Column

Kleedkamerpraat

Het Nederlands heeft er sinds enkele dagen een nieuw woord bij: kleedkamerpraat. Het gaat om een vertaling van het Engelse locker room talk en de ontstaansgeschiedenis kan niemand zijn ontgaan. Volgens Donald Trump moet er niet te zwaar aan zijn opmerkingen over vrouwen worden getild, want het was slechts locker room talk. Hij was er zeker niet trots op, zei Trump in het debat met Hillary Clinton, maar bij hem waren het slechts woorden terwijl Bill Clinton....

In de Urban Dictionary, een online woordenboek van informeel Engels taalgebruik, is locker room talk momenteel de meest geraadpleegde uitdrukking. De definitie daar luidt: „The crude, vulgar, offensive and often sexual trade of comments guys pass to each other, usually in high school locker rooms. Exists solely for the purpose of male comedy and is not meant to be taken seriously.” („De grove, vulgaire, aanstootgevende en veelal seksuele praatjes die jongens uitwisselen, doorgaans in de kleedruimten van middelbare scholen. Dient uitsluitend als uitlaatklep voor mannenhumor, en is niet serieus bedoeld.”)

De Urban Dictionary kent locker room talk sinds 2009, maar het is ouder. Ik vond het sinds 1977 in de digitale leggers van Engelstalige kranten. Aanvankelijk werd het niet vaak gebruikt – althans niet in kranten – maar sinds de jaren negentig is het daar een gangbare uitdrukking.

Dat Trump zijn opmerkingen nu karakteriseert als locker room talk is slim. Hij probeert ze daarmee te bagatelliseren. Ach, jongens onder elkaar, jongens van de gestampte pot, simpelweg stoere matenpraat, zo gaat dat soms.

Tegelijkertijd is het een tamelijk domme poging tot bagatellisering, want de geluidsopnamen en beelden spreken voor zich. De essentie van echte kleedkamerpraat is dat die plaatsvindt bij een groepje mannen – doorgaans jonge mannen – onder elkaar. Zodra je een verslaggever in die kleedkamer zou neerzetten, met of zonder microfoon, zouden die praatjes meteen stoppen. Wat we in feite horen en zien op de Trump-tape is een megalomane oudere man (Trump was indertijd 59) die met stoere praatjes indruk probeert te maken op een jongere man.

Hoe dom ook, Trumps pogingen om zijn woorden te verzachten lijken wel degelijk vruchten af te werpen. In een tweet liet Trump weten dat hij woedend is op „the very foul mouthed Senator John McCain’’ (Trumps platheid lijkt geen grenzen te kennen), die hem had laten vallen vanwege „locker room remarks”. Het NOS Journaal maakte daarvan: „Nu laat-ie me vallen vanwege gesprekken in de kleedkamer.”

Hier zie je hoe ranzige ouwe-mannen-praat, via kleedkamerpraat, naar beneden wordt bijgebogen tot gesprekken in de kleedkamer.

Overigens is het woord kleedkamerpraat al eerder in het Nederlands gevormd, maar niet als leenvertaling en met een andere betekenis. Tussen 1960 en 1988 is het elf maal te vinden in Delpher, het grote digitale archief voor Nederlandse kranten, meestal in de betekenis ‘praatjes van voetballers over hun managers en bestuurders’.

Wordt kleedkamerpraat door journalisten onthuld, dan heet dit kleedkamerjournalistiek. Volgens de Dikke Van Dale betekent dit: „Journalistiek gericht op de persoonlijke ervaringen en het privéleven van sporters.’’ Kleedkamerpraat ontbreekt in Van Dale, maar zal zonder twijfel snel worden toegevoegd.

Ewoud Sanders schrijft op deze plek elke week een column over taal.