CDA-programma bevat voor ieder wat wils

Verkiezingsprogramma

CDA-leider Sybrand Buma wil verontruste burgers tegemoet komen met veiligheid, gezinswaarden en zorg.

Foto ANP/BART MAAT

Het is een sombere cultuuranalyse. De Nederlandse samenleving, zo vindt het CDA, brokkelt af. Tegenstellingen – tussen leeftijdsgroepen, in opleidingsniveau, in welvaart en in afkomst – nemen toe. En of er van gedeelde waarden sprake is, lijkt steeds minder duidelijk.

Dát, concludeert de partij in haar woensdag gepresenteerde verkiezingsprogramma, heeft onvrede en bezorgdheid tot gevolg gehad. „Is dit Nederland het land dat we door willen geven aan onze kinderen? Ik vrees dat heel veel mensen ‘nee’ zullen zeggen, of niet volmondig ‘ja’”, zei partijleider Sybrand van Haersma Buma.

Het zijn de woorden van een oppositieleider die zich de komende maanden tot de Tweede Kamerverkiezingen in maart wil presenteren als het redelijke alternatief. Als een politicus die „stoere taal” niet belangrijk vindt. Als de luisteraar tussen de schreeuwers, het midden tussen links en rechts, of de gematigde tussen rechts en rechtser. En als de oplossing voor wie niet meer gelooft in de coalitie, noch in het individualisme van D66.

Daarmee wil het CDA in elk geval aan meer dan de huidige, historisch lage, dertien zetels komen. In de Peilingwijzer, een gemiddelde van alle peilingen, schommelen de christendemocraten nu tussen de veertien en achttien zetels.

Voor ieder wat wils

Het partijprogramma bevat dan ook voor ieder wat wils: er is een klassiek christelijke onderbouwing (geen vrijheid zonder eigen verantwoordelijkheid, en het gezin in de breedste zin als hoeksteen van de samenleving). Er is een centrumlinks economisch verhaal (een vlaktaks, één basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid), en een rechts geluid op het gebied van justitie (beperken van voorwaardelijke vrijlating) en migratie (strikt toelatingsbeleid).

Dat alles samengevat in een beknopt aantal pagina’s die, in de woorden van het CDA, „een visie” zijn en „geen volledige catalogus” van standpunten. De partij ontkent dat zij zo alle mogelijke coalitiepartners wil charmeren; de bondigheid is louter omdat zij vond dat het verkiezingsprogramma van 2012 zó concreet was, dat sommige punten na een half jaar al door de (economische) werkelijkheid waren ingehaald.

Dat zal met deze „visie” niet zo snel gebeuren. De bezorgdheid onder kiezers kan worden opgelost als tegenstellingen worden verkleind, polarisatie wordt tegengegaan, en de ‘ieder-voor-zich-mentaliteit’ plaatsmaakt voor een samenleving waarbij de nadruk op samen ligt. „Iets krijgen, betekent iets terugdoen”, is de slagzin die uit het programma gedestilleerd kan worden. Dat vraagt nogal een cultuuromslag.

CDA wil normen bijbrengen

Het gedeeld besef van het belang van waarden en tradities die de partij als oplossing ziet voor het „doorgeslagen individualisme”, zullen ongetwijfeld tot discussie leiden. Het CDA wil bijvoorbeeld iedere Nederlander op zijn achttiende of bij naturalisatie een boek met „de rechten en plichten van het Nederlanderschap” geven. Het moment waarop iemand mag stemmen, moet worden gemarkeerd.

Maar wat moet in zo’n boek staan? Wat zijn die waarden en tradities die Nederlanders delen? Buma had het over „het respect voor gedeelde symbolen als de vlag, het volkslied en het koninklijk huis”. Mona Keijzer, de nummer twee op de kieslijst, noemde Prinsjesdag en Koningsdag „iconen van Nederland” en noemde onder meer „zuinigheid” op de vraag ‘wat maakt ons Nederlanders?’. Zou dat bourgondische republikeinen uitsluiten?

Het CDA steekt wel de hand in eigen boezem, of liever in die van het Binnenhof. Politici zijn mede debet aan het cynisme van de burger door te vaak hun toevlucht te nemen tot rekenmodellen en het doen van onhaalbare beloftes, en debet aan de polarisatie door zich te richten op één deel van de samenleving. Het CDA wil zich op iederéén richten.