Spanningen tussen Rusland en het Westen lopen op - en snel ook

Rusland-Westen

Het achterdochtige Westen is boos op Poetin. De spanningen zijn, zeggen sommigen zelfs, terug op het niveau van de Koude Oorlog.

De Russische president Poetin woont met minister van Defensie Sergej Sjojgoe (links) een militaire oefening bij Sint-Petersburg. De foto dateert uit 2014. Foto Mikhail Klimentyev/AP

Rusland en het Westen raken met de dag verder van elkaar verwijderd – over Syrië, Oekraïne en de Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De temperatuur loopt op – en snel ook. De spanningen zijn, zeggen sommigen zelfs, terug op het niveau van de Koude Oorlog.

Een korte greep uit de wrijvingen van deze week. President Poetin zegde een bezoek aan Frankrijk af, nadat president Hollande zich hardop afvroeg of zo’n bezoek wel zinvol is en Poetin van oorlogsmisdaden beschuldigde. Boris Johnson, minister van Buitenlandse Zaken, noemde de Russische president in het Lagerhuis een „paria” en riep – diplomatieke curiositeit – de vredesbeweging op te demonstreren bij de Russische ambassade in Londen. Zijn Zweedse collega Margot Wallström kritiseerde Poetins rol in Syrië en hield een pleidooi voor extra sancties, bovenop de sancties waarmee Rusland werd gestraft voor interventie in Oekraïne.

Deze verbale Europese ‘ontvriending’ van Poetin volgde op een steeds hardere toon van de regering-Obama. Eerst zegden de VS de onderhandelingen over reanimatie van het staakt-het-vuren in Syrië op. En, na weken van aarzeling, wees Obama Rusland formeel aan als opdrachtgever van inbraken in de computers van de Democratische Partij. „Erg vleiend”, riposteerde de Russische minister van Buitenlandse zaken Sergej Lavrov, „maar niet gebaseerd op feiten”.

Rusland is niet bijster onder de indruk van westerse kritiek en kaatst terug. De opschorting van het overleg over Syrië beantwoordde Moskou met opschorting van een verdrag over de vernietiging van kernwapengrondstof plutonium. In de Baltische staten ontstond ongerustheid over de recente plaatsing van Russische raketsystemen in Kaliningrad, de Russische exclave aan de Baltische Zee die grenst aan de NAVO-lidstaten Polen en Litouwen.

„Ik zie dit als de zoveelste stap in de retorische escalatie die we de laatste tijd waarnemen”, zei vertrekkend president Toomas Ilves van Estland. De stafchef van de Estse strijdkrachten ziet in de stationering van de Iskander-raketsystemen een bewijs dat Rusland de Baltische Zee onder zijn invloedsfeer wil brengen.

Rusland claimt dat de stationering deel uitmaakt van militaire oefeningen. Kaliningrad is van groot strategisch belang voor Rusland, het is het meest westelijk gelegen stukje Russisch grondgebied en een militair steunpunt, onder andere thuishaven van zijn Baltische vloot.

Drie twistpunten

De frictie tussen Rusland en het Westen betreft drie twistpunten. De Russische annexatie van de Krim en interventie in Oekraïne zetten de relatie in 2014 op scherp. De Baltische staten vroegen zich af of zij de volgende prooi zouden zijn, de Europese Unie legde sancties op en de NAVO verhoogde de defensie-inspanning aan de oostflank. Troepenbewegingen aan weerszijden worden sindsdien met argusogen gevolgd.

Ten tweede: Syrië. Sinds de Russische inmenging in de Syrische burgeroorlog aan de zijde van Assad, in 2015, staat Rusland in dé brandhaard van het Midden-Oosten lijnrecht tegenover de Verenigde Staten, die de rebellen steunen. Twee pogingen tot een staakt-het-vuren te komen, faalden. Terwijl Aleppo steeds weer wordt gebombardeerd, graaft Rusland zich in. Recent werden geavanceerdere raketsystemen verscheept, schepen voor de Syrische kust gemanoeuvreerd en plannen voor een tweede steunpunt geopenbaard. Syrië is Ruslands oudste bondgenoot in het Midden-Oosten en Moskou wil hoe dan ook een stem hebben in de toekomst van het land.

De computerinbraken bij de Democraten, ten derde, vestigen weer de aandacht op een moeilijk grijpbare frontlinie: de heropleving van de desinformatieoorlog. Steeds vaker duikt in het Westen informatie op die bedoeld is om westerse overheden in de ogen van hun eigen burgers in diskrediet te brengen – vaak komt die informatie uit Rusland. Bekend voorbeeld is het verhaal uit begin dit jaar over een meisje, Lisa, dat in Duitsland door vluchtelingen verkracht zou zijn. Het ‘voorval’ bracht honderden demonstranten tegen bondskanselier Merkel op de been. Het had alleen nooit plaatsgevonden – het verhaal was door Russische media in omloop gebracht.

De westerse uithalen naar Rusland worden gedomineerd door morele verontwaardiging over de bombardementen op Aleppo en achterdocht over Russische bedoelingen. Analisten pleiten nu als reactie voor een meer strategische, meer pragmatische houding jegens Rusland.

Conservatieve Franse analisten veegden de vloer aan met president Hollande die Poetin onhandig beledigde en zo de kans verspeelde hem op andere gedachten te brengen.

„We gaan een tijdperk binnen dat gevaarlijk is, mogelijk zelfs gevaarlijker dan de Koude Oorlog”, zei John Sawers, ex- hoofd van de Britse inlichtingendienst MI-6 deze week. Het is tijd, aldus Sawers, om te erkennen dat het machtsevenwicht in de wereld is verschoven, omdat Rusland militair sterker is geworden. Het Westen moet dat serieus nemen.