De Britten evolueerden de afgelopen 2.000 jaar nog

Britten zijn de laatste 40 jaar dikker geworden, maar de laatste 2.000 jaar werden ze slanker, langer en blonder. Foto joegolby

De Britten evolueren nog. Ze krijgen een lichtere huid en haren en worden langer. Mannen krijgen een lager BMI, vrouwen bredere heupen en baby’s grotere hoofden.

Dit zijn genetische aanpassingen van de afgelopen 2.000 jaar. Genen voor een langer postuur en lichtere haarkleur zijn in die tijd steeds algemener geworden in de Britse bevolking.

En niet alleen de Britten evolueren. Dezelfde genetische verschuiving voltrokken zich waarschijnlijk ook bij andere West-Europeanen.

Dat schrijven genetici van Stanford University vrijdag in Science. Zij gebruikten Britse gegevens omdat van duizenden Britten inmiddels de hele erfelijke code (het genoom) in openbare gegevensbanken voor onderzoek beschikbaar zijn.

Volgens de evolutietheorie worden positieve mutaties bevoordeeld en nadelige mutaties uit de populatie gewied, via natuurlijke of seksuele selectie. Maar in de praktijk is het lastig die genveranderingen waarmee dat gebeurt aan te wijzen.

Tibetanen

Voor extreem succesvolle, oude mutaties met grote biologische gevolgen lukte dat nog wel. Bij Tibetanen is bijvoorbeeld een mutatie gevonden die verhindert dat ze op grote hoogte te veel rode bloedcellen aanmaken, waardoor hun bloed gevaarlijk dik zou worden. En de meeste West-Europeanen dragen een mutatie waardoor ze een leven lang melk kunnen drinken zonder diarree te krijgen.

Maar de meeste mutaties zijn niet van die evolutionaire knallers. Veel erfelijke eigenschappen, zoals lengte, worden niet door één gen beïnvloed, maar door honderden. Elk van die genen heeft een subtiel effect. Het kost bovendien tijd voordat een voordelige mutatie zich door een populatie heeft verspreid. Daardoor was het lastig zulke recente mutaties met kleine, positieve effecten te detecteren. De Stanfordgenetici ontwikkelden een nieuwe analysemethode waarmee dat wel lukt.