Stem van de natie, maar geen chauvinist

Necrologie Andrzej Wajda (1926-2016)

De filmregisseur wierp zich op tot geweten van het volk en streed tegen onderdrukking.

Foto Reuters

Drie jaar geleden bezocht de Poolse regisseur Andrzej Wajda nog het filmfestival van Venetië met zijn film Walesa. Man of Hope. Die film ging over de gloriejaren van zijn goede vriend Lech Walesa, die als leider van vakbond Solidariteit een beslissende rol speelde bij de val van het communisme. Walesa was zelf ook meegekomen. Tijdens ontmoetingen met de pers was vooral Walesa aan het keuvelen. Wajda zat stilletjes naast hem, leunend op zijn wandelstok, en zag dat het goed was. Beide mannen hadden niet zo gek veel meer te bewijzen, ze wisten zich verzekerd van hun plaats in de geschiedenisboeken.

In het buitenland was de belangstelling gering, maar in Polen kwamen bijna een miljoen mensen naar de bioscoop voor Man of Hope. Zo ging het de laatste jaren wel vaker met de films van Wajda, die zondag op 90-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleed en tot het laatst actief was. Zijn film Katyn, over het bloedbad dat Stalin in 1940 aanrichtte onder meer dan 20.000 Poolse intellectuelen en militairen, en waarbij ook Wajda’s vader omkwam, trok in het buitenland eveneens niet al te veel aandacht, maar was in eigen land goed voor drie miljoen bezoekers.

Wajda’s leven was verweven met dat van Walesa en Solidariteit. In 1976 zorgde zijn film Man of Marble voor veel ophef, omdat hij de stalinistische propandamachine op de hak nam; de film was een voorbode van het vrijere klimaat waarin de onafhankelijke vakbond tot wasdom kon komen. Vier jaar later kreeg hij de Gouden Palm voor Man of Iron – meer als politiek gebaar dan vanwege de kwaliteit van de film – dat ging over een anticommunistische vakbondsleider, die duidelijk was geïnspireerd op Walesa. De film verscheen precies op het moment dat generaal Jaruzelski met het uitroepen van de noodtoestand een einde maakte aan de Poolse lente.

Wajda plaatste zich welbewust in de lange Poolse traditie van schrijvers en kunstenaars die zich opwerpen tot de stem en het geweten van de natie; een traditie die teruggaat tot de negentiende eeuw, toen de grote Europese mogendheden Polen van de kaart hadden geveegd. Op die traditie konden ook filmmakers teruggrijpen, toen Polen na de Tweede Wereldoorlog onder de knoet van de Sovjet-Unie terechtkwam.

Na de val van de Muur was Wajda zelfs enige tijd lid van het Poolse parlement voor Solidariteit. Maar de vrijheid waar hij zo voor had gestreden, bracht hem geen onverdeelde genoegens. De regisseur verloor een flink deel van het publiek door de opmars van Hollywood in Polen. Met het einde van het censuur had het Poolse publiek minder behoefte aan kunstenaars zoals hij en hun versleutelde, kritische boodschappen aan het adres van de machthebbers. Sommige filmplannen die hij al jaren had gekoesterd, maar die waren gestrand op de communistische censuur, kon hij nu ineens verwezenlijken. Maar er was niet altijd publiek meer voor. Met de ‘normalisering’ van Oost-Europa nam ook de belangstelling van de wereld voor Polen drastisch af, constateerde Wajda mismoedig.

Zijn beste films, en de films die ook internationaal het meest opzien baarden, maakte Wajda helemaal aan het begin van zijn carrière, met zijn onovertroffen oorlogstrilogie: Pokolenie (‘Een generatie’, 1954, met een piepjonge Roman Polanski in een van de hoofdrollen), Kanal (1957) en Popiol i diament ( ‘As en diamant’, 1958): harde, cynische en op geen enkele manier heldhaftige oorlogsfilms, die nog altijd veel indruk maken. De oorlog lag nog vers in het geheugen – Wajda was dertien toen de oorlog uitbrak, leverde hand-en-spandiensten in het verzet en was enige tijd geïnterneerd. Wajda was een door en door Poolse filmmaker, maar zeker geen chauvinist. „We hebben altijd het meest geleerd van onze catastrofes”, luidde zijn devies.

Wajda’s laatste film, Powidoki, ging dit jaar in première en gaat over de avant-gardistische schilder Strzeminski, die het werken onmogelijk werd gemaakt door de communistische staat. De film is de Poolse inzending voor de Oscars. Met de huidige conservatief-nationalistische regering, die opnieuw pogingen onderneemt de vrijheid van kunstenaars te beknotten uit naam van de Poolse eer, onderhield Wajda koele betrekkingen. Zo kon zijn laatste film toch weer als een parabel gelezen worden. „Als mijn nieuwe film profetisch zal blijken te zijn”, liet Wajda niet lang geleden weten, „zal dat de grootste teleurstelling van mijn leven zijn.”