‘Meer onderzoek nodig naar alledaagse ziektes’

Volgens het adviesorgaan wordt te veel onderzoeksbudget besteed aan fundamenteel en specialistisch onderzoek.

Foto: LEX VAN LIESHOUT / ANP

In de universitaire ziekenhuizen wordt te weinig onderzoek gedaan naar veelvoorkomende ziektes en preventie. In plaats daarvan wordt te veel van het onderzoeksbudget besteed aan fundamenteel en medisch-specialistisch onderzoek. Dat schrijft de Gezondheidsraad, het onafhankelijke adviesorgaan van de overheid, in een rapport dat woensdag is verschenen.

Aan de acht universitair medische centra in Nederland vindt het grootste deel van het medische onderzoek plaats. In 2014 hadden zij een gezamenlijk onderzoeksbudget van 1,2 miljard euro, waarvan de helft werd verstrekt door het Rijk. De umc’s richten zich door het inkoopbeleid van de zorgverzekeraars steeds meer op complexe zorg, waardoor er steeds minder “gewone” patiënten worden behandeld, schrijft de Gezondheidsraad. Daardoor richt ook het onderzoek zich steeds minder op alledaagse zorgproblemen.

Invloedrijk is volgens de Gezondheidsraad ook dat steeds meer van dat budget wordt verdeeld door te kijken naar het aantal publicaties dat artsen in invloedrijke wetenschappelijke vakbladen hebben en hoe vaak zij door anderen worden geciteerd. Over sommige vakgebieden wordt minder vaak in hoog aangeschreven vakbladen gepubliceerd, bijvoorbeeld over huisartsengeneeskunde of de ouderenzorg. Artsen die onderzoek doen in die vakgebieden maken daardoor minder aanspraak op onderzoeksbudget, wat er volgens de Gezondheidsraad voor zorgt dat er te weinig aandacht wordt besteed alledaagse kwalen waar veel mensen mee te maken krijgen.

Maatschappelijke bijdrage

Volgens de Gezondheids moet er minder naar het effect van publicaties worden gekeken, en meer gewicht worden gegeven aan de maatschappelijke bijdrage die onderzoek levert. In zijn advies bepleit de raad dat ziektelast, zorgkosten en prevalentie mede bepalend moeten worden voor het bepalen van de focus van onderzoek. Ook bepleit de raad meer samenwerking door de umc’s met huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en wijkverpleegkundigen. Dubbelaanstellingen, waarbij artsen zowel in een umc als in andere zorgcentra werken, kunnen daarbij helpen. Ook adviseert de raad minister Schippers van Volksgezondheid te investeren in een fonds bestemd voor het gewenste onderzoek. Ook moet zij onder andere zorgverzekeraars en gemeenten stimuleren eveneens in dit fonds te investeren.

De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) laat bij monde van decaan van het Leids Universitair Medisch Centrum Pancras Hogendoorn weten zich niet te herkennen in de kritiek van de Gezondheidsraad. “Het lijkt alsof wij in een ivoren toren zitten, terwijl wij naar aanleiding van de Nationale Wetenschapsagenda onderzoek naar preventie bijvoorbeeld al veel langer omarmd hebben.” Ook dat de umc’s minder in zouden moeten zetten op fundamenteel onderzoek bestrijdt Hogendoorn. “De toegepaste medische praktijk kan niet zonder fundamenteel onderzoek. Bovendien heb ik niet de indruk dat Nederland nu zo sterk voorop loopt in de uitgaven aan fundamenteel onderzoek.”