Nederland doet veel aan ‘landjepik’ in de derde wereld

Nederland staat in de top tien van landen dat grote stukken grond in het buitenland opkoopt of least voor landbouwprojecten. Dat blijkt uit een nieuw rapport.

Foto Jose Cendon/Bloomberg

Wereldwijd staat Nederland op de zesde plaats in het opkopen of leasen van grote stukken grond voor landbouwprojecten. Uit een deze dinsdag gepubliceerd rapport van The Land Matrix – een onafhankelijke organisatie die wereldwijde landaankopen registreert – blijkt dat Nederlandse bedrijven in het buitenland gebied bezitten van meer dan een derde van het oppervlak van Nederland. Het grootste gebied is volgens de onderzoekers in handen van Shell, dat 754.000 hectare grond in Brazilië gebruikt voor de productie van biobrandstoffen.

Milieugroepen en mensenrechtenorganisaties spreken bij dit soort grootschalige landaankopen vaak van ‘land grabbing’ oftewel landjepik, omdat het risico bestaat dat de projecten ten koste gaan van de lokale gemeenschap. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Er zijn Nederlandse bedrijven die het goed doen – Africa-Juice in Ethiopië is een voorbeeld. Maar op basis van het rapport is het moeilijk een algemene conclusie te trekken.

Volgens de Nederlandse Wytske Chamberlain, een van de auteurs van het rapport, moeten investeerders zich altijd bewust zijn van de risico’s.

„Ze moeten beseffen dat ze in een heel andere omgeving investeren dan ze gewend zijn. Als ze zich aanpassen is er een grotere kans van slagen.”

Transparantie, ook financieel, is daarbij heel belangrijk. „Het is frustrerend voor de lokale gemeenschap als ze vrachtwagens vol palmolie zien verdwijnen, maar er zelf niets aan verdienen”, aldus Chamberlain.

Voor de locals kan een buitenlandse investeerder de weg naar nieuwe markten openen. Boeren maken kennis met moderne landbouwmethodes, kunnen gebruikmaken van nieuwe infrastructuur, of als contractpartner deelnemen. Maar uit de analyse blijkt dat investeerders vooral belangstelling hebben voor bestaand akkerland – in meer dan de helft van de gevallen. Daardoor moeten boeren, al dan niet gedwongen, hun grond verlaten. Ze worden zelden eerlijk gecompenseerd.

Ook bossen blijken aantrekkelijk, met grote risico’s voor milieu en klimaat. Bossen dienen voor de lokale bevolking vaak als bron voor brandhout en grondstoffen. Maar rechten daarop kunnen ze zelden claimen.

Dit is wat Land Matrix Initiative doet: