Kraai blijkt specialist in vervoer

Nieuw-Caledonische kraai

Deze vogel is slim, dat was bekend. Maar bij het verplaatsen van voorwerpen blijkt hij nog handiger dan al gedacht.

Een internationaal trio gedragsonderzoekers meldt dat het een nieuw soort werktuiggebruik bij dieren heeft gevonden. En wel bij de beroemde Nieuw-Caledonische kraai of wipsnavelkraai (Corvus moneduloides). Dat is een erkende en veelzijdige werktuiggebruiker. In het wild én in gevangenschap gebruikt hij hele reeksen zelf vervaardigde of bijgewerkte werktuigen om bijvoorbeeld insectenlarven uit boomholten tevoorschijn te toveren. De vogels bewaren die voor later gebruik, en verbaasden al door in voorbereidende stappen te werken, met vooruitziende blik. Ze hebben nu iets schijnbaar eenvoudigers toegevoegd aan hun officiële lijst ambachtelijke technieken. Insteken-en-vervoeren noemen de onderzoeker het: ze manoeuvreren een takje in een uitsparing in een voorwerp en slepen het daaraan zo mee naar een gewenste plek, ook vliegend.

Die aanpak werd meerdere malen getoond door een mannelijke en een vrouwelijke Nieuw-Caledonische kraai, enkele jaren eerder uit het wild gehaald en nu gehuisvest in het Max Planck Instituut voor Ornithologie in Seewiesen, Duitsland. Het koppel werkt spontaan met dikkere en dunnere stokjes, een takje of een bamboestrip. Dat in wisselende combinaties met voorwerpen als een losse moer, een houten wielvorm met uitsparing, een toevallig aanwezige lege behuizing van een beukennoot en een plastic potje, iets kleiner dan dat voor fotorolletjes. Waar nodig voor hun manipulatie- en vervoersdoel gingen ze even weg om een handiger stokje zoeken. In één geval was het voorwerp te groot om gewoon in de snavel te nemen.

Overigens was de toepassing van de techniek niet echt nodig of nuttig. Gewetensvol beschrijven de onderzoekers uitvoerig alle mogelijke beoogde doelen, om dan toch te concluderen dat het hier om spel en onderzoek met vertier gaat (Animal Cognition, online).

Het kan heel goed dat deze veelzijdige kraaien deze techniek in de natuur gebruiken om bijvoorbeeld halfopen schelpen of grote huisjesslakken mee te voeren, wanneer gewoon snavelgebruik minder vat geeft. En misschien ook bij het nog even van afstand hanteren van prooien die ze nog niet helemaal vertrouwen vanwege bijt- of gifrisico’s. Dat moet nog worden uitgezocht.

    • Frans van der Helm