Recensie

Is De Nix inderdaad hét buzzboek?

Roman Deze aangeprezen roman van Nathan Hill is een geramde hit en een blauwdruk voor een smakelijke tv-serie. Maar is het ook de beloofde ‘Great American Novel’?

Foto Wikimedia Commons

1410CUL Nix NL

Bepalende keuzes, die staan centraal in De Nix, het monumentale debuut waaraan de Amerikaan Nathan Hill (1976) tien jaar heeft gewerkt. Het gaat over hoofdpersoon Samuel Anderson, bijvoorbeeld, ooit een veelbelovend schrijver maar nu een middelmatige literatuurprofessor aan een kleine universiteit, een man die grote delen van zijn werkdag vergooit aan het spelen van online Elfscape. Een slapzak, ook. Iemand die ‘wilde dat zijn vlees versmolt tot dauw’. Die zich kleiner voelt dan zijn lichaam, ‘alsof zijn geest was gekrompen. Hij gaf in vliegtuigen altijd zijn stoelleuningen op, was op trottoirs altijd degene die opzij ging’.

Samuel groeide op met een kinderboeken-reeks die ‘Kies je eigen avontuur’ heette, waarbij hij verschillende paden in het verhaal kon bewandelen door op kernmomenten een keuze te maken. Linksaf of rechtsaf? Zoals Samuel in het echte leven ooit moest kiezen tussen een dwingend verzoek van een vriend of de verwezenlijking van zijn jeugdliefde voor Bethany, het wonderkind op viool. En natuurlijk verkeerd koos.

Of neem Samuels verdwenen moeder Faye, die opgroeide in landelijk Iowa en koos voor een studie in het Chicago van 1968, een stad getekend door de botsing van establishment en tegencultuur, en die er later voor zou kiezen haar gezin – en de jonge Samuel – in de steek te laten.

Of neem de grootvader van Samuel, Faye’s vader, Fridtjof Andresen, die als jonge visser in arctisch Noorwegen voor de keus stond: blijven en de Duitse bezettingsmacht trotseren, of met het schip koers zetten naar IJsland en dan: Amerika. Generaties van keuzes die in deze roman allemaal verwant blijken. En waarin een nix, een huisgeest uit Noorse volksverhalen, zowel in metaforische als reële zin een belangrijke rol speelt.

Het onderzoek dat Samuel doet naar de redenen waarom zijn moeder ooit wegging, wordt in gang gezet wanneer er, in de nazomer van 2011, brekend tv-nieuws is: ‘Gouverneur Sheldon Packer is aangevallen’. ‘En een tijdje is dat het enige wat iedereen weet’, schrijft Hill, ‘dat hij is aangevallen. Een paar duizelingwekkende minuten heeft iedereen dezelfde twee vragen: is hij dood? En: zijn er beelden?’

Het verhaal

Packer, een rabiaat-rechtse politicus, is niet dood, maar slechts bekogeld met handjes grind door een oudere vrouw. Wie is die vrouw? Met elke snipper informatie worden de koppen vetter en vreemder. LERARES VALT GOUVERNEUR PACKER AAN! wordt RADICAAL UIT DE JAREN ZESTIG VALT GOUVERNEUR PACKER AAN! wordt RADICALE HIPPIE-PROSTITUEE VERBLINDT GOUVERNEUR PACKER IN HEFTIGE AANVAL! Wat er niet in die koppen staat, is dat de vrouw in kwestie de moeder van Samuel Anderson is.

Anderson heeft zijn moeder – die nu terecht moet staan – allang gerangeerd naar een vergeethoekje van zijn brein, maar hij heeft ook een probleem: gedonder op de universiteit en een ongeduldige redacteur, de zelfverklaarde ‘spraakmaker’ Periwinkle, die geen boeken produceert, maar ‘belangstelling, aandacht, betovering’. Een boek is slechts verpakking, een omhulsel, aldus Periwinkle, maar na tien jaar wil hij wel graag zo’n omhulsel zien voor het gigantische voorschot dat hij Anderson ooit gaf. Anderson heeft geen boek, maar wel zijn voorschot opgesoupeerd. Om een faillissement af te wenden, houdt hij Periwinkle een wortel voor: een afrekening met de vrouw die gouverneur Packer aanviel, door haar eigen zoon. Daar zit natuurlijk brood in.

Zo begint een verhaal dat door de tijd springt – het 1968 van de uit de hand gelopen Democratische conventie in Chicago, 1988, het jaar waarin Faye haar gezin verliet, en 2011 – en dat de levens verbindt van drie generaties.

Is het echt een great American Novel?

De Nix was op internationale literatuurbeurzen hét buzz-boek: een hyper-ambitieuze ‘Great American Novel’ waar fel op geboden werd. Dat is een reden om op je hoede te zijn. Er worden de laatste jaren nogal wat Amerikaanse bakstenen redeloos opgeklopt, waarna het effect ontstaat dat uitgevers er zo veel voor betalen, dat ze alles op alles moeten zetten om dat geld terug te verdienen, met meer opkloppen tot gevolg. Dat zagen we bijvoorbeeld vorig jaar bij Garth Risks Hallberg totaal mislukte Stad in brand. Maar meteen maar ter geruststelling: ik heb me ontzettend vermaakt met De Nix. Hoewel de aard van het boek een andere is, dan sommige ronkende kreten ons willen doen geloven.

De term Great American Novel wordt sinds 1867 gebruikt als promotiemateriaal. Een greep uit de boeken die het predikaat hebben gekregen.

In de kern is De Nix een soms wat te breed uitwaaierende, maar hoog-energetische blauwdruk voor een smakelijke televisieserie, die er overigens ook gaat komen. (En ik ga kijken.) Het boek stikt van de verhaal-ideeën, scherpe observaties en wendingen die de oren doen klapperen, zelfs als ze soms tegen de grenzen van de geloofwaardigheid opbotsen.

Bovendien is Hill erg geestig wanneer hij inzet op satire: hij ridiculiseert doeltreffend de hijgerige hedendaagse media, het cynische van het übercommerciële boekbedrijf, de wijze waarop overgevoelige (en luie) studenten het academisch leven terroriseren. De constructie van het boek – vele cliffhangers! – en de soepele verteltrant pakken je bij de lurven en binden je op de koeienvanger van een voortsnellende trein. Het is, kortom, zo’n boek dat goede zin aanwakkert door te lezen.

Maar het is ook goed stil te staan bij wat De Nix níét is. Hier is geen sprake van baanbrekende literatuur, op stilistisch noch op filosofisch niveau, en dat diskwalificeert het boek voor dat illustere label van Great American Novel. Het is vermakelijk en vlot geschreven, jazeker, maar wel in een idioom dat we van commerciële literaire fictie kennen. Zoals ook alle losse eindjes volgens commercieel procedé keurig aan elkaar zijn geknoopt. Dat maakt het een geramde hit, goed voor vele uren leesplezier, maar ook rijp voor de vergetelheid.

Wat uiteindelijk helemaal niet erg is. Wat zeg ik: prima zelfs.