Overleven op acht vierkante meter

Thuistelers krijgen in de stad Groningen geen sociale huurwoning meer, ook niet als hun minderjarige kinderen eronder lijden. De andere kant van een streng hennepconvenant.

Het motorbootje Dino op het Paterswoldsemeer. De gezinscoach maakt zich „ernstige zorgen” dat de kinderen geen vaste woonplek hebben. Foto's Sake Elzinga

De steiger van de jachthaven is spekglad. Het heeft gehageld. Een jongetje van drie turven hoog huppelt eroverheen alsof hij zijn zwemdiploma al heeft gehaald. Hij is op weg naar huis. Naar een wiebelige motorboot die luistert naar de naam Dino en die ligt afgemeerd in een vergeten hoekje van het Paterswoldsemeer.

Het gezin woont op opa’s bootje. Vader, moeder, allebei met een Wajonguitkering, en hun twee jongste kinderen – de oudste dochter van veertien logeert bij familie. Met z’n vieren kamperen ze op een krappe acht vierkante meter. Met een tv’tje en een butagasstel, zonder douche, wc en wasmachine – daarvoor moeten ze naar het havengebouw, vijftig meter verderop.

121BINboot_groningen2_2k

We hebben geen keus, vertellen de ouders op voorwaarde dat NRC hun namen niet noemt. Toen er hennep was gevonden in hun huurhuis in de wijk Vinkhuizen, zette de gemeente Groningen de moeder met drie minderjarige kinderen pardoes op straat. En daar staan ze tien maanden later nog steeds. Alle woningcorporaties in de stad weigeren het gezin een huurwoning. Ondanks hulp van het Leger des Heils dat een eengezinswoning voor de familie wil huren. En ondanks een brandbrief van een bezorgde tante aan de burgemeester.

brief

Thuistelers moeten de stad uit

Hoe kan dat? Hoe komt het dat alle woningcorporaties een gezin met drie schoolgaande kinderen een urgentieverklaring en een huurwoning blijven weigeren? Burgemeester Peter den Oudsten (PvdA) wijt dat aan het Hennepconvenant, schrijft hij tante op 29 september. „Er is een afspraak met woningcorporaties in de stad”, antwoordt hij, „waarin staat dat bij een strafbaar feit als gepleegd door de vader, men twee jaar niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning in de stad.”

Stoere spierballentaal in het sociale Groningen, een door D66, PvdA, GroenLinks en VVD bestuurde gemeente die zich profileert als stad met ‘hart voor mensen aan de onderkant’. Thuistelers moeten de stad uit, of hun minderjarige kinderen er nu onder lijden of niet. Dat hebben alle woningcorporaties zo afgesproken met elkaar, met de politie en het Openbaar Ministerie, de netbeheerder en de gemeente in de persoon van de burgemeester.

Maar advocaat Tim Bodewes van het Groningse kantoor Bout Advocaten, het Leger des Heils Noord en het gezin lieten het er niet bij zitten. Als de gemeente op deze manier mensen uitsluit, zegt de raadsman, „moet je dat zien als een straf. En die straf kun je niet zonder wet opleggen.” Half september diende de advocaat een bezwaarschrift in bij de gezamenlijke woningcorporaties. Omdat dat pas op 8 november wordt behandeld en de winter in aantocht is, vroeg hij tegelijkertijd de rechter om een voorlopige voorziening.

Met succes. Afgelopen week wees de rechter die voorziening toe. Het gezin heeft wel degelijk recht op een urgentieverklaring, staat in de nog niet gepubliceerde uitspraak. Hennepteelt mag geen reden zijn om urgentie te weigeren. Daarvoor biedt het hennepconvenant volgens de rechter geen wettelijke grondslag. Kennelijk hebben in Groningen woningcorporaties de bevoegdheid te beslissen over urgentie, overweegt de rechter, maar nergens blijkt dat woningcorporaties ook de bevoegdheid hebben daarover regels vast te stellen.

De nog niet gepubliceerde uitspraak:

Op straat

Advocaat Bodewes is blij met het vonnis. De rechter haalt een streep door de Groningse praktijk dat woningcorporaties huurders urgentie weigeren alleen op grond van thuisteelt. Maar tegelijkertijd voorziet Bodewes dat de zaak nog niet een-twee-drie is opgelost. „De familie heeft nog geen huis, het straffe hennepbeleid is niet van tafel.” Zo kunnen woningcorporaties alsnog weigeren een huurovereenkomst met het Leger des Heils te sluiten omdat er een negatieve verhuurdersverklaring ligt.

Sturen de woningcorporaties in de stad Groningen daarop aan? Moet het gezin dan toch de stad uit? In de brief die de burgemeester aan tante schreef, hint hij daar wel op. „Er is bemiddeld met een corporatie in de regio en de verwachting is dat op zeer korte termijn het probleem is opgelost.” Die corporatie blijkt Acantus uit Veendam met 13.000 huurwoningen in Noordoost- en Oost-Groningen. Een woordvoerder bevestigt dat er een gesprek is gevoerd met „een medewerkster van het Leger des Heils”. Maar de huurwoning die de burgemeester het gezin in het vooruitzicht stelt, komt er niet. Althans niet via Acantus. „We vinden dat de corporaties in de stad dit probleem zelf moeten oplossen. Ze moeten dit niet doorschuiven naar de regio.”

121BINboot_groningen3_2k

Daarvan is burgemeester Peter den Oudsten nog niet op de hoogte. Zijn woordvoerder verzekert dat er voor het gezin een woning gevonden is in Veendam, ja buiten de stad. „De familie hoeft niet langer op het gammele bootje te wonen.” En de burgemeester hecht eraan te vermelden, zegt zijn woordvoerder, dat „hij zich niet kan vinden in de gang van zaken.” In welke gang van zaken? „De afspraak van de Groningse woningcorporaties om ook thuistelende gezinnen met kinderen op straat te zetten. Peter den Oudsten wil als burgemeester eerder en meer betrokken zijn.” Intussen blijkt ook dat de zwarte lijst van Groningse hennephuurders nooit bij de Autoriteit Persoonsgegevens is aangemeld, niet door de gemeente en ook niet door de woningcorporaties. Terwijl dat wel verplicht is. De samenwerkende Groningse woningbouwcorporaties verwijzen voor een reactie naar de gemeente.

Pling. De verslaggever krijgt een appbericht. „We mogen komen kijken!” Het gezin mag donderdag een huurwoning in de stad bezichtigen. Wel staat er nadrukkelijk bij dat de verhuurdersverklaring gecontroleerd wordt. „Als u niet voldoet aan onze voorwaarden, vervalt de woningaanbieding.” En daarvoor houden beide ouders hun hart vast. Hij: „De boot moet deze maand nog het water uit, de kant op.” Zij: „En dan staan wij weer met de kinderen op straat.”

Dit verhaal is tot stand gekomen op basis van gerechtelijke stukken, brieven en gesprekken met betrokken partijen.

Update 17.45 uur De woordvoerder van de Groningse burgemeester Peter den Oudsten belt na de publicatie van dit stuk. Er is deze donderdag een overleg ingelast tussen gemeente en woningbouwcorporaties. Uitgangspunt is dat de familie alsnog een huurwoning aangeboden krijgt in de stad. Daar zal de burgemeester persoonlijk zorg voor dragen, aldus de woordvoerder. ,,Er zijn kinderen in het geding. In deze stad zetten we geen kinderen op straat.”