Aan een vraagkop zonder antwoord heb je niet veel

ombudsman0

Kan een krant wat een gek kan, dus meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden? Je zou het zeggen, als je het grote aantal koppen in de krant ziet die afsluiten met een vraagteken. Afgelopen woensdag nog deze: Hoelang houdt de koning zijn korting? (12 oktober). Antwoord: dat is afwachten tot de begrotingsbehandeling eind oktober.

Nu is er niets mis met vragen, zolang de krant er ook maar antwoord op geeft. NRC had bijvoorbeeld uitstekende vraagstukken (met antwoorden) over, onder meer, de aanrandingen in Keulen en het Oekraïne-referendum.

Het opvallende aan vraagtekenkoppen is, fenomenologisch gesproken, het ontbreken van pretentie de waarheid in pacht te hebben, althans de terughoudendheid om ermee te koop te lopen. Eerst maar een vraag stellen, en de lezer vooral geen antwoord opdringen. Je ziet het niet alleen in NRC maar overal in kranten, ongetwijfeld onder invloed van de conversatietoon op internet, de slag om de jonge lezer, en wie weet ook een beetje uit angst voor post-Fortuyneske betutteling van de burger.

Vragen kunnen intrigeren, en dus lezers trekken (clickbait!) en dat moeten koppen doen. Maar sommige lezers storen zich eraan, schrijven ze mij, omdat ze het kinderachtig vinden. Zeg, ik zit toch niet op de kleuterschool! Anderen vinden het een prettig dienstbare manier om een stuk binnen te komen – maar ook weer niet te vaak. Zeker niet als een antwoord uitblijft.

Dan komt het neer op „onrust zaaien”, twitterde Kees Kraaijeveld dinsdag, over het stuk Komen gifstoffen vrij op het veld? Kraaijeveld, oprichter van de Argumentenfabriek en columnist voor de Volkskrant, schreef recent een mooi pleidooi voor waarheid als onmisbaar kernbegrip in de journalistiek.

Het artikel waar hij op reageerde, ging over het onrustbarende bericht van het tv-programma Zembla dat in kunstgras op speelvelden rubber verwerkt zit dat mogelijk giftig is. Nu gaf dat stuk van medisch redacteur Wim Köhler wel degelijk een, genuanceerd, antwoord: nee, er was geen bewijs dat gifdampen boven de speelvelden hangen, maar met een slag om de arm: het onderzoek dat dit uitwijst wordt vaak betaald door fabrikanten van kunstgras. Overigens, boven het Commentaar over de kwestie stond donderdag óók al een vraagteken (Waarom geen gewoon gras?)

Kraaijeveld legt wel de vinger op een zere plek. Er verschijnt bijna geen krant meer zonder ten minste één zo’n kop boven een nieuwsverhaal (herstel: ik bedoel te vragen: verschijnt er nog wel eens een krant zonder zo’n kop?).

Dit is de oogst van twee weken.

‘Zijn die studenten écht zo seksistisch?’ (1 oktober). En: ‘Is het dan echt altijd zo geweest?’ Antwoorden: „er zijn talloze voorbeelden van seksisme” en „nee”.

‘Hoe dekoloniseer je de bibliotheek?’ (1 oktober) Antwoord, begrijp ik: door niet-koloniale boeken op te nemen.

Wie zegt nee tegen (te) dure medicijnen? (1 oktober). Retorische vraag, dus die tellen we even niet mee.

‘Is de ware Elena Ferrante nu onthuld?’ (3 oktober) Antwoord: er zijn „aanwijzingen” voor de identiteit van de bestseller-auteur onder pseudoniem.

‘Krijgen we de guerilleros terug, of het leger?’ (3 oktober). Over het referendum in Colombia. Antwoord: „afwachten”.

‘Wanneer ontwaken de robots?’ (3 oktober). Over een nieuwe tv-serie. Antwoord: onduidelijk. Misschien nooit meer, na tien afleveringen van een uur.

‘Verdwaald schot of zelfmoord?’ (3 oktober). Opstand op een slavenschip in 1785. Antwoord: „Dat weten we niet”, maar het lijkt op collectieve zelfmoord.

‘Spanje uit impasse na vertrek Sánchez?’ (3 oktober) Spaanse politieke crisis. Antwoord: „Eén ding is zeker: Sánchez wordt niet de nieuwe premier.”

‘Wordt Gebarentaal binnenkort erkend?’ (4 oktober) Antwoord: CU, PvdA en GroenLinks zijn voor, VVD, D66, CDA en SP weten het nog niet.

‘Gaan de VS ook déze strijd winnen?’ (4 oktober) Over kunstmatige intelligentie. Antwoord: er zijn „tekenen” voor.

‘Wordt Google een hardwaremaker?’ (5 oktober). Nieuwe bedrijfsstrategie. Antwoord van Google-topman zelf: „Het is een natuurlijke stap voor ons”.

‘Krijgt Kiev straks de schuld?’ (5 oktober). Over het stagnerende vredesproces in Oekraïne. Antwoord: de partijen blijven „doormodderen”.

‘In wiens handen komt Sirte na val IS?’ (6 oktober). Antwoord: diverse partijen azen erop, maar Sirte moet eerst vallen.

‘Wie bij Oranje boezemt angst in?’ (7 oktober). Voetbal. Antwoord: Robben, maar die speelt vaak niet mee.

‘Komen er steeds meer bootmigranten naar Italië?’ (8 oktober). Antwoord: nee, het zijn er dit jaar minder dan in 2014.

Ik had u twee weken beloofd, maar ik ben nu pas op de helft, zie ik.

Nog één variant dan: de kop die een vraag stelt, en hem tegelijk beantwoordt nog voor de lezer naar adem heeft kunnen happen. Neem deze, na de Algemene Beschouwingen: Wie brengt Mark Rutte aan het wankelen? Niemand dus (23 september). Nu vraag ik u: waarom dan niet gewoon zeggen dat niemand Rutte aan het wankelen brengt?

Ooit waren vragen in koppen (behalve boven columns of rubrieken) taboe, omdat ze de lezer alleen maar in verwarring zouden brengen. De krant stelt vragen aan bronnen, was het devies, en geeft de antwoorden door aan de lezer.

Dat taboe is allang verbrijzeld, en een levendige variatie in koppen is op zichzelf zeker niet verkeerd. Integendeel. Een krant met louter koppen als (fictief voorbeeld, hoop ik) Adviesorgaan bepleit herstructurering zal het anno 2016 snel afleggen in de darwinistische strijd om aandacht en tijd van lezers. Meer esprit en soms humor mag ook wel.

Maar het kan natuurlijk doorslaan; een huisvriend die luidruchtig binnenkomt, in een stoel ploft en joviaal van alles begint te vragen, is al snel minder welkom. Vragende koppen moeten geen maniertje worden, en wat minder mag wel. Zoals mijn hond zegt, met de krant nog in zijn bek: vragen is zilver, baas, maar antwoorden is goud.