Wanneer niemand meer huivert, is niets echt een einde

kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

Als we dan toch moeten vervagen in deze schemering van regens

slechts de geur van ontbinding ons nog toekomt en kan doordringen

wanneer we niet verder reiken dan een armlengte, onze spanwijdste

als een stuk draad te kort om door het oog van de naald te trekken

wanneer we spreken in omgekeerde echo, de klanken wegsterven

in ons strottenhoofd nog voor ze onze mond uit zijn gevlucht

kunnen we maar beter kluiven op de opgeschorte avondschijn

tot de nacht zich terugtrekt en dichtvouwt

als de hand waarin ze werd bedacht