Recensie

Die ene

Deckwitz, Ellen 10-2015 01

Als het slecht gaat met mijn vrienden, zijn er verschillende manieren waarop ik ze probeer op te vrolijken: door met ze te knuffelen, filmmarathons te organiseren of door gewoon mijn mond te houden. Als dat allemaal niet helpt, sleep ik ze mee naar wat de oplossing voor al míjn problemen is: het zwembad. In de Ierse mythologie is er niet voor niets sprake van een Zalm der Wijsheid. Na een flinke zwempartij denk je heel anders over het leven.

Afgelopen week was een van mijn beste vrienden, Frits, aan de beurt. Al maanden zat hij in de piepzak. Zijn partner, laten we hem Bram noemen, had hem na zeven jaar relatie verlaten voor een ander, waarop Frits niet meer zijn huis uitkwam. Zijn vrienden zorgden ervoor dat er voor hem werd gekookt en dat hij beter werd schoongemaakt dan een bejaarde. Maar Frits leek niet op te knappen. Hij had in geen weken gelachen. Dus sleurde ik hem mee naar het zwembad.

„Minstens dertig baantjes”, zei ik en duwde hem erin. Frits begon aan een wat slappe schoolslag. Het duurde een klein mensenleven voor hij het baantjesquotum had gehaald. Hijgend hing hij aan de kant.

„Gaat het?” vroeg ik, me toen pas herinnerend dat Frits astma heeft en er regelmatig voor aan zo’n plastic schijf lurkt. Hij knikte trillend. Even was hij stil. En toen zei hij: „Bram komt niet meer terug.” Ik pakte zijn hand en zei: „Je kan hier best even huilen, dan zeggen we dat het door het chloor komt.”

„Wat nou als er niemand meer voor me is?”, piepte hij. „Mijn hele leven was ik bezig met het vinden van de Ware, ik ruimde er bij voorbaat al plek voor in, in mijn hoofd, in mijn hart. Ik heb voor ik Bram ontmoette zo kansloos veel gedate. Ik heb zoveel tijd gestopt in liefde, in het leren kennen van Brams vrienden en familie, in het opbouwen van een leven samen. Dat moet allemaal opnieuw. En daar heb ik geen zin meer in.”

Ik wilde zeggen dat dit niet het moment was om zulke gedachten te hebben. Maar toen zei Frits: „Misschien moet ik dus vakantie nemen.”

„Dat lijkt me geen slecht plan, misschien kom je daar wel iemand tegen!”

„Nee, ik bedoel niet dat ik op reis ga, maar dat ik mezelf even vrij geef van de liefde. Een soort sabbatical.”

Frits hees zich op aan de kant en liep richting de kleedhokjes.

„Ja”, zei hij, half tegen mij, half tegen zichzelf, „Even vakantie van de liefde.” Zijn neus zag al een stuk minder pips. Hij liep al wat rechter. Ik moest denken aan de Zalm der Wijsheid. Die vis had het wel door.