Interview

Het succes stijgt de alleenheerser naar het hoofd

©

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan roept in Nederland heftige reacties op. Veel Turkse-Nederlanders hebben kritiekloze bewondering voor de man die van Turkije een economische en politieke grootmacht maakte en die internationaal respect afdwingt. Anderen zien hem als een autocraat die Turkije wil islamitiseren en steeds meer macht naar zich toetrekt. De mislukte staatsgreep van 15 juli en de grootscheepse zuiveringen die daarop volgden, hebben de verhoudingen op scherp gezet.

Met zijn boek Erdogan in een notendop wil Joost Lagendijk tegenwicht bieden tegen het zwart-witdenken. Daar lijkt hij de juiste auteur voor. Als oud-europarlementariër voor Groenlinks (1998-2008) en Turkije-rapporteur voor het europarlement ontmoette hij Erdogan diverse keren. Daarbij is hij getrouwd met de Turkse tv-journaliste Nevin Sungur, telg uit een streng-seculiere familie. En na zijn vertrek uit Brussel ging hij lesgeven aan de Süleyman Shah universiteit in Istanbul en schreef hij columns voor de krant Zaman, beide gelieerd aan de Gülenbeweging.

Lagendijk schetst een afgewogen beeld van Erdogan. Hij heeft waardering voor zijn charisma, zijn politieke instinct en zijn daadkracht. Maar hij oordeelt hard over zijn toenemende machtshonger. Hij zet Erdogan neer als een pragmatische machtspoliticus, die al snel beseft dat verkiezingen winnen in Turkije niet genoeg is om de macht te behouden. ‘Daarvoor is het in bezit nemen van de staat noodzakelijk. Daarvoor moeten tegenstanders binnen overheidsinstellingen worden uitgeschakeld en verwijderd.’

Want Erdogan is een vertegenwoordiger van de ‘zwarte Turken’, de gelovige moslims van het platteland die in de eerste tachtig jaar van de Turkse republiek niets in te brengen hadden. Hij is niet de eerste islamitische politicus die het opneemt tegen de seculiere elite die sinds Atatürk de dienst uitmaakt. Maar terwijl anderen stuitten op de macht van het leger, weet hij stapje voor stapje de overheid in zijn greep te krijgen.

De successen stijgen Erdogan echter naar het hoofd, stelt Lagendijk. Hij wil een correctie op het strenge secularisme van Atatürk die volgens Erdogan te radicaal brak met het Ottomaanse Rijk. Dat betekent een sterkere president en een grotere rol voor de islam in het openbare leven. Maar volgens Lagendijk is van de invoering van de sharia geen sprake. Daarvoor is Erdogan te veel een kind van decennia staatssecularisme.

Lagendijk eindigt zeer kritisch. Hij noemt Erdogan een ‘alleenheerser’, die geen rekening houdt met de helft van de bevolking die niet op hem stemde. Na de coup lijkt niets hem in de weg te staan om in 2023 zijn droom van een Nieuw Turkije te verwezenlijken. Toch vraagt Lagendijk zich af of hem dit wel gaat lukken. Want door zijn autoritaire optreden ondermijnt Erdogan de randvoorwaarden voor zijn eigen succes en wakkert hij de spanningen in Turkije aan.