De verloedering voorbij

Het Kasteel Opbouw, verval en wederopstanding. De historie van Het Kasteel is nauw vervlochten met Sparta en Spangen. Zondag bestaat het stadion honderd jaar. „Sparta gaat nooit meer verhuizen.”

De groepsfoto met de nieuwe KNVB Beker Schaal tijdens de viering van het 60-jarig jubileum van de eredivisiewedstrijd in het Kasteel van Sparta. Foto Levin den Boer/ANP

Zelfs onder een grauw en grijs wolkendek dat dezer dagen boven Rotterdam-West hangt, heeft het Kasteel iets magisch. Wie het complex langs de karakteristieke ingang binnenkomt, zou niet zeggen dat hij in een voetbalstadion vertoeft. De hal, die veel weg heeft van een corridor van een grote villa en is omgetoverd tot een museum, ademt traditie. Binnen in het Kasteel beelden de stoffige iconische foto’s de ingekaderde krantenknipsels, oude elftalfoto’s, shirts en de aan de muur geprikte vaandels hoofdzakelijk glorie af. Weinig elementen illustreren de sombere tijden die ook deel uitmaken van de clubgeschiedenis. Ooit was het met het voetbalstadion net zo armtierig gesteld als met de verloederde wijk Spangen. Nu gaat de heropleving van Sparta en het Kasteel hand in hand met het opbloeien van de buurt. De geschiedenis van beide lopen parallel.

Vanaf het begin waren Het Kasteel en de wijk Spangen met elkaar vervlochten. Spangen, Sparta en Het Kasteel, wordt weleens gezegd, zijn een soort heilige drie-eenheid. Journalist Anton Slotboom schreef drie boeken over de club en is vertrouwd met haar historie. „Sparta’s thuishaven was één van de eerste wezenlijke constructies die in de wijk op poten werd gezet”, zegt hij. „De geschiedenis van het Kasteel en Spangen vonden dus gelijktijdig hun oorsprong. Ze horen bij elkaar.” Toch moeten wijk en club aan elkaar wennen. Aanvankelijk was de buurt er een voor de lagere middenklasse. Het roemrijke Sparta stond te boek als ‘eliteclub’. Die elite kwam toen nog uit Kralingen, maar langzaam maar zeker groeiden de twee naar elkaar toe. Slotboom: „De wijk plukte economisch de vruchten en gaandeweg werden ze twee handen op één buik. Ze gingen bij elkaar horen.”

Spangen oogt frisser dan ooit

Vandaag heeft de wijk Spangen een aanblik die frisser oogt dan ooit. In de Nicolaas Beetsstraat, die recht op de Spartastraat uitkomt, springt een groot bord in het oog. Onder de noemer ‘Woonstad Rotterdam werkt aan Spangen’ wordt in één oogopslag de constructie van een rij eengezinswoningen, een groot onderhoud van 116 woningen, de aanleg van een nieuw Staringplein en de herinrichting van straten en pleinen aangekondigd. Hoewel de metamorfose nog niet compleet is, maakt het duidelijk dat de stad haar stinkende best doet om Spangen een nieuw gezicht te geven. Dat lukt aardig, want van het sociaal-economisch slagveld dat het ooit was, is momenteel nog weinig over.

Vanaf de jaren zeventig ging het immers bergafwaarts. In Spangen, tot dan een nette arbeiderswijk, ging het in die tijd van kwaad tot erger. Huisjesmelkers, prostitutie, criminaliteit en drugsbendes vonden hun weg naar Rotterdam-West en zorgden voor een uittocht van de middenklasse. De wijk verpauperde. Archivaris van Sparta Jan van Gent herinnert het zich nog heel goed. „De nieuwe bewoners uit lagere sociale klassen, onder wie buitenlanders, vestigden zich hier”, zegt hij. „Supporters die na middagwedstrijden hun auto opzochten, zagen die helemaal leeggeroofd. Zelfs het Kasteel bleef inbraken niet bespaard.”

Tegelijk ging het Sparta zelf niet echt voor de wind. „De tribunes bleven leeg”, weet Slotboom nog. „En dat ondanks het jaarlijks behalen van Europees voetbal, met Louis van Gaal in het team. Het stadion, dat 30.000 toeschouwers kon herbergen, haalde maximaal 3.000 toeschouwers, maar haast niemand uit Spangen.”

Het stadion verouderde en het lukte Sparta niet om de nieuwe multiculturele bewoner naar zich toe te trekken. De chemie tussen de omwonenden en de club ontbrak. „Plat gezegd was Galatasaray populairder dan Sparta in Spangen. Bovendien hielp de toenemende criminaliteit de buurt aan een kwalijke reputatie en stond het te boek als gevaarlijk.”

Het absolute dieptepunt was vlak voor de eeuwwisseling. De gemeente trok aan de bel en de roep vanuit het clubbestuur om Spangen in te ruilen voor een nieuw en economisch lucratiever onderkomen, klonk steeds luider. Na jarenlang getouwtrek en het bewandelen van talloze opties, waarbij een gezamenlijke thuishaven met Excelsior de meest reële was, werd toch besloten om Het Kasteel in een nieuw multifunctioneel jasje te steken. De stad Rotterdam hoopte dat een nieuw stadion de economische en sociale structuur van de wijk Spangen ten goede zou komen. De heropening van het stadion in een galawedstrijd tegen Glasgow Rangers moest de wederopstanding voor zowel de club als de wijk inluiden.

Die wederopstanding kende vorige lente met de promotie naar de eredivisie een hoogtepunt. „Het grootse multiculturele feest na afloop was een prachtig symbool voor de wijk”, zegt Slotboom. „Zoiets was tien, twintig jaar geleden ondenkbaar. De buurt is van Sparta gaan houden en Sparta van de buurt.” Er liggen zelfs plannen op tafel om de capaciteit van Het Kasteel uit te breiden naar 18.000 toeschouwers. Daar waar er vroeger voldoende redenen waren om Spangen te verlaten, ontbreken die nu. Er is geen enkele reden om weg te gaan. „De club is zich bewust dat het haar verleden en haar identiteit niet zomaar van zich af moet schudden. Sparta gaat nooit meer verhuizen.”