van 16 tot 18 centimeter. Die kosten per stuk 150 tot 200 euro. Daar komen de kosten van het planten en het eerste onderhoud (water geven) nog bij. De Bomenridders zien liever nieuwe bomen van 20-25 centimeter. „Dan heb je meteen een boom,” zegt Bolle. „Maar ja, die zijn duurder.” „Langs beeldbepalende boomstructuren plant de gemeente een grotere maat,” zegt Pipping.