Yannick Nézet-Séguin heeft zin in veel opera in New York

De dirigent verlaat het Rotterdams Philharmonisch en wordt de nieuwe ‘music director’ van de Metropolitan Opera in New York. Een logische stap? „Daar heb ik mezelf van overtuigd.”

Dirigent Yannick Nezet-Seguin tijdens een repetitie met het RPHO in De Doelen. Foto Andreas Terlaak

Yannick Nézet-Séguin heeft voor het eerst in zijn leven een opvolger. Zelf is hij in illustere voetsporen getreden, zoals die van Valery Gergiev, die hij acht jaar geleden opvolgde als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, maar nooit eerder legde hij een functie neer. Het is tekenend voor Nézet-Séguin (1975), die trouw en dankbaarheid zijn kernwaarden noemt, „in mijn leven, en dus ook in mijn musiceren”. Na het seizoen 2017-2018 draagt hij het stokje over aan de jonge Israëliër Lahav Shani.

„Het heeft iets ontroerends”, vindt Nézet-Séguin. „Ik was altijd the new kid around, voortaan ben ik the old one around. Het draagt bij aan de nostalgie die ik voel bij mijn laatste seizoenen in Rotterdam.” Om daar droogjes aan toe te voegen: „Maar voor de goede orde, ik ben nog niet weg, hè.”

Gelukkig niet, want onder de energieke, charismatische Nézet-Séguin is het Rotterdams een feest om naar te luisteren. Dat hij na zijn vertrek ‘Eredirigent’ zal blijven bij het orkest, net als zijn voorganger Gergiev, die in Rotterdam nog altijd een eigen festival heeft, is een bijzondere situatie. „Straks zijn er in Rotterdam drie generaties dirigenten nauw betrokken bij het orkest”, onderstreept Nézet-Séguin. „Zo’n situatie is eerder uitzondering dan regel in de orkestenwereld, waar dirigenten vaak met elkaar in de clinch liggen. Daar heb ik een hekel aan. Muziek gaat niet over territoriumdrift, maar over liefde, over schoonheid, over vriendschap en familie.”

Begin juni werd bekend dat Nézet-Séguin de nieuwe ‘music director’ van de Metropolitan Opera in New York wordt. Daar volgt hij James Levine op, die na decennialang zijn stempel gedrukt te hebben de laatste jaren wegens gezondheidsklachten nauwelijks nog aan werken toekwam. „De benoeming is heel snel gegaan”, zegt Nézet-Séguin, die nog niet eens geboren was toen Levine in New York begon. „Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik het totaal niet zag aankomen. Ik ben de afgelopen seizoenen veel bij de Met geweest en voel een bijzondere connectie met het huis. Er waren nooit eerder gesprekken, maar ik voelde dat het erin zat.” Wat niet wegneemt dat het een droom is die uitkomt.

Bliksemcarrière

Nézet-Séguins cv is het verslag van een bliksemcarrière – in 2000 werd hij piepjong chef in Montréal, vervolgens in Rotterdam (2008) en Philadelphia (2012), als gastdirigent staat hij geregeld voor alle internationale toporkesten, en hij is nog maar 41. Baas van de Met, een van de meest prestigieuze opera-instituten wereldwijd, is dus een logische stap? Nézet-Séguin lacht door de telefoon. „Daar heb ik mezelf uiteindelijk van overtuigd”, zegt hij.

Keerzijde van de beslissing: het betekent dat hij de komende jaren meer tijd in Noord-Amerika zal doorbrengen, en minder in Europa. Dat vindt Nézet-Séguin jammer: „Ik voel me zeer verbonden met Europa, allereerst met Rotterdam, maar ook met de orkesten van Berlijn, Wenen en München. Tegelijkertijd zie ik aan mijn oudere collega’s hoe zwaar het is om wekelijks heen en weer te reizen. Nu gaat me dat nog goed af, maar zoiets hou je geen 30 jaar vol. Een beetje meer geografische focus kan geen kwaad. Maar de balans zou over tien jaar best omgekeerd kunnen zijn – I am still not too old”, voegt hij eraan toe.

In de Amerikaanse pers werden vraagtekens geplaatst bij de timing van de benoeming. De Met heeft de afgelopen seizoenen geleden onder de afwezigheid van Levine, en Nézet-Séguin is zo drukbezet dat hij de positie pas vanaf het seizoen 2020-21 volledig kan invullen. Maar voor Nézet-Séguin is het glas altijd halfvol: hij benadrukt de ongeëvenaarde kwaliteit van het Met-orkest („uniek vermogen naar zangers te luisteren”) en verheugt zich op de kans om na een periode vol symfonisch repertoire veel opera te dirigeren.

Nachtmerrie

Nederland kent Nézet-Séguin als operadirigent van drie succesvolle producties bij De Nationale Opera, waarvan de laatste, Verdi’s Don Carlo, dateert van 2012. Wanneer komt hij terug? „Planning is de nachtmerrie in mijn leven”, verzucht Nézet-Séguin. „Er zijn zoveel dingen die ingepast moeten worden. Ik heb zeer goeie ervaringen bij DNO. Al sinds Don Carlo ben ik in gesprek met Pierre Audi over een nieuw project, maar helaas lieten de agenda’s het steeds niet toe.”

Nézet-Séguins chefschap duurt weliswaar nog twee seizoenen, maar met zijn benoeming bij de Met en het aanwijzen van Shani als zijn opvolger kan het terugkijken beginnen. Hij heeft er bij zijn aantreden nooit een geheim van gemaakt dat hij het orkest wilde verfijnen, zegt Nézet-Séguin. „Onder Gergiev was het orkest heel vrij geworden, met een geweldige bereidheid om muzikale avonturen te ondernemen, maar het klonk soms ook wat ruw. Het was mijn missie om die vrijheid te combineren met iets meer organisatie.”

“Ik wilde het dynamische bereik vergroten, meer nuance aanbrengen in de aanzetten, het kleurenpalet – dat onder Gergiev al fantastisch was – nog verder uitbreiden. En ik ben heel blij met wat we bereikt hebben. Zeker de laatste seizoenen is er sprake van een ongelooflijk diepe band – iedere keer dat ik in Rotterdam kom ervaar ik een moeilijk te omschrijven anticipatie, een wederzijds begrip, waardoor onmiddellijk magie ontstaat. Het orkest is mentaal en muzikaal in voortreffelijke vorm en de toekomst ziet er zonnig uit.”

Concertgebouworkest

Een opvallende lacune in het cv van Nézet-Séguin vormt het Concertgebouworkest, een van de weinige toporkesten die hij nog nooit dirigeerde. Aanvankelijk kende zijn Rotterdamse contract een clausule van geografische exclusiviteit („dat is heel normaal, heb ik in Philadelphia ook”), maar die is allang geëlimineerd. De laatste jaren is het simpelweg een kwestie van, wederom, planning.

En daar komt nog iets bij: „Het Concertgebouworkest is een orkest dat ik enorm respecteer en ik zou het dolgraag dirigeren, ik heb het er vaak over met directeur Jan Raes. Maar ik ben nog maar zes weken per jaar bij my dear Rotterdammers, en dat is het absolute minimum voor een chef. Dus als ik in mijn agenda extra tijd vind om naar Nederland te komen, dan ga ik niet naar Amsterdam. Dat zou niet oké zijn. We zullen geduld moeten hebben.”