Column

Onze koning móét te veel verdienen

©

Voorname Nederlanders die te veel verdienen: ik moet altijd wennen aan de woede die ze oproepen. Te veel verdienen is misschien verkeerd van de voorname Nederlanders, en misschien zelfs een schandaal – maar mij kan het nooit zoveel schelen.

Veel geluk in Aerdenhout of Wassenaar, denk ik dan. Ik hoop dat bij u de zon ook schijnt.

Nu is er weer de kwestie van de koning die door het rijk wordt gecompenseerd voor de vermogensbelasting die hij afdraagt. Op de site van RTL Nieuws staat een smakelijke reconstructie van verslaggever Roel Geraets, die het verhaal opdook in het Nationaal Archief.

De hele Haagse trukendoos is gebruikt: in het openbaar deden ze in 1973 alsof de koning vermogensbelasting ging betalen, intussen regelden ze via de achterdeur dat hij compensatie kreeg.

Dus op zichzelf begrijp ik dat de Tweede Kamer wil weten hoe dit zit. Evengoed heb ik er een ongemakkelijk gevoel bij. Net als bij al eerdere incidenten waarbij het koninklijk huis kwistig met de centen omsprong.

Dat hele koningshuis bestaat omdat het land waarde hecht aan voorname landgenoten in paleizen en koetsen. Van mij mag het morgen verdwijnen, dan beginnen we een republiek, maar er is behoefte aan die poppenkast.

Op Prinsjesdag wandel ik graag door de Haagse binnenstad. Duizenden burgers die met besmeerde broodjes naar de residentie zijn gereisd, de vlaggetjes hoopvol in de hand. Mensen met het innige verlangen hun koning en koningin te bewonderen – en alle onbereikbaarheid die daarbij hoort.

Je kunt natuurlijk vinden dat dit te duur is. Dan leg je Willem en Máxima bijvoorbeeld de balkenendenorm op, en degradeer je ze tot de Henk en Ingrid van het mondiale monarchiewezen.

Dat is zoiets als de waarheid liegen: een koning die niet meer te duur mag zijn, zal altijd zijn onbereikbaarheid, zijn status en dus zijn volk verliezen.

Mij lijkt dat Tweede Kamerleden, premiers en andere ministers nu wel genoeg hebben geklaagd over die koninklijke centen.

Of we houden op met die monarchie – mij best. Of we handhaven hem, dan geven we Willem, Máxima en hun hele familie jaarlijks een flinke zak geld en accepteren we dat het zaakje altijd te duur zal blijven.

Wat we nu telkens te zien krijgen, is een schaamteloze manifestatie van lafheid. Kamerleden die blijven klagen over de kosten van een instituut. Maar het niet aandurven het instituut af te schaffen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.