Column

De kleedkamer

Ik heb altijd medelijden met mensen van wie de microfoon nog aanstaat terwijl ze dat zelf niet weten. De mensen die dan net naar de wc moeten. De mensen die net iets sufs zeggen. De mensen die je per ongeluk hoort zoals ze echt zijn.

In 2005 zat Donald Trump in een bus met Billy Bush (ja, familie van), en toen stonden de microfoontjes aan. Trump zat tegen Billy op te scheppen over wat hij, gezien zijn roem, met vrouwen kon doen. „Grab ’m by the pussy”, zei hij heel casual. Billy hoor je zenuwachtig lachen.

Trump was natuurlijk not amused dat de tape onlangs was uitgelekt, en deed het af als locker room talk, kleedkamergeklets, mannen onder elkaar. Het gesprek vond weliswaar niet plaats in een kleedkamer, maar toch deed Trumps uitleg het ergste vermoeden over de algehele sfeer in kleedkamers.

Nu probeer ik al mijn hele leven zo weinig mogelijk in groepskleedkamers te verblijven, en als ik er toch ben, dan gaan mijn gesprekken meestal zo: „Kan iemand geld wisselen voor het kluisje? Dank je wel.” Maar ik ben dan ook een vrouw. Bij mannen, suggereert Donald, gaat het allemaal heel anders. Die gebruiken de schaarse tijd dat er geen vrouwen bij zijn om eens lekker over vagina’s te praten.

Professionele sporters kwamen meteen in opstand. Zo praten zij helemaal niet met elkaar in de kleedkamer! Belachelijk! Donald had geheel eigen kleedkamermores verzonnen.

Natuurlijk wil niemand geassocieerd worden met Trumps kleedkamerpraatjes. Ik vermoed dat dat nog niet eens met het viezige te maken heeft, maar vooral met het puberale. Trump lijkt op de gelekte tape op een jongen van zestien die niet goed ligt in zijn eigen klas, en daarom tegen jongens van twaalf gaat lopen opscheppen.

Het is al gênant als je iemand per ongeluk hoort praten zoals hij echt is. Maar nog gênanter is het als je iemand hoort die zich voordoet als iemand die hij graag zou willen zijn: een stoere jongen.

is cabaretier en schrijver.