Recensie

Kunst kan het verschil maken

Beeldende kunst

Op de nieuwe expositie ‘The Show Must Ego On’ transformeren Erik van Lieshouts bad boy– provocaties richting politieke nuance.

Beeld uit de expositie Foto Johannes Schwartz ©

Op een luchtfoto wijst Erik van Lieshout het eiland aan: dat is de plek waar hij wil wonen. De anderen in de kamer, van kunstinstelling Emscherkunst en lokale autoriteiten, staan er wat ongemakkelijk bij. Het eiland mag niet worden bewoond. Ze hebben hem weliswaar uitgenodigd om in het gebied te komen werken, maar dan in de nieuwe woonwijk. Veel te saai, vond Van Lieshout. Het eiland, dat wilde hij.

De ongemakkelijke situatie is te zien in zijn nieuwste film Die Insel, op zijn overzichtstentoonstelling in Brussel. Het eiland, in een kunstmatig meer nabij Dortmund, mocht niet worden bewoond of bebouwd, zelfs zwemmen was verboden. „Het water is heerlijk!”, roept Van Lieshout in een volgende scène, zwemmend, waarna hij uiteraard het eiland op gaat. Zich verschuilend in de struiken loert hij naar die woonwijk aan de overkant.

Waarom zo’n isolement, terwijl hij bekend staat om zijn films over mensen, familie, drukte, vol gesprekken waarin hij geen blad voor de mond neemt? Ten eerste zegt hij dat hij wel zin had in afzondering, omdat hij net een druk samenwerkingsproject had afgerond. Ten tweede leek een eiland hem een metafoor voor vluchtelingen, Europa, actualiteiten. Is dat niet waar kunst over moet gaan?

Hier kan hij vrij zijn!

Zodoende vertrok hij naar het eiland, om geïsoleerd maatschappelijk geëngageerde kunst te maken. Het is er heerlijk, soms. In de film bezingt hij de vogels en planten. Hij praat vreugdevol met Ahmad, een Syrische vluchteling die hem assisteert. Hier kan hij als kunstenaar vrij zijn! Met houtjes en rozebottels speelt hij kroeggesprekken van het vasteland na.

Als hij van stenen een toren heeft gebouwd met daarin een foto van gewapende mannen, blijkt een buurtbewoner een klacht te hebben ingediend tegen dit ‘geweld verheerlijkende’ monument. Geen slechte publiciteit, vergoelijkt de curator die maar blijft bemiddelen – bewoners sussend en toch Van Lieshouts artistieke vrijheid garanderend. Intussen blijven de bewoners in hun villa’s, en Van Lieshout op zijn eiland. Het stinkt hier naar stront, zegt hij, en laten we dat maar letterlijk én figuurlijk opvatten.

Daar zit hij, vrij en geëngageerd

Dus daar zit hij dan, vrij en geëngageerd te zijn, terwijl zijn monologen versomberen. Hij is een Robinson Crusoe, een Henry Thoreau, weggevlucht van de wereld waar hij zich nu enkel via metaforen toe verhoudt. De herfst treedt in, het hout rot, vogels trekken weg, en uiteindelijk verdrinkt hij de camera in het water – dan maar geen beeld.

Van Lieshout wilde een film maken die nu eens niet over hemzelf ging, vertelt hij bij de preview. Dat is niet gelukt. Zoals alle films van Woody Allen over Woody Allen gaan, gaan alle films van Erik van Lieshout toch over Erik van Lieshout. Die Insel is een filmportret van een razende kunstenaar die worstelt met kunst, de wereld en zichzelf. Het is het slotstuk van de tentoonstelling ‘The Show Must Ego On’. Dit overzicht van recente films en tekeningen laat zien hoe zijn bad boy-provocaties thematisch zijn verbreed richting genuanceerde politieke onderwerpen.

Het overzicht begint onverwacht gezellig. In een monumentaal fotodecor van knipsels uit woonbladen – ‘De woonkamer van Corine is ruim en knus’ staat op de muur – kun je liggend op een Marimekko-achtig tapijt video’s kijken. Het is warm en smaakvol, tot het gat dat Van Lieshout in de muur hakte. Daarachter begint een tunnel zoals hij die maakte in de Hermitage in St. Petersburg. Dat was tijdens de omstreden Manifesta in 2014 met alle commotie over censuur, Pussy Riot, homorechten, Poetin, Krim. Daarop dook hij de museumkelders in om de leefomstandigheden te verbeteren van de katten die er wonen. Met mandjes, kasten, verf, stoffen creëerde hij ondergronds een poezenrevolte. Valt de Krim buiten je macht, begin dan bij poezen.

Meer van deze thema’s – wegvluchten, onderduiken, engagement – zien we aan weerszijden van de tunnel terug in de films Janus, over Rotterdam-Zuid en Dog, over asielzoekers. En voor wie hoopte op licht aan het eind van de tunnel, nee – daar beland je in de Haagse Schilderswijk. Elf geweldige monumentale collages memoreren de rellen aldaar. Deze rauwe houtskooltekeningen met plakplastic erop, felkleurig als verkeersborden, glad als ME-uniformen, hard en hyper, zijn gemaakt met hetzelfde vakmanschap als zijn films: ogenschijnlijke chaos, maar geraffineerd opgebouwd uit een strak geregisseerde complexiteit.

Intussen zijn de fraaie interieurs uit het begin opgelost, vervangen door frames en hekken. Niet om bordkartonnen lifestyles omver te werpen, maar meer om – zo lijkt het – alles te willen uitpluizen en ontleden. De hele expositie is een fascinerende draaikolk van betekenissen, verteerbaar dankzij zijn onverminderd tragikomische aanpak. Janus gaat over een man die is gestorven aan een ziekenhuisbacterie. En dus gaat Van Lieshout verkleed als bacterie de straat op – als kunstenaar middenin de samenleving.

Zo gaat dit oeuvre er voortdurend over of kunst iets kan betekenen. Dat kan het. Na zijn Russische film hoorde Van Lieshout dat de kattenverzorgsters in de Hermitage een wasmachine hebben gekregen. Dus wie denkt dat kunst geen verschil kan maken: zeker wel. Al is dat verschil een wasmachine.