Onderwijs

Is een middagje met Erben Wennemars ook al nascholing voor leraren?

Het lerarenregister is een goed idee maar mag niet leiden tot een wildgroei aan bedrijven die geld willen verdienen met dubieuze nascholingsactiviteiten, vindt Jasper Rijpma.

Erben Wennemars, voorafgaand aan het NOC*NSF sportgala 2014 Anp, Jerry Lampen

Het lerarenregister gaat er komen. De Tweede Kamer nam dinsdag het wetsvoorstel voor zo’n register aan. Vanaf 2017 wordt het verplicht voor alle leraren die 0,2fte of meer voor de klas staan. Prima. Nu nog de randvoorwaarden op orde.
Laten we er niet moeilijk om doen: er lopen veel slechte leraren rond. Leraren die stil staan in hun ontwikkeling, terwijl hun leerlingen en de wereld om hen heen constant in beweging zijn. Het is een soort publiek geheim: iedereen weet het, niemand doet er wat aan. Ik heb het zelf ook ervaren: docenten die al 20 jaar praktisch hetzelfde lesgeven. Stoffig materiaal uit het vorige millennium. Dezelfde flauwe grappen die jaarlijks terugkeren.
De hamvraag is natuurlijk waarom deze leraren niet ‘in beweging’ willen komen. Er kan namelijk al veel. Er ligt een nascholingsbudget van liefst 500 euro, door de leraar zelf in te vullen. Er is ook voldoende cursusaanbod. Daar komt nu dus een register bij, waarin leraren aan elkaar rekenschap af moeten leggen. Het register zou instrumenteel moeten zijn om de beroepsgroep leraren verder te professionaliseren. Ik vind het ook helemaal geen slecht idee. Uiteindelijk is in het register in het beste belang van de leerlingen. Die zijn immers gebaat bij leraren die op de hoogte zijn van nieuwe lesmethoden- en middelen. Die weten wat er speelt in de wereld. Die kunnen aansluiten bij hun belevingswereld. Docenten die vanuit betrokkenheid en ambitie de best mogelijk lessen willen aanbieden voor hun leerlingen.

Tabletfabrikant

Wel wil ik twee kanttekening maken. In de eerste plaats moet het register op de juiste manier ingezet worden. Als we niet oppassen dan creëren we een bureaucratische moloch, met in diens kielzog een wildgroei aan bedrijven die geld willen verdienen met dubieuze nascholingsactiviteiten. Geen ongegronde angst, kijkend naar de huidige tendens. Zo konden leraren afgelopen mei in het Beatrixtheater in Utrecht een middagje naar Erben Wennemars luisteren. Kosten: 500 euro (niet toevallig). Bezoekers kregen een tablet computer cadeau en konden de middag bijschrijven als nascholingsactiviteit in het register. Leraren blij. Organisatie blij. Tabletfabrikant blij. Erben Wennemars blij. Maar zal het betere leraren hebben opgeleverd? Nascholing heeft alleen zin wanneer het over langere termijn uitgesmeerd is, wanneer het gekoppeld is aan de ontwikkelingsdoelen van de leraar en de school en wanneer het direct effect heeft op diens lespraktijk.
In de tweede plaats hebben leraren tijd nodig om van elkaar te kunnen leren. Dat heeft alles te maken met een niet-zo-heel publiek geheim: leraren gaan gebukt onder werk- en regeldruk. Veel leraren komen daardoor niet aan de kern van hun werk toe: onderwijsplannen ontwikkelen. Dat is zonde, want veel leraren laten zich zo degraderen tot uitvoerders van de plannen van anderen. De docent wordt een speelbal van schoolleiding, overheid, methodemakers. Als we leraren ‘in beweging’ willen laten komen, dan moeten ze ook de ruimte krijgen om te kunnen bewegen.

Het register kan leraren in staat stellen om ‘collectieve’ autonomie over het onderwijs te nemen. Ik ben als leraar verantwoordelijk voor de kwaliteit van mijn eigen lessen, maar als collega ben ik medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op mijn hele school. Tijd en autonomie zijn twee zijdes van dezelfde medaille. Het register gaat er komen. Geef ons nu ook de noodzakelijke tijd om samen dat mooie onderwijs te kunnen maken dat we onze leerlingen allemaal gunnen.

Jasper Rijpma is docent grote denkers en geschiedenis aan het Hyperioncollege en Leraar van het jaar 2014.