Recensie

Zevenjarige Siv ziet de wereld op zijn kop tijdens een logeerpartij

‘Siv gaat logeren’ sluit knap aan bij de belevingswereld van zevenjarige kinderen. De film charmeert door kleinschaligheid. ***

©

Siv gaat logeren, een Zweeds-Nederlandse co-productie, sluit knap aan bij de belevingswereld van zevenjarige kinderen. De film gaat heel vloeiend, haast ongemerkt over van een alledaagse naar een magische wereld.

Siv logeert bij het nieuwe meisje in haar klas: de eigenwijze en een beetje verwaande Ceresia. Nadat ze kort heeft geslapen, blijkt haar nieuwe vriendin ineens verdwenen en gaat Siv op onderzoek uit.


Ze komt terecht in de kamer van Ceresia’s puberbroer, waar alles plotseling heel groot is geworden, of zij heel klein, en ze komt twee pratende dassen tegen, die haar helpen een pleister te bemachtigen voor de hond, die een nare bult op zijn hoofd heeft („Pleisters hebben toverkracht, dat weet iedereen”).

Met tamelijk minimale middelen – gedraaid vanaf de schouder, meer met goed gekozen rekwisieten dan door een overdaad aan effecten en vrijwel geheel op één locatie – roept de film een wereld op die op zijn kop staat, in de sfeer van Alice in Wonderland. Heel spannend, meeslepend of opzienbarend wordt het niet. Maar Siv gaat logeren, naar een boek van Pija Lindenbaum, charmeert door de kleinschaligheid, intimiteit, en de levensechte kinderrollen: de kinderen zijn niet liever, leuker of stoerder dan ze ook in werkelijkheid zouden kunnen zijn.