Recensie

Schitterende ode aan leven en dood

Het kleine team van Park Tilburg is erin geslaagd om in de voormalige Maria Goretti-kapel een tentoonstelling samen te stellen die op vele manieren verbluffend is.

Guido van der Werve, Nummer acht, Everything is going to be alright. Foto: Ben Geraerts

Als de tentoonstelling ‘Waan’ – met werk van zes videokunstenaars in het Tilburgse Park – ergens over gaat, dan is het schoonheid. Het kleine team van Park (Linda Arts, René Korten, Reinoud van Vught en Rob Moonen) is erin geslaagd om in de voormalige Maria Goretti-kapel een tentoonstelling samen te stellen die op vele manieren verbluffend is. Verbluffend vanwege de inrichting (museaal, met minimale middelen), vanwege de vruchtbare samenwerking: Van Vught mocht een keuze maken uit de ongeveer zeventig videowerken omvattende collectie van de Rabobank. En niet in de laatste plaats verbluffend vanwege die kunst.

Natuurlijk kent (bijna) iedereen het iets meer dan 10 minuten durende werk Nummer Acht (2007) van Guido van der Werve. Over de ijsbreker die door het ijs van de Finse golf breekt terwijl een piepklein mannetje (Van der Werve zelf) stug voor de boeg loopt, is al veel geschreven. Maar nog nooit is het werk zo monumentaal gepresenteerd als in Park, waar het als ongeveer vijftien meter hoog ‘altaarstuk’ de hele achterwand van de ruimte in beslag neemt.

Korte, filmische gedichten

Reinout van Vught selecteerde uit werk van jonge en oude kunstenaars. Van de in 2014 overleden Ger van Elk zijn twee dromerige 8mm-films te zien (overgezet op video), waarin de nog piepjonge kunstenaar zichzelf en het wateroppervlakte van een sloot aan experimenten onderwerpt. Het zijn korte, filmische gedichten die mooi congrueren met het werk van de jonge Emma van der Put (1988), die in Fountain (2014) de camera een kort ballet laat aangaan met de oppervlakte van een beeldenpartij in een fontein bij Paleis ’t Loo.

Op de vide van Park is de installatie What will Come (has already come) van William Kentridge te zien. De Zuid-Afrikaanse virtuoos verbeeldt met behulp van een cilindrische spiegel, een ronde tafel en geprojecteerde anamorfoses in vogelvlucht de geschiedenis van Zuid-Afrika.

‘Waan’ wordt georganiseerd in de slipstream van het Jeroen Bosch-jaar. En dat is voorstelbaar. ‘Waan’ appelleert aan gezichtsbedrog, gekte en luchtspiegelingen. Het meest ontroerende van alle ‘waan’-werken in Park is dat van de Nederlandse kunstenaar Erzsébet Baerveldt (196 8). Baerveldt laat in Pietá (1992) zien hoe mooi waan ook kan zijn. Pianomuziek knerst in je oren, alsof een langspeelplaat met een schep zand erop wordt afgedraaid op een stokoude platenspeler. Op het scherm verschijnen sepiakleurige en gekreukte beelden. Op een gehavende binnenplaats is een vrouw in de weer met een vrouwenbeeld van natte klei. Met al haar krachten probeert ze het lichaam in beweging te krijgen. Knieën worden gebogen, het bovenlichaam wordt omhelsd. Het lichaam eindigt in stukken. Een schitterende ode aan leven en dood.