Opinie

‘Arrogant links snapt kiezer niet’

Opinie Arbeiders heten nu laagopgeleiden, onze democratie werd opgeschaald tot Europese proporties en basisvoorzieningen als zorg en onderwijs zijn opgeslokt door molochs, schrijft kandidaat-lijsttrekker voor de PvdA Jacques Monasch. „Links heeft haar morele grenzen niet bewaakt.”

Foto ANP / Dirk Hol
©

©

Niet eerder stond links er in Nederland zo slecht voor. Waar zijn al die PvdA-kiezers gebleven? Waarom komt GroenLinks niet uit boven het niveau van eerdere leiders als Halsema of Rosenmöller? Waarom straalt de populaire gedachte van het Nationale Zorgfonds niet af op de SP? Gedrieën hebben ze een schamele veertig zetels in de peilingen. Met D66 erbij iets meer dan vijftig.

De reden voor de electorale neergang: dit links snapt het niet. Haar handelingen leiden tot het tegenovergestelde van wat ze voorstaat. In ruil voor de wil om te verbinden, ondermijnt ze de eigen normen en waarden op het gebied van solidariteit, de menselijke maat, vrijheid en gelijkheid voor man en vrouw. In plaats van kiezers te binden, vervreemdt ze zich van de traditionele achterban. Links heeft haar morele grenzen niet bewaakt en wordt nu met de gevolgen geconfronteerd: afbrokkelende vrijheid, gebrek aan solidariteit, verlies aan zeggenschap. Dit links is een electorale prooi geworden.

Even terug in de tijd, naar de reden waarom progressief-links ooit brede groepen kiezers aantrok. De beweging stond voor een brede welvaartsstaat, met hoogwaardige publieke voorzieningen. De beste garantie voor een beter leven, vonden ook de linkse kiezers. Fatsoenlijke arbeidsverhoudingen, goed onderwijs, uitstekende zorg, een veilige straat. En een school, ziekenhuis en politiebureau in de buurt. Je krijgt het in je eentje niet georganiseerd. Een stem op links was dus een logische keuze.

De huidige focus bij links ligt nu bij strafbaarstelling van illegaliteit, de Europese Unie, de multiculturele samenleving en windmolens. Daar loopt het electoraat niet warm voor. Het onbegrip hierover bij linkse politici is zo groot dat grote groepen kiezers worden afgedankt. De natuurlijke achterban snapt het niet. Arbeiders heten nu laagopgeleiden. De karakterschets die Hillary Clinton gaf van Trumps electoraat, klinkt ook hier bij progressief-links. In plaats van het ongenoegen serieus te nemen, zijn velen op links, politici, professoren en columnisten voorop, stuitend arrogant geworden. Het kan anders.

De organisatie van de welvaartsstaat vraagt om scherpe grenzen. Om het niveau van de kwetsbare collectieve voorzieningen te handhaven, moeten we optreden tegen belastingontwijking van multinationals en beter nadenken voor we groepen immigranten toelaten. Leg de economische migratie aan banden. Waar de leiders van de SP, GroenLinks en de PvdA het ‘Wir schaffen das’ van Merkel moesten corrigeren, gingen ze mee in haar hallucinerende Willkommenskultur. Dat deed de samenleving sociaal, economisch en democratisch wankelen. De kater wordt duur betaald. We kunnen beter minder asielzoekers goed opvangen dan te veel kansloos aan hun lot overlaten.

GroenLinks, D66 en de PvdA leven in de waan dat we de democratische organisatie van onze nationale samenleving almaar verder moeten opschalen in Europese verbanden. Of de burger zich daar thuis bij voelt, deert ze niet. Via de EU hebben we nu een mededingingswet, een aanbestedingswet en Europese richtlijnen. In plaats van de menselijke maat van het midden- en kleinbedrijf, concentreert de EU de macht bij grote bedrijven. De beschaafde Nederlandse arbeidsmarkt is door de EU verziekt. Links, inclusief vakbeweging, stond erbij en applaudisseerde. De economische ordening van de Europese Unie was in de woorden van Harvardfilosoof Michael Sandel belangrijker dan „de normen en waarden die een democratie stimuleren of uithollen”. Het einde is nog niet in zicht. Links pleit voor het kwijtschelden van Griekse schulden en het overnemen van begrotingstekorten in zuidelijke EU-landen. Dat heeft niets met solidariteit te maken, tenzij solidariteit gelijkstaat aan het belonen van wanprestaties van derden.

Wie heeft het nog voor het zeggen in het publieke domein? Linkse partijen hebben samen met CDA en VVD de zeggenschap over onderwijs, politie en zorg al jaren geleden weggeven. Waarom moest het mbo zo uitdijen ten koste van de student? Waarom is de nationale politie niet in staat op tijd lokaal uit te rukken? Waarom is publieke zeggenschap het voorrecht geworden van grootverdienende directeur-bestuurders zonder dat zij aan democratische controle onderworpen zijn? Nogmaals Sandel: „We worden geconfronteerd met een wereld die geregeerd wordt door onpersoonlijke machtsverhoudingen die buiten ons begrip en onze controle liggen.” Hoogste tijd dat we de zeggenschap weer opeisen over zaken waar de burger belasting voor betaalt. Afbreken die molochs. Stel docenten, ouders, agenten, verpleegkundigen en hun patiënten weer centraal.

Zelfs op het gebied van persoonlijke vrijheden, laat links het afweten. Hoofddoek en boerkini zijn een vorm van vrouwenonderdrukking, opgelegd door mannen en hun geloof. Kom op links, zeg dat gewoon, steun de emancipatie van de vrouw, ook nu! ‘Een lange arm’ uit het buitenland is ongewenst, staatsgevaarlijke individuen moeten weg.

Ook op het gebied van Justitie en Defensie liet links het afweten. Terwijl de VVD wegens wanbeleid verbannen zou moeten worden van die ministeries, laat links het na die domeinen over te nemen.

Juist een open samenleving moet grenzen stellen en handhaven, betoogt Paul Scheffer in De vrijheid van de grens. Het verwaarlozen ervan leidde tot uitholling van gezag en gedachtegoed bij linkse partijen. Je kunt niet verbinden zonder grenzen te stellen. Solidariteit met iedereen is uiteindelijk solidariteit met niemand. Het zou spijtig zijn als links er straks alleen nog is voor hoogopgeleide bestuurders, eurogelovigen en staatssocialisten. Helaas vormen zij het partijkader van links. Verandering van binnenuit kan daarom nog lang op zich laten wachten.