Rottig land, sfeerloos WK en weer geen hoofdprijs voor Dumoulin

WK wielrennen

Tom Dumoulin eindigde als elfde op de tijdrit in Qatar. De Duitser Tony Martin werd voor de vierde keer wereldkampioen.

Foto Bas Czerwinski / ANP

Niemand minder dan sir Bradley Wiggins, toen nog eminent wielrenner van onbesproken gedrag, noemde hem twee jaar geleden ‘the next big thing in cycling’. Zelf was de Brit in Ponferrada zojuist wereldkampioen tijdrijden geworden. Maar zijn natuurlijke opvolger zou zonder twijfel de verrassende winnaar van de bronzen medaille zijn. Tom Dumoulin.

Twee jaar later heeft de inmiddels 25-jarige kopman van Giant-Alpecin al veel en van alles gewonnen. Tijdritzeges waren er in Giro, Tour en Vuelta. Maar een grote titel ontbreekt nog altijd op zijn erelijst. Na een vijfde plaats op de WK vorig jaar en zilver op de Olympische Spelen in Rio volgde woensdag in Qatar een teleurstellende elfde plaats, op 2.11 minuut van de Duitse winnaar Tony Martin, die voor de vierde keer wereldkampioen werd.

„Er zit gewoon niet meer in”, sprak Dumoulin aan de finish in Doha gelaten voor de microfoon van de NOS. „Soms is het leven simpel.” Realisme is een sterke eigenschap van de intelligente Limburger, die een loodzwaar seizoen achter de rug heeft. Hij kwakkelde in het voorjaar, maar schitterde in de Giro (proloogzege plus zes dagen roze) en in de Tour (winst in tijdrit en koninginnerit). Om na een val in de Tour fysiek en mentaal nog eens alles uit de kast te halen voor een zilveren medaille in Rio, ondanks een gebroken pols. En dan half oktober nog ‘vlammen’ op de WK?

Dumoulin zette dit seizoen alles op zijn specialisme, de tijdrit. Ook al klonk na de ijzersterke Vuelta van vorig jaar luid de roep om al dit jaar voor het klassement te gaan in Giro of Tour. Maar om zich verder te ontwikkelen als ronderenner moet de 1,86 lange en 69 kilo zware coureur nog wat gewicht verliezen, zodat hij makkelijker bergop rijdt. En dat zou weer ten koste gaan van zijn specifieke kwaliteiten als tijdrijder. Niet doen dus. Nog niet.

Straffe uitspraken

Eerst wilde hij zijn naam vestigen tussen grote tijdrijders als olympisch kampioen Fabian Cancellara, Martin of Wiggins, die hij onlangs publiekelijk kapittelde omdat de Brit voor zijn Tourzege in 2012 op twijfelachtige gronden een attest had aangevraagd voor het gebruik van een zwaar anti-astmamedicijn. De straffe uitspraken bevestigden nog eens dat zijn status in het peloton is gegroeid. Nu nog die titel.

Dus zette Dumoulin na Rio nog één keer alles op alles om in Qatar de regenboogtrui te pakken. Zijn vorm bleef wisselvallig. Derde in Groot-Brittannië. Goed. Veertiende in de Eneco Tour. Slecht. Maar wel knap vierde in de slotrit.

In het eerste gedeelte van de veertig kilometer lange WK-tijdrit had hij zich nog behoorlijk goed gevoeld, luidde zijn analyse achteraf. Maar op de eindeloze rechte weg door de desolate woestijn volgde een harde klap. Dat gevoel werd ondubbelzinnig in cijfers vertaald op de wattagemeter aan zijn stuur. „Ik zakte helemaal in, mijn vermogen was dramatisch. Ik heb het nog nooit zo slecht gezien.”

Bijna ingehaald

Op de eindstreep werd Dumoulin bijna ingehaald door de anderhalve minuut achter hem gestarte titelverdediger Vasil Kirijenka. De Wit-Rus eindigde 45 seconden achter Martin als tweede, de Spanjaard Jonathan Castroviejo pakte op 1.11 minuut brons. De hitte had hem gesloopt, vertelde Dumoulin. „Iedereen had daar last van maar als je niet goed bent, komt de klap harder aan. Ik heb even gedacht aan afstappen. Maar dan maak je ook weer zo’n statement.”

In de aanloop naar de WK had hij de internationale wielerunie UCI al gehekeld vanwege de toewijzing van de titelstrijd aan Qatar. Niet zozeer vanwege de ‘onverantwoorde’ hitte, maar om de slechte behandeling van buitenlandse arbeiders en het gebrek aan wielercultuur in het oliestaatje. Achteraf mocht dat geen excuus zijn, vond Dumoulin. „Het is een rottig land om te zijn en een sfeerloos WK.”

“Maar ik wilde nog altijd voor dat truitje of in elk geval voor een medaille gaan.”

Volgend seizoen zal hij zich meer richten op het klassement in een van de grote rondes, kondigde Dumoulin eerder aan. Martin maakte twee jaar geleden een vergelijkbare keuze, maar pakte in Qatar na twee jaar zonder titel weer de regenboogtrui. Met een gemiddelde snelheid van 53,6 kilometer per uur zou hij zelfs in de ploegentijdrit bij de eerste tien zijn geëindigd. Eens een tijdrijder, altijd een tijdrijder. ‘The next big thing’ heeft nog tijd.