Recensie

Overpeinzingen over yoga, Kant, Beethoven en het moederschap

Laura van Dolron vraagt zich in ‘Wij’ af waarin vluchtelingen en migranten eigenlijk moeten integreren.

Scènefoto uit Wij. Foto Kamerich & Budwilowitz

Het lukt Laura van Dolron in haar nieuwe voorstelling Wij alleen als ze de naam ‘Aylan’ uitspreekt; met een enkel woord exact hetzelfde beeld oproepen bij een zaal vol uiteenlopende mensen. In haar zoektocht naar wie ‘wij’ zijn in deze verdeelde maatschappij, vertelt Van Dolron een anekdote over de Russische schrijver en componist Boris Pasternak.

Toen Pasternak in 1937 op een schrijverscongres ‘nummer 30’ tegen een zaal riep, schoot in de geesten van alle aanwezigen spontaan het betreffende Shakespearesonnet. Maar anno 2016 is de naam van een verdronken kleuter de gemakkelijkste manier om een gedeelde emotie op te roepen.

Het is een van de sterke momenten in de voorstelling, waarin Van Dolron zich als zwangere moeder verplicht voelt af te vragen waarin vluchtelingen en migranten eigenlijk moeten integreren. Een vraag die interessant blijft om te stellen en die bij Van Dolron leidt tot een 75 minuten durende aaneenschakeling van grappige, ironische maar ook meer serieuze overpeinzingen over Beethoven, Kant, yoga en het moederschap.

Alleen op een podium, af en toe nippend van een theetje, doet Van Dolrons stand-up filosofie in Wij soms denken aan de tijdlijn van de twitterende, en what’s appende yuppen die ze viseert in haar voorstelling. Sommige ideeën raken, sommige zijn vluchtig uitgewerkt, andere krijgen extra lading door hun opeenvolging – zoals Pasternak en Aylan – een deel glijdt onopgemerkt voorbij. Want soms lijkt Van Dolron wel erg te preken voor eigen, zelfbewuste parochie.