Kabinet wil onduidelijkheid rond levenseinde wegnemen

Euthanasie Het kabinet zet een belangrijke stap in een jarenlange discussie. Maar er zijn nog veel vragen.

Inschrijfformulier van de Levenseindekliniek. Foto Lex van Lieshout/ANP

Ouderen die een eind aan hun leven willen maken omdat ze het als voltooid zien, moeten de mogelijkheid krijgen dit te doen. Dit schrijven ministers Schippers (Zorg, VVD) en Van der Steur (Justitie, VVD) woensdagavond in een brief aan de Tweede Kamer. Zij willen aanvullende wetgeving waarmee ouderen uit het leven kunnen stappen wanneer zij dat leven ondanks goede gezondheid ervaren als een te zware last of geen mogelijkheden meer zien tot een zinvol bestaan. Dat dit plan nog deze kabinetsperiode wordt gerealiseerd is niet reëel.

Een overheid die de zelfgekozen dood van niet-zieke mensen faciliteert is zeer uitzonderlijk. Het bevestigt de reputatie van Nederland als vooruitstrevend land op het gebied van de zelfgekozen dood. Een positie die ons land heeft ingenomen sinds de invoering van de euthanasiewet (2002), toen euthanasie onder strikte voorwaarden mogelijk werd. Wanneer twee artsen onafhankelijk van elkaar „ondraaglijk en uitzichtloos” lijden vaststellen bij een patiënt, is euthanasie sindsdien mogelijk.

Het kabinetsvoornemen betreft een groep die niet onder de huidige wet valt. Mensen bij wie geen ziekte, dementie of psychische aandoening vastgesteld kan worden – zelfs geen „stapeling van ouderdomsklachten” die leiden tot een ondraaglijk leven. Gezonde mensen, die desondanks het leven niet meer zien zitten.

Veel vragen, nog geen antwoorden

Hoe vooruitstrevend ook, het kabinetsinitiatief roept veel vragen op. Om hoeveel mensen gaat het? En wanneer is iemand eigenlijk oud genoeg om aanspraak te kunnen maken op de regeling? Daar geeft het ministerie vooralsnog geen antwoord op.

Ook dringt de vraag zich op wie straks de knoop kan doorhakken over de vraag of het leven van een oudere als ‘voltooid’ beschouwd moet worden. De ministers geven het begin van een antwoord in hun brief. Een onafhankelijke en speciaal daarvoor opgeleide stervenshulpverlener – een nieuwe beroepsgroep – zou een verzoek tot zelfgekozen dood kunnen begeleiden. Er moet sprake zijn van een „weloverwogen en duurzame wens die in vrijheid tot stand is gekomen.”

NRC peilde de mening van gewone Nederlanders over de euthanasiepraktijk en schreef over thema’s die hen sterk bezighouden. Lees hier ons euthanasiedossier.

De ministers zien ook de gevaren: een doodswens die in „een opwelling” opkomt – bijvoorbeeld door plotseling liefdesverdriet of direct na een ernstig ongeval - „zal niet als een bekwame en duurzame beslissing kunnen worden beschouwd.” Uit gesprekken die de stervenshulpbegeleider voert met de patiënt moet blijken of er geen mogelijkheid meer is het leven draaglijker te maken, en of er geen druk van familieleden is om het leven te beëindigen. Ook voor deze groep mensen zou een onafhankelijke, tweede beoordeling moeten komen – net zoals nu bij reguliere euthanasieverzoeken het geval is.

Het initiatief is een reactie op een langlopende discussie over het voltooid leven, in 1991 aangezwengeld door rechtsgeleerde Huib Drion. Hij pleitte voor vrije verstrekking van zelfdodingsmiddelen aan ouderen. De laatste jaren werd in Den Haag stevig gelobbyd door belangenvereniging NVVE voor een dergelijke pil. Maar de beste lobby is de praktijk, die het kabinet reuzenstappen voor is.

Zo is het al jaren mogelijk in het geheim pillen en poeders in het buitenland te bestellen waarmee het ‘voltooide leven’ beëindigd kan worden. De NVVE gaf begin dit jaar in NRC voor het eerst toe dat het ouderen zelf helpt aan zulke buitenlandse adressen. In China is betrouwbaar poeder te verkrijgen, in Mexico een drankje. Probleem was dat dit soort belangenverenigingen een eigen afweging maakten of een oudere voldoende leed om een adres te verstrekken. Daar was geen enkele controle op. Het Openbaar Ministerie gedoogde zulke ‘zelfeuthanasie’ – ook als familie een helpende rol speelde op de achtergrond.

Lees ook reacties uit de zorgsector. ‘Je maakt willens en wetens iemand dood’

‘Dood, dood. Dat het over is’

De overheid stond erbij, keek ernaar, en zorgde ervoor dat in families grote onduidelijkheid heerste over de praktijk. Zo vertelde een vrouw in NRC dat ze haar vader had geholpen met het vermalen van zelf bestelde dodelijke pillen in een vijzel toen hij niet meer wilde leven. Na zijn dood was de politie gekomen, hadden agenten de kom vla meegenomen, en zat de vrouw maandenlang in onzekerheid of ze aangeklaagd zou worden. Dat gebeurde niet.

De verwachting was dat de onderzoekcommissie voltooid leven in februari duidelijkheid zou scheppen over hulp bij zelfdoding en de mogelijkheden rond het voltooide leven. De teleurstelling bij belangengroepen was groot toen de commissie constateerde dat de huidige euthanasiewet voldeed. Er waren geen extra juridische mogelijkheden nodig voor de groep mensen die niet ziek is, maar wel ‘klaar met leven’, want de meeste mensen konden al geholpen worden onder de huidige euthanasiewet. Het kabinet blijkt dat nu anders te zien en beschouwt mensen die hun leven voltooid achten wel degelijk als op zichzelf staande groep. Wel lijkt duidelijk dat ‘zelfeuthanasie’ niet de voorkeur heeft van het kabinet; dat zet in op de sturende rol van een stervenshulpbegeleider.

Die zorgverlener wacht een zware taak. Daarvoor is een voorbeeld uit de geruchtmakende documentaire De Levenseindekliniek (2016) tekenend. In de film wordt onder meer de 100-jarige Ans Dijkstra gevolgd. Zij is niet ziek, maar geeft aan niet meer te willen leven. Met familie en vrienden gaat ze naar het strand. Na afloop straalt ze. De dokter zit bij haar. „Vandaag wil ik niet dood”, zegt Dijkstra. Maar normaal gesproken heeft ze die wens wel, vertelt zij. Wat is uw diepste wens, wordt haar gevraagd. „Dood. Dood. Dat het over is. [...] Mijn nadeel is dat mijn hoofd goed werkt. Ik kom te goed over. Ik kan niet doen alsof ik doorgedraaid ben.”

Wat doet de stervenshulpbegeleider dan?