De euthanasiewet ís al heel ruim

Levenseinde

Het kabinet wil mensen die hun leven als „voltooid” zien euthanasie toestaan. Maar moet dat met een nieuwe wet? Nee, zeggen deskundigen.

Pieter Jiskoot (95) heeft al Foto Arie Kievit/Hollandse Hoogte

Pieter Jiskoot (95) verloor zes jaar geleden zijn vrouw Geertje en niet veel later zijn dochter. Hij kan niet meer lezen, niet meer autorijden, niet meer varen en niet meer fietsen. Hij krijgt zelden bezoek. In zijn medicijnkastje staan pillen waarmee hij een einde zou kunnen maken aan zijn leven. Dat durft hij alleen niet, uit angst dat het verkeerd gaat en hij invalide wordt.

Pieter Jiskoot is niet ziek, maar hij wil wel dood. Twee jaar geleden zei hij in NRC dat hij de pillen had ingeslagen „als verzekering” voor het geval hij niet meer verder wilde. Nu is het zover – „Ik wil een eerlijk einde”, zei hij donderdag op Radio 1.

Schande

Het kabinet wil mensen zoals Jiskoot – ouderen die niet ziek zijn maar wel ‘klaar met leven’ – een oplossing bieden. In een brief die VVD-ministers Schippers (Zorg) en Van der Steur (Justitie) woensdagavond aan de Tweede Kamer stuurden, staat dat zij aanvullende wetgeving willen maken waarmee ouderen uit het leven kunnen stappen wanneer zij dat, ondanks goede gezondheid, ervaren als een te zware last en geen mogelijkheden meer zien voor een zinvol bestaan.

De brief maakte veel los. Van opgeluchte ouderen die hun wens tot zelfbeschikking in vervulling zagen gaan, tot artsen en politieke partijen die vinden dat het überhaupt een schande is dat ouderen in Nederland niet meer willen leven. Of het plan politiek haalbaar is, moet nog blijken.

Maar is zo’n nieuwe wet wel nodig? Voor welke groep voldoet de huidige euthanasiewet niet? Paul Schnabel, de voorzitter van de commissie die eerder dit jaar afraadde nieuwe wetgeving te maken, vindt een nieuwe wet overbodig. „We hebben een heel goeie euthanasiewet, en die is in ontwikkeling. Laat dat in de praktijk z’n gang gaan, dan blijkt wel wat er mogelijk is.”

Uitzichtloos lijden

De euthanasiewet is ruim geformuleerd, zegt hij. Voor euthanasie moet sprake zijn van „uitzichtloos en ondraaglijk lijden”. Er hoeft nu al geen medische reden te zijn.

Dat in de praktijk toch zo’n medische reden vereist is, komt door een uitspraak van de Hoge Raad: die bepaalde in 2002 dat het lijden moet worden veroorzaakt door een medische ziekte of aandoening. Zo’n uitspraak is in de praktijk richtinggevend, maar dat neemt niet weg dat de grenzen kunnen verschuiven, zegt Schnabel. „De wet laat ruimte voor ontwikkelingen in de samenleving, de wetgever moet dat niet forceren.”

Wet en praktijk zijn duidelijk over terminaal zieken. Zij kunnen geholpen worden – de wet werd met hen in het achterhoofd ontworpen. Veruit de grootste groep mensen aan wie euthanasie wordt verleend, is terminaal kankerpatiënt. Maar dat de wet in beweging is, is bij andere groepen patiënten heel goed te zien. Mensen met (beginnende) dementie krijgen steeds vaker euthanasie, en de mogelijkheden voor mensen met zware psychische problematiek om euthanasie te krijgen, worden ook steeds iets ruimer geïnterpreteerd door artsen. Ook hun aantal groeit.

Reuma

Dan is er nog de groep mensen die kampt met een ‘stapeling van ouderdomsklachten’ – zoals reuma, blindheid, doofheid. Zij kunnen ook binnen de huidige wet aanspraak maken op euthanasie. Ans Dijkstra bijvoorbeeld, een 100-jarige vrouw die een hoofdrol speelt in de spraakmakende documentaire De Levenseindekliniek die begin dit jaar werd uitgezonden. Zij is niet ziek, maar zegt niet meer te willen leven. Ze heeft wel klachten, maar niet zo ernstig dat ze eraan zal overlijden. Geestelijk is ze nog honderd procent in orde. Ans Dijkstra krijgt euthanasie, omdat de arts en de tweede beoordelaar vinden dat zij lijdt aan een ‘stapeling van ouderdomsklachten’. Vorig jaar werd aan ruim 180 mensen om die reden euthanasie verleend.

Ans Dijkstra heeft ‘geluk’ dat zij een arts en tweede beoordelaar heeft gevonden die genegen zijn mee te werken vanwege de stapeling van ouderdomsklachten die zij constateren. Veel andere artsen werken in zo’n geval niet mee. Uit het onderzoek van de commissie-Schnabel bleek zelfs dat niet alle artsen wéten dat een stapeling van ouderdomsklachten een grond voor euthanasie kan zijn. Schnabel raadde daarom aan eerst de mogelijkheden van de huidige euthanasiewetgeving te benutten, en niet meteen een nieuwe wet te initiëren.

Voltooid leven

Uit cijfers blijkt dat er in de praktijk onduidelijkheid is over de toepasbaarheid van de euthanasiewet bij ouderen met uiteenlopende klachten. De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde onderzocht 70 casussen van mensen die hun leven als voltooid beschouwden. De helft van deze mensen bleek te kampen met wat geboekstaafd kan worden als een ‘stapeling van ouderdomsklachten’. Zij zouden dus geholpen kunnen worden onder de huidige wetgeving. Echter: niemand van hen kreeg in de praktijk euthanasie. De artsen van deze mensen durfden het niet aan, omdat zij bijvoorbeeld bang waren vervolgd te worden wegens medeplichtigheid aan moord.

Die angst voor vervolging is niet nodig, zegt Schnabel. Hij wijst erop dat sinds de euthanasiewet is aangenomen geen enkele arts of tweede beoordelaar (SCEN-arts) is vervolgd. Artsen zijn volgens Schnabel in de praktijk juist te voorzichtig in hun uitvoering van de wet.

Zelfdoding

Hoeveel mensen ‘lijden aan het leven’ zonder medische reden, is ook niet duidelijk. Schnabel schreef in zijn onderzoeksrapport dat „hun aantal waarschijnlijk klein is, zeker als het gaat om mensen bij wie de wens tot levensbeëindiging niet gerelateerd is aan medische problematiek.” In de tweede evaluatie van de euthanasiewet (2002) wordt opgemerkt dat in 2011 ongeveer 400 mensen in Nederland hun huisarts verzochten om euthanasie of hulp bij zelfdoding zonder dat zij een ‘ernstige’ medisch classificeerbare aandoening hadden.

Bij de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) vroegen in de periode 2010-2015 bijna 800 mensen advies vanwege ‘voltooid leven’-problematiek. Onduidelijk is hoeveel van deze mensen ook medische klachten hadden.

Het kabinet blijft zelf ook vaag over de groep voor wie het de nieuwe wet wil ontwerpen. Specifiek voor „ouderen” die hun leven voltooid achten, schrijven de ministers. Maar wat ouderen zijn, blijft onduidelijk. Dat moet nog onderzocht worden, zegt het ministerie.