Interview

‘Wij krijgen een publiek voor de camera dat ergens anders niet in beeld wil’

Vloggers Quentin Correia (24) en Nesim Najih (23) trekken met hun YouTubekanaal iedereen, van Kees tot Achmed. ‘Wij laten geen leugens zien’.

Vloggers Nesim Najih (links) en Qucee (naast hem) hebben samen het YouTube-kanaal Supergaande. Foto's Andreas Terlaak

‘Al die kut puntje puntje puntje komen ongevraagd het land binnen.”In de 64ste video op YouTubekanaal Supergaande staan presentatoren Qucee en Nesim op de Lijnbaan in Rotterdam, op een koopavond. Ze vragen jongeren het ontbrekende woord in te vullen.

„Ik weet het al”, zegt een meisje met een tasje van kledingketen Berskha in haar hand. „Marokkanen.” Haar vriendinnen gillen, slaan hun hand voor hun mond. „What the fack, zomaar”, zegt Nesim. „Ik zou buitenlanders zeggen”, voegt een vriendin er aan toe. Het meisje met het tasje doet nog een poging. „Allochtonen?”

Door voorbijgangers te laten reageren op provocerende vragen laten Qucee en Nesim op een vrolijke manier alledaags racisme zien – onder allerlei soorten Nederlanders. „Die chick antwoordde: Marokkanen. Zelf was ze Antilliaans”, zegt Nesim.

Quentin Correia (24) en Nesim Najih (23) hadden maar een paar maanden nodig om zich een plek te verwerven tussen de grootste YouTubers van Nederland. In maart postten ze hun eerste video op Supergaande, in mei konden ze niet meer met de metro zonder aangesproken te worden door fans. En nu, in oktober, hebben ze met ‘heel veel partijen’om de tafel gezeten. Van Divimove, het grootste YouTubebureau van Europa, tot het management van platenlabel Top Notch.

Zie hier de vlog over racisme. De tekst gaat verder onder de video.

Nesim en Quentin (in de video’s: Qucee) hebben nog geen handtekening gezet, ze willen hun zaken zelf in de hand houden. „Dan heb je de minste kans om genaaid te worden”, zegt Nesim. Ze zitten in een hotellobby in Amsterdam en dragen dezelfde pet in een andere kleur. Die van Nesim is zwart, die van Quentin legergroen. Ze kregen de petten van sponsors. „Net als mijn shirt, broek en schoenen”, zegt Nesim. Hij vroeg zich vroeger af hoe mensen dat deden, spullen opgestuurd krijgen. Nu weet hij het: Bekend worden dus.”

In hun Supergaande-video’s gaan ze de straat op, met een camera en een microfoon. Hun vragen zijn misschien niet zo origineel maar de antwoorden wel. Ze laten een wereld zien die je niet vaak op televisie ziet. Als ze vragen ‘met wie mag jouw dochter niet thuiskomen’, zegt een meisje:

„Sowieso geen fuckboy man, ik zou hem uit het raam gooien.”

„Ik heb dat woord vaker gehoord. Zou je het woord fuckboy kunnen definiëren voor me”, vraagt Nesim.

„Je gaat met een meid naar bed, de volgende dag gooi je haar weg.”

Kijk hier de vlog over fuckboy’s. De tekst gaat verder onder de video.

Een beetje racistisch

Ze willen vooral lol maken, zeggen ze, maar soms willen ze ook iets laten zien. Met een knipoog, nooit met een wijzende vinger. Dat iedereen een beetje racistisch is, bijvoorbeeld, zegt Nesim. „Ik denk dat we het kunnen maken. Als Pownews het had gedaan dan zou er wel anders gereageerd worden op straat.”

Quentin: „Wij weten hoe mensen over elkaar praten. Als we vroeger op straat chillden, hadden Mocro’s en Anti’s het over elkaar, terwijl ze ook vrienden waren. Zo van: in jouw land gebeurt dit, in jouw land dat.”

Quentin en Nesim groeiden zelf ook op straat op. Nesim in Gent, waar hij zijn pubertijd doorbracht. Quentin in Spijkenisse. „Als we heel eerlijk zijn…” Nesim twijfelt even. „Op de Nederlandse televisie zie ik Nederland niet. Het is allemaal blond haar en blauwe ogen.”

De kijkers van Supergaande zijn jong en van verschillende komaf – een publiek dat de Publieke Omroep steeds minder weet te bereiken. In haar Nieuwjaarsspeech zei NPO-bestuurder Shula Rijxman nog dat ‘de belangrijkste opdracht voor komend jaar is een diverser geluid te laten horen en meer diversiteit in beeld te laten zien’.

Ze róepen het alleen maar, zegt Nesim, „het is een masker. Als je iets vaak roept, gaan mensen het geloven. Als je iets steeds roept en er gebeurt niets, dan gaat er wel iets fout.” 101Barz, een digitaal muziekprogramma van BBN, is volgens hem het enige programma met kleur op televisie. Op de radio is er FunX, de Bijlmer van Hilversum. Waarom zijn die mensen niet goed genoeg voor 3FM, vraagt hij zich af. Quentin: „Ik denk dat wij een publiek voor de camera krijgen dat ergens anders niet in beeld wil.” Nesim: „Wij interviewen iedereen. Wij laten geen leugens zien en verknippen de beelden niet op een manier dat het fucked up is voor iemand.”

„Wat wij doen was dertig jaar geleden misschien niet goed ontvangen”, zegt Quentin. „Maar nu.. Je hebt genoeg mensen met een andere afkomst die ook een tv hebben. Iedereen vindt Supergaande leuk. Van Kees tot Achmed.”

Quentin vertelt dat hij Nesim in februari belde. Ze kenden elkaar niet zo goed, maar Quinten wilde video’s maken en hij wist dat Nesim dingen voor televisie had gedaan. Quentin had altijd ideeën, goede ook, al zegt hij het zelf, maar daar bleef het bij. De plannen hadden dit keer ook kunnen verstoffen, maar Nesim houdt van doorpakken. Quentin is er ook veel beter in geworden. „Je leert van elkaar”.

Nesim had toen al televisie-ervaring. Hij had twee jaar eerder BNN University gedaan, het interne opleidingsprogramma van de omroep. „Iedereen dacht dat het goed met me ging omdat ik bij de televisie werkte”, zegt Nesim. „Mensen moesten eens weten. Ik verdiende shit, iets meer dan 500 euro per maand. Ik moest zwart met de trein naar het werk.”

Microfoon van 90 euro

Ze waren werkloos toen ze met Supergaande begonnen. Nesim was net klaar met de opnames van BNN-VARA-programma Rambam, Quentin deed al een tijdje niets.

Nesim had een microfoon, Quentin een camera. Niet veel, maar genoeg om mee te beginnen. „De eerste video, die honderdduizenden keren bekeken is, is gemaakt met een microfoon van 90 euro.”

Nesims vader is onderwaterlasser en had daar vroeger ook een autobandenhandel naast. Hij zei altijd: zorg dat je geen arbeider wordt, dat je niet voor een baas hoeft te werken.

Toen ze begonnen waarschuwde Nesim Quentin, dat het een harde wereld kan zijn. Dat leerde hij bij BNN. Nesim: „Ik had altijd het gevoel dat ik harder moest rennen dan een collega. Ik was een jongen die nooit iets had gehad. Die kans bij BNN was het enige. Ik heb ook dingen meegemaakt bij tv die niet door de beugel kunnen. Dingen die gezegd worden, grappen op de werkvloer, dat soort dingen. ”

Laatst werden ze in de auto gebeld door een televisiebedrijf, telefoon op luidspreker. Quentin: „Ze zeiden dat ze twee blanke presentatoren voor een programma op het oog hadden, maar als zij het zouden doen, zou het racistisch zijn.” Nessim: „Als wij het zouden doen, was het niet racistisch. Dus vroegen ze ons.”

Quentin: „Dat kun je niet zeggen.” Nesim: „We keken elkaar aan, konden het niet geloven.”

Quentin: „Er was ook nog een merk dat niet op ons kanaal wilde adverteren omdat we te ‘urban waren’. Dat betekent gewoon: jullie zijn te buitenlands. We weten allemaal wat dat betekent toch. Urban, wat een raar woord ook.”

Misschien, zegt hij, is Nederland er nog niet klaar voor.

supergaande

De serveerster vraagt of hij nog iets wil drinken. Het kan er niet bij, zegt hij. „Ik moet heel nodig naar het toilet, al een halfuur, maar ik durf het interview niet te verlaten. Kan ik even snel naar het toilet?”

Als Nesim weg is vraagt Quentin of ik hem anders vind dan op de video’s. Ze doen niet anders als de camera aanstaat, zegt hij. Hij is zich wel beter gaan voelen. Hiervoor gamede hij veel, had hij niet echt een doel in het leven.
Hij wordt onderbroken door Nesim, die komt enthousiast terug van het toilet. „Ik wil niet storen hoor jongens, maar ik heb net een persoonlijk record verbroken. Pisstraal van 1 minuut en 3 seconden. Ja, ik heb getimed.”

Maar Quentin lag een paar maanden geleden dus nog in het ziekenhuis, met hartritmestoornissen. Daarna is hij dertig kilo lichter geworden. Nesim hangt over zijn schouder. „Nu gaat het weer goed he jongen.”

Quentin heeft een tatoeage op de binnenkant van zijn rechterarm laten zetten. ‘Impossible’, in het groot, daaronder: ‘is just a big word’. „Snap je?”

Nesim schuift weer aan: „Wij moesten from scratch beginnen”, zegt hij. „Dat is gelukt. Nu pas zien ze ons, nu pas mogen we overal komen, nu pas hebben ze ons nodig.”

Quentin: „Nu kun je niet meer om ons heen.”

Nesim: „Je kunt ons boycotten, als je wilt. Niet om hoog te doen, maar ik lig er niet meer wakker van. Vroeger wel. Dan dacht ik: ze willen me niet. Ik zou uit mijn bed springen als ik gevraagd zou worden voor een programma. Nu wil ik weten wat ik ervoor terug krijg.”