Brexit

Britse pond zakt tot historisch dieptepunt na opmerkingen premier over immigratiebeperking

Het Britse pond is waarschijnlijk nog nooit zo goedkoop geweest als nu. De Britse munteenheid zakte woensdag door een historische ondergrens, afgezet tegen een verzameling valuta die de Bank of England gebruikt om de koers van het pond bij te houden: de Broad Effective-index.

Onlangs kwam het pond ook al op laagterecords uit ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de euro. Eén pond was woensdagavond net iets minder waard dan 1,11 euro. Volgens de Broad Effective-index staat het pond nu lager dan tijdens de financiële crisis van 2008-2009, en ook lager dan in 1992 en 1993, na de beurskrach van Black Wednesday het pond onder druk zette.

De maatstaf van de Bank of England gaat slechts terug tot 1975, maar volgens The Wall Street Journal kan het vanwege de belangrijke rol die het pond daarvoor speelde bijna niet anders dan dat de munteenheid nu op het allerlaagste punt ooit staat vergeleken met andere internationale valuta. De index stond woensdag op ongeveer 73. In 2007 stond hij nog boven de 100.

Door de uitslag van het Britse referendum over uittreding uit de Europese Unie denken handelaren dat de vooruitzichten voor de Britse economie sterk zijn verslechterd. De afgelopen vier maanden verloor het pond ongeveer 15 punten op de Broad Effective-index.

De verdere daling van de afgelopen dagen gebeurde na opmerkingen van de Britse premies Theresa May. Zij suggereerde vorige week dat zij het inperken van immigratie belangrijker vindt dan toegang houden tot de Europese markt.

De lage stand van het pond zorgt bij sommige bedrijven al voor problemen. Zo eist levensmiddelenconcern Unilever van supermarktketen Tesco hogere prijzen om het zwakke pond te compenseren, maar Tesco weigert dat waardoor Unilever de leveringen aan de keten deels heeft stopgezet.

De Britse aandelenindex FTSE presteert de laatste maanden juist opvallend goed. Daarin staan dan ook veel bedrijven die veel omzet halen in buitenlandse valuta. (NRC)