Recensie

Strakgespannen satire rond het ziekenhuisbed

De Verleiders

Het cabareteske vormingstoneel van George van Houts en zijn collega’s leent zich niet zo goed voor nuanceringen

Verleiders ©

„Dit wordt een kijkoperatie zonder verdoving”, zegt George van Houts ter introductie van de nieuwe voorstelling van De Verleiders. Het is hun vierde, na producties over vastgoed, boekhoudfraude en het bankwezen. En de ondertitel slikken en stikken zegt het al: ditmaal gaat het over de zorg, de farmaceutische industrie en de marktwerking die – aldus Van Houts – de zorgkosten de laatste tien jaar aanzienlijk heeft doen stijgen.

De Verleiders beoefent een zeldzaam soort satire, die gebaseerd is op research. De satirische sketches die in deze voorstellingen in een strakgespannen montage voorbij komen, willen verwijzen naar werkelijke feiten, cijfers en machtsverhoudingen. De nieuwste aflevering gaat zelfs nog iets verder. Hier worden op vrij grote schaal staafdiagrammen geprojecteerd, hetgeen weinig bijdraagt aan de theatraliteit van dit vierde deel. Het is alsof Van Houts college geeft.

In tegenstelling tot de eerdere drie legt De Verleiders nu de schuld niet alleen bij de bovenbazen. Het feit dat we ons zo kritiekloos hebben overgeleverd aan de zorg en de medicijnenindustrie, is mede veroorzaakt door de groeiende aversie tegen het sterven. We wensen medicijnen, ook als die volgens de medische vakpers nauwelijks enig soelaas bieden. Als we er maar in kunnen geloven.

Te weinig spanning

Daardoor vertelt slikken en stikken een gecompliceerder verhaal dan de vorige drie voorstellingen. En dat maakt ook dat het lastiger moet zijn geweest theatrale vertalingen te vinden. Misschien leent hun cabareteske vormingstoneel zich nu eenmaal niet zo goed voor nuanceringen. Op sommige scènes, als altijd geregisseerd door Aat Ceelen, staat gewoonweg te weinig spanning. En waarom moeten er twee nummers van de vooroorlogse liedjesschrijver Dirk Witte worden gezongen? Ondanks hun enigszins geactualiseerde teksten staan Mens durf te leven en Aspirine er ietwat wezenloos bij.

De beste scène is het telkens terugkerende verhaal van een patiënt, die eerst slachtoffer is van het vernieuwde it-systeem in het ziekenhuis, daarna verrassend geneest, maar tenslotte toch ten dode is opgeschreven omdat zijn wondermedicijn niet langer betaalbaar is. Zo komen allerlei verschillende aspecten van de zorg aan bod in een in stukken geknipte sketch die tragisch en komisch tegelijk is.

Samen met nieuwkomer Martijn Fischer en zijn vaste kompanen Victor Löw, Tom de Ket en Leopold Witte speelt initiatiefnemer George van Houts ook de nieuwe voorstelling in het vertrouwde toneelbeeld met vijf rollende kantoorstoelen en één langgerekte vergadertafel. Alleen deze keer is daar natuurlijk ook een ziekenhuisbed bij.