Het meisje wilde rechtdoor, de vrachtwagen ging rechtsaf

Na een precies een week staat Auke Kok op het kruispunt waar een meisje van veertien rechtdoor wilde en een vrachtwagen rechtsaf ging.

©

Precies een week na het vreselijke sta ik hier, waar het gebeurde. Op het kruispunt dat sinds haar dood vervloekt is. Een ander woord schiet me niet te binnen, het is hier, Eerste Oosterparkstraat-hoek Beukenweg, vervloekt. Opnieuw is het donderdag en half elf ’s morgens en het is net of Amsterdam-Oost twee minuten stilte houdt. Kalmte heerst waar zeven dagen geleden een meisje van veertien rechtdoor wilde en een vrachtwagen rechtsaf ging.

Ik zie de chrysanten, de zonnebloemen, de rozen, de herfstboeketten, de waxinelichtjes en beertjes, tekeningen, een Ajaxpetje, brieven met woorden van troost. We missen je nu al. Gevangen engel. Rust zacht. RIP.

De stilte rilt mijn jas binnen. De jas is te dun, de temperatuur veel lager dan toen zij stierf terwijl ze van school naar huis fietste om even een tussenuur te overbruggen.

De bloemen liggen wanordelijk opgetast, ingeklemd door twee van gemeentewege neergezette hekken. Het rood-wit van de hekken en daarbinnen de wanorde van compassie geven het spontane weer. Dagelijks leggen mensen er nieuwe bosjes bij, je moet toch wat.

De lieve chaos van bloemen en kaarsen voltrekt zich voor het zwarte hoge hek van het Oosterpark, onder machtige bomen, die alles hebben gezien.

Een vrouw komt aangelopen met een fiets aan de hand. Ze bukt en zet een envelop tegen een beertje. Ik vraag of zij het meisje kende. Nee, schudt ze, en ze lijkt iets te willen zeggen, maar er komt geen geluid. De vrouw komt hier vaak langs, maak ik uit haar gebaren op: het terugkerende medeleven is haar te veel geworden. Steeds weer te moeten denken aan het meisje, aan haar ouders, haar klasgenoten, haar vrienden terwijl ze het kruispunt overstak, lukte haar kennelijk niet meer: ze moest iets opschrijven.

Andere fietsers stappen af, kijken, wisselen blikken uit. Wat moeten we zeggen? De kwestie van de dode hoek bespreken? Het politie-onderzoek dat gaande is? Nu even niet. Woorden schieten tekort, alles is te banaal, te clichématig om enigszins in de buurt te komen van wat hier tussen het café op de hoek, de bloemenzaak en het OLVG plaatsvond.

Woorden zijn ook niet nodig om samen één te zijn op een vervloekt kruispunt. Dat is wat de dood van een schoolmeisje kan doen, voor je het weet houdt de klok op met tikken en voel je allemaal hetzelfde. De mannen en vrouwen, sommigen met enorme hoofddoeken met punten die opveren in de gure oktoberwind, gebaren naar de plek waar het kind vandaan kwam. Ergens, naast het niet te benoemen leed, het onrecht, de rouw bij twee ouders elders in de stad, is dat mooi. Een bijna religieuze eendracht wordt voelbaar onder de bomen, met uitzicht op de plek waar de wegen van twee mensen elkaar kruisten, waar een zwarte omafiets onder enorme zware banden schoof.

In de bloemenzaak koop ik een bosje voor het meisje dat ik nooit zal zien. „Ach, we krijgen haar er niet mee terug”, zegt de bloemiste mistroostig. Zo is het.

Auke Kok is schrijver en journalist.