Jager-verzamelaars voerden oorlog als voedsel schaars was

Antropologie

Een oude vraag is of oorlog al bestond voordat mensen in nederzettingen woonden. In Californië wel, leert onderzoek naar jager-verzamelaars.

Californische jager-verzamelaars hebben een kamp opgeslagen in de Yosemite-vallei op deze litho van Fanny Palmer uit 1866. Foto Library of Congress

Rondtrekkende groepen jager-verzamelaars gingen elkaar in tijden van voedselschaarste te lijf met speren en pijlen. Zij voerden oorlog, althans in Californië, tot 200 jaar geleden. Die groepen leefden daar toen nog in prehistorische omstandigheden.

Dit resultaat van nieuw Amerikaans onderzoek geeft een antwoord op een al eeuwen bestaande vraag: hoe oud is oorlog? Wetenschappers worstelen ermee en bestrijden elkaar. Er zijn ruwweg twee scholen. De een is van mening dat oorlogvoering pas ontstond toen jager-verzamelaars zich vestigden op een vaste plek en landbouwers werden. Er ontstonden toen groepen met verschillen in status, macht en rijkdom. In zulke gelaagde samenlevingen zouden leiders andere leden kunnen dwingen tot deelname aan oorlog die de groep als geheel ten goede kwam.

De andere meent dat oorlogvoering veel ouder is en dat zwerfgroepen jager-verzamelaars elkaar altijd hebben belaagd wanneer de veronderstelde kosten voor individuele deelnemers (gedood worden, gewond raken) geringer waren dan de verwachte opbrengst (voedsel, goederen, status). Dit zou vooral gebeuren als voeding en andere hulpbronnen schaars waren.

Tweehonderd jaar geleden

Die twee klassieke hypothesen zijn nu getoetst. Vijf Amerikaanse antropologen onder leiding van Mark W. Allen van de California State Polytechnic University schrijven er deze week over in PNAS. Zij deden hun onderzoek in Californië, waar tot 200 jaar geleden prehistorische jager-verzamelaars leefden. De onderzoekers combineerden drie gegevensbestanden.

Van de menselijke resten in prehistorische graven, in ouderdom variërend van 1530 tot 230 voor Christus zijn de verwondingen vastgesteld. Daaruit valt niet op te maken of die zijn veroorzaakt door geweld tussen personen of tussen groepen; ze duiden alleen op de frequentie en de aard van fysiek geweld in een bepaald gebied.

Etnografisch onderzoek in het gebied had al eerder gegevens opgeleverd over de sociaal-politieke complexiteit bij verschillende groepen jager-verzamelaars. En verder is de jaarlijkse aanwas van biomassa, planten en bomen, in de onderzochte gebieden berekend aan de hand van satellietbeelden. Het is overigens de vraag of de hedendaagse milieukwaliteit dezelfde is als die van de afgelopen 1500 jaar.

Speren en pijlen

De meest voorkomende verwondingen zijn veroorzaakt door scherpe wapens, zoals speren en pijlen. Er waren duidelijk meer van die verwondingen als het voedsel schaars was. De sociaal-politieke complexiteit heeft weinig invloed op het aantal verwondingen. Maar duidelijker is wel: hoe armer het natuurlijke milieu, hoe meer scherp trauma.

Opvallend was dat stomp trauma aan schedels, bijvoorbeeld veroorzaakt door knuppels, niet toe- of afnam met schaarste van natuurlijke hulpbronnen of van sociale complexiteit.

De verwondingen door scherpe wapens leken overigens veel vaker – in 93 procent van de gevallen – dodelijk dan de verwondingen door slagwapens (23 procent). Het moment van verwonding viel in die gevallen min of meer samen met het moment van overlijden.

De opvatting dat geweld zijn oorsprong vindt in de overgang, in het meer recente verleden, van nomadisch jagen en verzamelen naar een bestaan in nederzettingen en in meer gelaagde samenlevingen wordt niet ondersteund door deze studie. Die wijst er juist op dat individuen eerder naar geweld grepen in tijden van schaarste. In zulke omstandigheden, concluderen de onderzoekers, wogen de individuele risico’s niet op tegen het ultieme doel: overleven.