Ook de overheid moet barmhartig zijn bij levenseinde

Rutte II en ethiek

Met de verkiezingen in zicht, komt het kabinet op de valreep met een voorstel over hulp bij zelfdoding.

Foto ANP / Olaf Kraak

Eerst de nieuwe donorregistratiewet, toen de prenatale test op het Downsyndroom, nu de stervenshulp: op medisch-ethisch gebied gebeurt er van alles aan het einde van deze kabinetsperiode. Een rare timing misschien, zo’n omstreden voorstel zo laat in de regeerperiode. Maar het lijkt geen toeval te zijn dat het kabinet dit voorstel in het zicht van de Kamerverkiezingen, half maart, lanceert.

Met het standpunt dat mensen met een ‘voltooid leven’ recht hebben op stervenshulp, reageert het kabinet op het rapport van de commissie onder leiding van Paul Schnabel dat acht maanden geleden verscheen. Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) had die commissie in 2014 gevraagd onderzoek te doen naar de maatschappelijke dilemma’s en juridische mogelijkheden op dit gebied.

Het rapport ‘Voltooid Leven dat hiervan het resultaat was, deed een duidelijke uitspraak: het is niet wenselijk om de huidige juridische mogelijkheden voor hulp bij zelfdoding te verruimen. Volgens de commissie is er binnen de huidige euthanasiewet, de Wet toetsing levensbeëindiging (Wtl), genoeg ruimte voor mensen die vinden dat hun leven voltooid is. Voor de Wtl moet er een medische grondslag zijn voor de doodswens; volgens de commissie-Schnabel is die grondslag er in de meeste gevallen.

Lees ook: ‘Je maakt willens en wetens iemand dood’, een achtergrondverhaal over de gevolgen van de nieuwe wet voor de huisarts.

Barmhartigheid staat centraal

Het kabinet bedankt de commissie voor het „werk dat zij verzet heeft en het inzicht dat zij geeft”, maar trekt vervolgens een andere conclusie. Er is wel degelijk een groep die buiten de reikwijdte van de Wtl valt, schrijven de ministers Schippers (VWS) en Van der Steur (Justitie & Veiligheid): de mensen die hun leven als voltooid beschouwen terwijl ze fysiek niks mankeren. Voor hen wil het kabinet nu „een oplossing mogelijk maken”.

In het voorstel staat net als in de Wtl de waarde ‘barmhartigheid’ centraal. In de Wtl is het idee dat artsen ‘uit barmhartigheid’ mensen kunnen helpen die ondraaglijk lijden. En ook nu speelt de waarde weer een sleutelrol: „Het kabinet is van mening dat het niet alleen de taak van een arts is om barmhartig te handelen, maar ook van de overheid om barmhartigheid te tonen.”

Het heeft wat tijd gekost om tot deze conclusie te komen: eigenlijk wilde het kabinet al voor de zomer reageren op het rapport, maar voor de zorgvuldigheid werd het besluit over de zomer heen getild, volgens de woordvoerder van Schippers. In de Kamerbrief stellen Schippers en Van der Steur dat zij de conclusie uiteindelijk trokken „op basis van de discussie van de afgelopen jaren”. In 2011 kwam de stichting Uit Vrije Wil, van het burgerinitiatief Voltooid Leven, met een initiatiefwet. De Tweede Kamer vond toen dat over dit onderwerp eerst een brede maatschappelijke discussie gevoerd moest worden.

NRC peilde de mening van gewone Nederlanders over de euthanasiepraktijk en schreef over thema’s die hen sterk bezighouden. Lees hier ons euthanasiedossier.

Christelijke partijen kritisch

Als het aan sommige oppositiepartijen ligt, leidt die maatschappelijke discussie tot heel andere conclusies. De christelijke partijen toonden zich woensdagavond onthutst door het voorstel. CU-fractievoorzitter Gert-Jan Segers noemde het „huiveringwekkend”. „Dit voorstel gaat uit van de mythe dat dit een puur individuele keus is, terwijl dit ook altijd familieleden, de omgeving, zorgverleners en uiteindelijk ook de samenleving raakt.” Ook het CDA is kritisch. Fractieleider Sybrand Buma zei tegen de NOS het „hoogst onzorgvuldig” te vinden „dat het kabinet een breed gedragen advies over zo’n gevoelig thema naast zich neerlegt”.

SP-leider Roemer was om een andere reden niet gecharmeerd van het voorstel: volgens hem „legt het een enorme druk op mensen die zich te veel voelen in de samenleving”. Daarbij heeft het kabinet het aan zichzelf te danken wanneer mensen niet meer willen leven, suggereerde hij: het heeft „jarenlang bezuinigd op de ouderenzorg en de eenzaamheid bevorderd”.

Of de wet er echt komt is nog onduidelijk. Er moet nu een wetsvoorstel worden geschreven en dat gaat, voor het aan de Kamer wordt voorgelegd, nog langs de Raad van State. Dat lukt waarschijnlijk niet meer voor de verkiezingen in maart, wat betekent dat het lot van de voltooide levens in handen ligt van het volgende kabinet.