‘Boeddhisten begrijpen dit dus al eeuwenlang’

Meditatie (49)

James Kingsland (49) raakte tijdens een bezoek aan een boeddhistisch klooster gefascineerd door meditatie. In Siddhartha’s brein beschrijft de wetenschapsjournalist wat er in onze hersenen gebeurt als we mediteren.

Op het Museumplein wordt gemediteerd voor de slachtoffers in Syrie, tijdens de internationale dag van de vrede van de Verenigde Naties. Foto Koen van Weel/ANP

‘Zombies, het zijn net zombies.’ Drie jaar geleden was de Britse wetenschapsjournalist James Kingsland (49) voor de Britse krant The Guardian te gast in het boeddhistische Amaravatiklooster in Zuid-Engeland. Vanaf een afstandje zag hij een dertigtal mensen in het veld rondwandelen. De abt van het klooster had hen de opdracht gegeven om ‘wandelend te mediteren’. Toen Kingsland opmerkte dat deze zweverige activiteit hem deed denken aan een scène uit een zombiefilm, antwoordde de monnik: ‘Eigenlijk zijn we allemaal geestesziek.’

Die opmerking bleef in het hoofd van Kingsland hangen. Lijden wij inderdaad aan een collectieve neurose? Bestaat er op een basisniveau een psychologisch onbehagen dat zowel de ‘geestelijk gezonde’ als ‘geestelijke zieke’ mens raakt? En, als dat zo is, zou het dan zo kunnen zijn dat niet alleen ons genenpakket of onze opvoeding, maar misschien wel de standaarduitrusting van ons brein, verantwoordelijk is voor die psychische verwarring?

Kingsland ging op onderzoek uit. Het resultaat is Siddhartha’s Brein, een wetenschappelijk boek waarin hij de vraag opwerpt wat er tijdens de evolutie voor heeft gezorgd dat het menselijk brein reparatie nodig heeft. Op de eerste bladzijden komt hij met cijfers die er niet om liegen. Zo schatte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) al in 2003 in een rapport dat wereldwijd 450 miljoen mensen op enig moment in hun leven met een psychisch of gedragsprobleem kampen.

Een onderzoek van Health & Social Care Information Centre uit 2007 toonde aan dat in het Verenigd Koninkrijk een op de vier mensen in de loop van een jaar met een psychische crisis te maken krijgt, waarbij angststoornissen en depressie het vaakst voorkomen. „Het zal niet lang meer duren of psychische problemen vormen een zwaardere belasting voor gezondheidsdiensten in de rijke landen dan welke andere ziekte dan ook”, aldus Kingsland in Siddhartha’s Brein.

Waarom is er dan nu pas aandacht voor? „Ik denk dat er lang een taboe heeft gerust op mentale ziektes,” zegt Kingsland (49) vanuit zijn woonplaats in Shropshire, in de Engelse regio West Midlands. „Mensen vinden het normaal om te vertellen dat ze bijvoorbeeld diabetes hebben, maar een depressie, daar werd lang niet over gepraat. Als we erkennen dat psychische aandoeningen vaak voorkomen, kunnen we er ook opener over spreken.”

In plaats van naar anti-depressiva te grijpen, zijn er volgens Kingsland ook andere manieren om mentale ziektes te bestrijden, zoals mindfulnessmeditatie.

Mindfulness, aldus Kingsland, is een levenshouding die werd uitgedragen door Boeddha. Het staat voor het niet-oordelend bewust aanwezig zijn in het hier en nu en kan, via meditatie, worden ontwikkeld. „In de afgelopen decennia werd al veel onderzoek gedaan naar de werking van meditatie op het brein, alleen waren die studies vaak kleinschalig en niet altijd even zorgvuldig in opzet. Inmiddels hebben gerespecteerde neurowetenschappers en klinisch psychologen een aantal serieuze studies uitgevoerd. Meditatie heeft bovendien aan geloofwaardigheid gewonnen dankzij de toepassing van moderne hersenscantechnieken als functional magnetic resonance imaging (FMRI). Deze techniek toont aan dat meditatie zichtbare verandering in de hersenactiviteit aanbrengt.”

Bewust van gedachten en gevoelens

Kingsland noemt een onderzoek onder leiding van Willem Kuyken, hoogleraar klinische psychologie in Oxford en directeur van het Oxford Mindfulness Center, dat begin 2015 in het medische tijdschrift The Lancet werd gepubliceerd. Deze studie gaat over de effectiviteit van mindfulness based cognitive therapy (MBCT) – waarbij mensen leren zich bewust te worden van lichamelijke gewaarwordingen, gedachten en gevoelens. Twee jaar lang werden 424 volwassen patiënten met terugkerende zware depressies gevolgd. Van de patiënten die minder medicatie waren gaan gebruiken of waren gestopt, en een MBCT-training volgden, kreeg 44 procent een terugval. Van degenen die hun pillen bleven slikken kreeg 47 procent een terugval. „Dat verschil is klein,” beaamt Kingsland. „Maar de mensen die een zeer moeilijke jeugd hadden, en aan de zwaarste depressies leden, bleken het meeste baat te hebben bij de therapie. Hoe meer depressies je hebt, hoe kwetsbaarder je wordt. Het was dus een hele overwinning dat dit de uitkomst bleek te zijn.”

Foto Jerry Mampen.

Foto Jerry Mampen.

Stel dat je alles had

In Siddhartha’s Brein schrijft Kingsland ook over het leven van Boeddha (Siddhartha Gautama). Volgens hem draait het in de legende over de spiritueel leider om de volgende vraag: stel dat de mens alles had wat hij begeerde, zou dat voldoende zijn voor blijvend geluk? „De volgers van Boeddha kwamen tot de conclusie van niet: de menselijke geest vertoont intrinsiek zwakke plekken waardoor hij niet tevreden blijft. Het brein is zelfs zo imperfect dat bijna iedereen in zijn leven op een gegeven moment wel lijdt aan een depressie.” Waar komt die imperfectie vandaan? Dat heeft volgens Kingsland te maken met het default-modenetwerk (terugvalnetwerk) – een netwerk van gebieden in de hersenen dat in werking treedt als we niet bezig zijn met een externe taak. „Dit stelt ons in staat om over het verleden of de toekomst na te denken.”

Het terugvalnetwerk is ook verantwoordelijk voor het afdwalen van de geest en speelt een rol in de wijze waarop we verstrikt kunnen raken in onze eigen gedachten. „Zodra we niet gericht zijn op een taak buiten ons, wordt het netwerk actiever. Je bent bezig met vluchtige obsessies en dit gaat vaak gepaard met gevoelens van onvrede.” Vanwege die hoge piekerfactor heeft het terugvalnetwerk dus een duistere kant. „Je kunt obsessies ontwikkelen die leiden tot mentale ziektes en het kan een rol spelen bij angststoornissen en depressie, mogelijk ook bij ADHD en drugsverslaving. Niet door het afdwalen van de geest, maar omdat het een rol speelt in het gevoel beheerst te worden door een lichamelijke sensatie, zoals bijvoorbeeld het verlangen naar drugs.”

Maar waarom zou er voor die afdwalende geest een antwoord te vinden zijn in het boeddhisme? „Mindfulness is een meditatievorm waarvan je bepaalde elementen ook terugziet in de hindoeïstische traditie. Het draait om aandacht voor het moment zonder dat je wordt meegesleurd door gedachten en emoties. De belangrijkste oefening is om niet-oordelend in het hier en nu te staan, gedachten en gevoelens toe te laten als ze opkomen en ze te accepteren zoals ze zijn. Dit brengt het terugvalnetwerk naar een lager tempo. De oefening helpt mensen objectiever om te gaan met psychologische problemen in plaats van emotioneel of angstig te reageren. Het is interessant dat neurowetenschappers dit nu hebben ontdekt, maar boeddhisten begrijpen dit dus al eeuwenlang.”

Is mindfulness volgens Kingsland dé nieuwe oplossing tegen depressie en andere geestelijke aandoeningen? Hij is niet overtuigd. „Mensen zijn vaak voor het één of het ander, maar zo zie ik het niet. Ik had vorig jaar last van paniekaanvallen en kon er ’s nachts niet van slapen. Toen heb ik valium van mijn arts gekregen, dat stabiliseerde mij. Als je gelooft in medicijnen is dat ook van belang voor het herstelproces.”

Zelf kan Kingsland nu beter zijn paniekaanvallen opvangen. „Ik observeer nu wat de paniek met mijn lichaam doet, daarna kom ik sneller tot rust.” Hij mediteert iedere ochtend 30 minuten. „Veel mensen doen dit voor het ontbijt maar ik heb eerst een kop koffie nodig om wakker te worden. Ik richt me op mijn adem, daarbij volg ik mijn gedachten en sensaties zonder erin op te gaan.” Ook gedurende de dag past hij mindfulness-technieken toe. „Ik concentreer me bijvoorbeeld op hoe ik loop. Voorheen zat mijn hoofd altijd vol gedachten, nu ben ik meer bewust van wat ik doe. Daardoor reageer ik ook anders op anderen. Ik veroordeel minder, ben opener en realiseer me sneller wanneer ik iemand veroordeel. Als de geest kalmer is en je leert om niet te veel te oordelen over je eigen emoties, heeft dat ook een effect op de manier waarop je naar anderen kijkt.”