Ethiopische jongeren doen autoritair regime wankelen

Het is al maanden onrustig in Ethiopië. Nu krijgt het protest het karakter van een opstand. Waarnemers geven het autoritaire regime weinig kans meer.

Foto Tiksa Negeri/Reuters

De onlusten in Ethiopië hebben een keerpunt bereikt. Na drie dagen was het Ethiopische leger begin deze week er nog steeds niet in geslaagd alle stapels keien op te ruimen. Die stenen sleepten betogers aan om de weg voor het leger te blokkeren naar Africa Juice, het Nederlandse bedrijf dat ze vorige week vernielden en bestolen.

Drie dagen lang vonden er gevechten plaats waarbij de betogers buitgemaakte wapens gebruikten. Dit zijn geen plaatselijke protesten meer tegen buitenlandse bedrijven, maar een massale opstand die een einde kan maken aan het in 1991 aan de macht gekomen bewind van het Ethiopische Democratische Volksfront (EPRDF). Het regime voelde zich zodanig bedreigd dat het voor het eerst in een kwart eeuw deze week de noodtoestand uitriep.

Mogelijk meer dan zestig bedrijven liepen bij de laatste golf van vernielingen schade op, van onder meer Nigeriaanse, Nederlandse en Turkse eigenaren die joint ventures waren aangegegaan met de Ethiopische overheid.

Buitenlandse bedrijven doelwit

Het recente geweld begon eerder deze maand, nadat een religieus festival uit de hand was gelopen toen betogers politieke slogans riepen en er een stormloop ontstond. Hierbij kwamen ten minste vijftig burgers om. Het is al bijna een jaar onrustig in Ethiopië, eerst in de regio Oromiya rond de hoofdstad Addis Abeba, later ook in noordelijker gelegen regio Amhara.

De crisis begon vorig jaar toen de overheid het grondgebied van Addis Abeba wilde uitbreiden ten koste van het omliggende gebied van de Oromo’s, met de Amharen de grootste bevolkingsgroep van het land. De regering trok na protesten het besluit in maar toen was het hek al van de dam.

Het harde optreden van leger en politie wakkerde de onvrede aan. Plaatselijke bestuursraden werden overgenomen door betogers, sommige politieagenten sloten zich bij demonstranten aan en door stakingen kwam economische activiteit in vele steden stil te liggen.

De demonstraties veranderden in rellen en nu nemen ze de vorm aan van een opstand. „We naderen het kantelmoment”, vertelt een bron in Addis Abeba.

Karakter van een opstand

In en rond de hoofdstad valt momenteel onder de bevolking geen goed woord meer te horen over het regerende EPRDF, dat sinds een kwart eeuw het land stabiliseerde en een opmerkelijke economische groei teweegbracht.

Bij de machtsovername in 1991 dreigde Ethiopië te desintegreren door acties van tientallen, deels op tribale achtergrond gebaseerde gewapende groepen. Op autoritaire wijze dwong het EPRDF eenheid af en daarbij was, evenmin als in de afgelopen paar eeuwen van het Ethiopische rijk, geen plaats voor democratie.

Het is nu de vraag of het inmiddels niet te laat is voor het EPRDF om meer democratische vrijheden toe te staan, zoals de betogers eisen.

Wanneer bij verkiezingen de regeringspartij honderd procent van alle zetels wint, zoals vorig jaar, zou dat de machthebbers moeten alarmeren. Pas na de onlusten zei premier Haile Mariam Desalegn dat die verkiezingsuitslag aantoont dat de oppositionele geluiden niet meer worden gehoord. Enkele jaren geleden zei hij nog:

„De Ethiopiërs zijn te onderontwikkeld om weloverwogen en intelligente besluiten te nemen, wegens slecht onderwijs en analfabetisme. Daarom moeten verstandige voormannen het volk leiden.”

Contact verloren

„We moeten een dialoog aangaan met de bevolking”, luidt nu pas het officiële mantra van het EPRDF en van premier Desalegn. Jongeren tussen 15 en 30 jaar maken meer dan een kwart van de bevolking uit en zij voeren de protesten aan. Door het betere onderwijs gaan ze naar school, ze hebben toegang tot internet (als de regering dat niet afsluit tijdens onlusten) en willen dat hun grieven gehoord worden. Maar de overheid, ouderwets autoritair en betuttelend, heeft het contact met hen verloren.

En dat roept de vraag op of met toenemende bevoegdheden voor de landelijke politie door de noodtoestand de opstand nog kan worden onderdrukt. Of dat met hervormingen de woede alsnog kan worden geneutraliseerd. Waarnemers hebben weinig vertrouwen in de laatste optie.