De katholieke kerk is al een eeuw gek van sport

Sport en het Vaticaan

De paus zegende woensdag in Rome de spelers bij een voetbalduel voor de vrede. Het Vaticaan heeft al een eeuw banden met de sport.

Paus Franciscus groet Diego Maradona voorafgaand aan de benefietwedstrijd voor de vrede. Foto AFP

Paus Franciscus bezocht woensdag in het Olympisch Stadion in Rome een voetbalduel voor de vrede, waar geld werd ingezameld voor een aantal goede doelen van het Vaticaan. Vooraf zegende hij de spelers, onder wie grootheden als Diego Maradona en Ronaldinho.

De eerste keer dat een paus zoiets deed was in 1908. De katholieke kerk en de sport delen al ruim een eeuw een gezamenlijke geschiedenis. Paus Pius X zorgde in 1905 voor een doorbraak tijdens een ontmoeting met toenmalig IOC-voorzitter Pierre de Coubertin. De paus steunde Rome, dat de Olympische Spelen in 1908 wilde organiseren. Maar een uitbarsting van de Vesuvius in 1906 kwam daartussen.

Deze ontmoeting was van groot belang omdat de paus daarmee een einde maakte aan de heersende negatieve ideeën in het Vaticaan over de moderne sport. Hij kreeg steun van kardinaal Merry del Val, volgens De Telegraaf in 1908 een gepassioneerd liefhebber van voetbal. De liefde tussen sport en kerk was in 1905 al zichtbaar bij een katholiek sportfeest in Vaticaanstad, waar Pius X de sporters toesprak: „Ik bewonder en zegen van ganser harte uwe uitspanningen en uwe spelen, de gymnastiekuitvoeringen, het cyclisme, het alpinisme, de roei- en wandelsport en de schermoefeningen, waarin gij u onderscheidt.”

Merry del Val was er bij dat sportfeest van 1905 ook bij, al stond voetbal nog niet op het programma. Dat gebeurde pas in 1908, toen in het Belvedèrehof de Katholieke Atletische Spelen werden gehouden. Voetballers uit Ierland en Italië speelden daar tegen elkaar, met kransen van laurier-en eikenblad voor de winnaar. Onbekend is wie deze eerste voetbalwedstrijd in het Vaticaan won.

Een goal van Bojan Krkic tijdens de benefietwedstrijd:

Den voorbijmarsch

De Katholieke Atletische Spelen waren een serieus evenement. Het lijkt er zelfs op dat het gold als genoegdoening voor de gemiste Olympische Spelen in Rome, waarover Pius X en De Coubertin drie jaar eerder overeenstemming hadden bereikt. Er waren ruim tweeduizend deelnemers in Vaticaanstad, evenveel als op de Olympische Spelen van Londen dat jaar. Verder was er in de binnenruimte van het Vaticaan een tijdelijk stadion gebouwd, beschreef Het Nieuws van den Dag: „In den Belvedère-hof is een ronde hardloopersbaan afgebakend, in het midden zijn de gymnastiektoestellen geplaatst. Bij den ingang is de tribune.”

Opmerkelijk was dat de paus op de eerste dag „den voorbijmarsch” van de deelnemers bijwoonde, onder meer ook uit België en Frankrijk. Nu is dat de openingsceremonie, sinds 1906 gebruikelijk op de Olympische Spelen en tijdens de Katholieke Atletische Spelen pas twee jaar oud.

Zo liet het Vaticaan de sportwereld zien dat het evenveel deelnemers kon onderbrengen als de Olympische Spelen in Londen, een tijdelijk stadion kon bouwen én dat het een nieuwe olympische traditie als een openingsceremonie in de vingers had.

Pas in 1960 kreeg een paus zelf de kans de Olympische Spelen te ontvangen. „Moge ieder diep overtuigd zijn van de hoge waardigheid olympisch atleet te zijn”, zei Johannnes XXIII vlak voor aanvang van Rome 1960 tegen de olympiërs – een halve eeuw na het gesprek van zijn voorganger met De Coubertin.