Recht & Onrecht

Wie veel van politiek weet stemt het best op intuïtie

Wie heel weinig weet van politiek en dan intuïtief kiest slaat vaak de plank mis. Maar bij stemhulpen zijn ook vraagtekens te zetten, schrijft Petra Jonkers in de Gedragscolumn.

Nieuwe partijen, kandidatenlijsten en verkiezingsprogramma’s voor de komende Tweede Kamerverkiezingen dienen zich nu aan. Het is bijzonder lastig om de beste keuze te maken uit zoveel opties en informatie. Maar er is een oplossing.

De psycholoog Gigerenzer ontdekte dat veel mensen gebruik blijken te maken van onbewuste vuistregels of strategische shortcuts om snel en adequaat te kiezen. Wat intuïtief of onbewust belangrijk is, werkt zo door in hun keuze. Dat levert vaak zelfs een beter resultaat op dan wanneer zoveel mogelijk informatie wordt meegewogen.

Vuistregels werken het best voor goed geïnformeerden

Jammer genoeg werken vuistregels niet voor iedereen goed, zoals een experiment van Lau en Redlawsk in de VS laat zien. Alleen wie doorgaans goed geïnformeerd zijn over politiek kunnen in verkiezingstijd effectief gebruik maken van vuistregels. Ze kunnen de meeste informatie negeren, en op basis van een beetje specifieke informatie een trefzekere keuze maken. Ze willen bijvoorbeeld nog de politieke voorkeuren van belangenorganisaties weten, de zogenaamde endorsements. Het wordt alleen verraderlijk voor ze om op vuistregels te vertrouwen, als verschillende kandidaten erg op elkaar lijken of zich atypisch gedragen voor hun partij.

De tweetrapsraket om eerst informatie te verzamelen en daarna intuïtief te kiezen, is precies wat gedragsdeskundigen adviseren bij complexe keuzes. Maar wie heel weinig weet van politiek en dan op intuïtie kiest uit last minute informatie, slaat juist vaker de plank mis. Ironisch genoeg zijn intuïtieve vuistregels dus het meest waardevol voor wie ze het minste nodig heeft, aldus Lau en Redlawsk.

Bij digitale stemhulp gaan nuances verloren

In Nederland vertrouwen opvallend veel kiezers juist niet zomaar op hun eigen kennis en intuïtie. Sowieso twijfelt ruim één op de tien kiezers nog tot het allerlaatst. Bij de verkiezingen in 2012 zochten 6 miljoen kiezers hulp bij het maken van hun keuze of bevestiging bij de stemhulpen van ProDemos of Kieskompas. De stemhulpen leggen elke bezoeker van hun site dezelfde dertig stellingen voor over actuele politieke vraagstukken, en na beantwoording rolt er met een druk op de knop een persoonlijk stemadvies uit: een partij of een stip in het politieke landschap die het beste past bij de individuele politieke stellingnames. Wie wil kan na het stemadvies extra informatie gaan zoeken.

Stemhulpen helpen bij het helder ideologisch positioneren van politieke partijen en kiezers. Dat kan de kans op passende keuzes vergroten. Zeker voor wie heel weinig weet van politiek en zich ook niet al te veel wil verdiepen, kan het advies van de stemhulp beter uitpakken dan te varen op eigen intuïtie, zoals Lau en Redlawsk laten zien.

Maar rationaliseren de stemhulpen het keuzeproces ook niet?  En zou dat nadelig kunnen zijn voor wie betere keuzes maakt op basis van veel informatie en intuïtie? In de stemhulpen gaan immers veel nuances verloren, zoals de wijze waarop partijen standpunten onderbouwen en belangen afwegen of de inzet voor specifieke belangen (groepen) waarmee de kiezer zich verbonden voelt.

Het intrigeert wat stemhulpen, temeer nu ze zó massaal geraadpleegd worden, doen met de intuïties en onbewuste vuistregels van kiezers. Zouden die vuistregels van de best geïnformeerde kiezers de stemhulpen trouwens ook kunnen verbeteren?

Petra Jonkers is politicoloog en rechtssocioloog. Eerder publiceerde zij over gedrag en kwaliteit van regelgeving. De gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.