Opinie

Pas op dat het referendum niet in verkeerde handen valt

Opinie Populisten hebben weinig op met representatieve democratie, meent Thom de Graaf. Hun omgang met referenda en gekozen bestuurders kan de macht zelfs absoluter maken.

D66-leider Alexander Pechtold voert campagne ten tijde van het Oekraïne-referendum. Foto Jerry Lampen/ANP

D66 heeft in de afgelopen vijftig jaar met wisselend enthousiasme gepleit voor fundamentele veranderingen in de manier waarop kiezers de macht beïnvloeden. Het succes bleef beperkt. Moet de partij in de toekomst blijven streven naar hervormingen die een meer directe democratie impliceren? Die vraag is opportuun nu in D66 zelf de ambivalentie is toegenomen. De analyse leek altijd al iets belangrijker dan de praktische toepassing (vintage Van Mierlo) en meermalen maakte de partij zelf de vernieuwingsvoorstellen niet of slechts halfhartig tot inzet van regeringsdeelname. Soms leek de partij ook verstrikt te raken in haar eigen hervormingsdrift.

De Werdegang van het referendum is daarvan wellicht een voorbeeld. Menigeen was verrast dat het op het eerste gezicht weinig tot de verbeelding sprekende EU-Associatieverdrag met Oekraïne een referendum uitlokte. De uitslag heeft de parlementaire meerderheid in verlegenheid gebracht. Hoe moet de uitslag worden gelezen, gegeven de lage opkomst en het beperkte verschil tussen voor en tegen? Werden de volksvertegenwoordigers even op de vingers getikt of was er sprake van structureel wantrouwen in de representatieve democratie?

Lees ook het opiniestuk van Steven de Winter: Referendum is de bomgordel van de democratie

Dat roept een kernvraag op, namelijk of de vertegenwoordigende democratie wel samengaat met directe zeggenschap. Representatie als sturend principe is door D66 nooit in twijfel getrokken, integendeel. De kwaliteit van een democratische samenleving hangt niet alleen af van de mate waarin de bevolking invloed uitoefent op de macht, maar ook van de kwaliteit van de besluitvorming, ingeleid door zorgvuldige afweging van belangen en met respect voor minderheden. Democratie is dus nooit een kwestie van het tellen van de meerderheid en vergt meer dan digitale antwoorden op digitale vragen. Representatie biedt daarom in het algemeen een betere waarborg voor verantwoorde besluitvorming en weerspiegeling van de diversiteit aan opvattingen.

Referenda kunnen een wapen zijn van de populisten

Gebeurtenissen in andere landen, bijvoorbeeld Turkije, laten zien hoe een beperkt en populistisch democratiebegrip dat alleen een beroep doet op het meerderheidsvotum rechtstreeks tegenover de beginselen van de democratische rechtsstaat komt te staan. In het populistisch wereldbeeld is nauwelijks plaats voor een eigenstandige oordeelsvorming door volksvertegenwoordigers als die niet één-op-één samenvalt met onvredegevoelens en peilingen.

De gekozen volksvertegenwoordiging wordt al snel een ‘nepparlement’ als niet ogenblikkelijk met elke wind wordt meegewaaid. Het moet dus te denken geven dat uitgerekend populistische politici de grootste voorstanders zijn van referenda en gekozen ambtsdragers. Zij zien in deze rechtstreekse uitingen van de volkswil een mogelijkheid om de autonomie van de gekozen volksvertegenwoordigers te omzeilen. Directe aanwijzing van gezagsdragers gaat in hun denkraam gepaard met omvangrijke bevoegdheden die zich niet laten beperken door een democratische tegenmacht.

Geeft dat aanleiding om ons af te keren van de oorspronkelijke D66-agenda? Nee. Er is alle reden om dit gedachtengoed te blijven uitdragen. De grondstelling dat individuele ontplooiing tot grotere politieke betrokkenheid leidt, blijft geldig. Op alle terreinen van de samenleving is de invloed op machtsuitoefening toegenomen, van patiënten- tot studentenraad. Van medisch-ethische zelfbeschikking tot het eigen buurtbeheer. Maar de staatsmacht is nog steeds behoorlijk afgeschermd.

Natuurlijk, er is een grotere mate van openheid en betrokkenheid van burgers ontstaan in de totstandkoming van overheidsbeleid. De participatie- of ‘doe’-democratie is volop in ontwikkeling. Als afnemer van overheidsbesluiten zit de burger dichter bij de knoppen, maar als kiezer is zijn invloed nog even afstandelijk als vijftig jaar geleden. Dat wrikt meer en meer als kiezers Den Haag en hun gemeentehuis als gesloten bastion zien.

Maar dat is geen reden om directe democratie af te wijzen

Vormen van directe democratie kunnen hier deels een antwoord op vormen. Zij hoeven niet strijdig te zijn met het principe van representatieve democratie zolang ze maar aanvullend werken. Zo zijn hervormingsvoorstellen van D66 ook altijd bedoeld geweest. Die hervormingen moeten zich dan wel glashelder onderscheiden van het populistisch gedachtengoed. Referenda zijn niet bedoeld om elke dag de parlementaire democratie te frustreren maar om in uitzonderlijke situaties een noodrem aan de bevolking te geven. Daar horen hoge drempels bij, hoger dan nu geregeld is, zeker nu de steun elektronisch makkelijk op te halen is. Serieuze vraag is voorts of supranationale verdragen vanwege de complexe belangen en vele betrokkenen zich wel voor een zuiver Nederlands referendum lenen. Even relevant is de vraag of het raadgevend karakter, bedoeld als tijdelijke regeling, niet meer problemen oproept dan het oplost. Adviseren is nu eenmaal iets anders dan beslissen. In de voorstellen voor directe legitimatie van zowel premier als burgemeester kan worden benadrukt dat kiezers zo een sterkere greep krijgen op de aanwijzing van de macht, maar dat dit niet een onbegrensd mandaat veronderstelt. Geen gekozen bewindvoerders zoals populisten zich voorstellen (‘als ik minister-president word…’), maar gedragen regeringsleiders die moeten samenwerken met de volksvertegenwoordiging en daarvan afhankelijk zijn.

Misschien is nog wel de meest acute opdracht om opnieuw te werken aan een beter kiesstelsel dat recht doet aan de slagvaardigheid van de volksvertegenwoordiging en aan een persoonlijker en herkenbaarder mandaat voor de individuele parlementariër. Inspiratie kan bijvoorbeeld bij onze oosterburen worden gezocht. D66 heeft niet de steen der wijzen in de zoektocht naar het beste systeem in een snel veranderende samenleving, maar kan wel actief bijdragen aan de nieuwe staatscommissie die op initiatief van de Eerste Kamer aan de slag gaat.

Kortom, de klassieke democratische agenda van D66 is nog steeds relevant. De opdracht blijft om onze democratie nieuw elan en energie te geven om te voorkomen dat zij verder aan betekenis inboet. Dat appèl is overigens niet alleen aan D66 gericht, maar aan ‘iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie’.

Thom de Graaf is D66-fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Dit artikel is gebaseerd op een bijdrage aan het boek Redelijk Radicaal. Vijftig jaar D66, dat donerdag verschijnt.

Deze maand is het 50 jaar geleden dat D66 werd opgericht. Frascati Issues en NRC organiseren op zaterdag 22 oktober, 20.00 uur, een theaterdebat over deze roerige oprichtingsperiode en de roep om democratische vernieuwing toen en nu. Deelnemers: Thierry Baudet, Joop van den Berg, Thom de Graaf en Hans Wiegel. Meer info: www.frascatitheater.nl/agenda.