Zo’n laag tempo dat alles terug de wok in moet

Soms word je overvallen door heimwee naar een beleving, een smaak, een geur van ooit. Dat overkwam ons bij een bezoek aan restaurant Yokiyo op hun nieuwe locatie. Yokiyo, voorheen een bescheiden zaak over twee verdiepingen op de Wallen, is verhuisd naar Oost. Naar een véél groter pand op een véél onaantrekkelijker plek, in nieuwbouw van het type in gelul kan je niet wonen, zeg maar. Het heeft iets van een vrolijke recreatieruimte van een hostel, het nieuwe Yokiyo, en de akoestiek is navenant: lawaaiig. Maar dat mag de pret niet drukken, het is er druk en de gasten, vooral twintigers en dertigers, doen vrolijk aan shared dining, een van de selling points van de zaak. ‘Sharing is caring’ staat op de kaart.

Ooit was Yokiyo puur Koreaans, alhoewel de chef Jaymz Pool uit Nieuw-Zeeland komt, maar inmiddels zijn de grenzen wat opgerekt en kun je er ook andere Aziatische gerechten eten. De hele dag door, van ontbijt tot diner. We gaan oud en nieuw combineren met een selectie van voorgerechten (8,- p.p.), gevolgd door Koreaanse barbecue met buikspek (21,50) en een pittige noedelsalade met garnalen (9,50). We drinken daarbij thee (losse, 2,20), bier (2,30) en witte wijn (uit de Rueda, 4,50).

De voorgerechten zijn een beetje slordig op één bord gedrapeerd: bietensalade met daar omheen geroosterde aubergine, bo samm (gerookt buikspek met pickles en een saus van lenteui en gember), mandu (pasteitje gevuld met vlees) en kimbap, da’s Koreaanse sushi. Die laatste heeft een bleek uiterlijk en smaakt ook zo en haalt het in de verste verte niet bij sushi van Japanse makelij. Het buikspek is ook wat bleek en helemaal niet lang genoeg gegrild, waardoor ie het knapperige mist. Het pasteitje van vlees is wel lekker, beetje droog maar goed op smaak en lekker met de pittige sojasaus, en ook de bietensalade – lekker zoutig – en de aubergine met miso kunnen ons bekoren.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Nou, dat valt niet mee. Na drie kwartier wachten komen de hoofdgerechten en het heeft er alle schijn van dat deze al een poosje in de keuken stonden om uitgeserveerd te worden. De noedels zijn afgekoeld en inmiddels ook weer een beetje hard geworden en de garnering doet ons de wenkbrauwen optrekken: koriander, garnaal, fijngesneden rode peper, rode ui, ja natuurlijk… maar wat is het idee van de kleine tomaatjes en bleekselderij in de salade? Meer confusion dan fusion dus. Koreaanse bbq kan een feest zijn en dat wás het ook in hun vorige filiaal: vlees en groenten met smaakmakers zoals sesamolie met zeezout en peperpasta in een slablad gewikkeld… gezond, licht en doeltreffend. Maar deze ingrediënten hebben te lang staan wachten: de reepjes buikspek, nu ook weer wat slap, zijn lauw, net als de groenten (geraspte wortel, spinazie met knoflook, pompoen) en natuurlijk kimchi, gefermenteerde Chinese kool, een onmisbaar bijgerecht uit de Koreaanse keuken. Alles is verpieterd. De Aziatische keuken is bij uitstek een à la minute keuken, maar hier is het tempo zo laag dat alle gerechten eigenlijk subiet weer de pan of wok in of de plaat op moeten.

Als de bediening, trouwens vriendelijk en behulpzaam, de halfvolle borden op komt halen, vertellen wij wat ons niet zint. De klachten gaan linea recta naar de keuken, maar er wordt verder niets mee gedaan. Hoe sympathiek Yokiyo zich ook in ons geheugen heeft genesteld en hoe wij ook nu weer willen dat we in juichstemming het pand verlaten, deze ervaring is een grote teleurstelling. Of om met de Grote Denker en Opperchef René Redzepi van Noma te spreken: ‘In a strange way it’s just ingredients on a plate’.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.