Luisteren: Dit zijn de albums die NRC deze week bespreekt

Green Day blijft de revolutie prediken. In holle frasen, dat wel, maar ze blijven een superieur popfenomeen. Spannender is Bart Wirtz met zijn elektronica doorspekte jazz-avontuur.

  • ●●●●●

    Green Day: Revolution Radio

    cd1

    Punkrock: We leven in harde tijden en er is een revolutie nodig die via de radio uitgevochten gaat worden, zingt Billie Joe Armstrong. De zanger van de Californische punkrockband Green Day bedoelt het ongetwijfeld goed, maar het is de verwrongen retoriek van een popmiljonair. Op Green Days twaalfde album Revolution Radio draait het onverminderd om ‘outlaws’ die ‘forever young’ hun rebelse geest uitdragen. Ondanks die holle frasen blijft Green Day een superieur popfenomeen in The Who-achtige rocksongs die meestal zacht beginnen en exploderen in monumentale gitaarbouwsels met memorabele zanglijnen. Het klinkt allemaal overbekend, maar de glamrockinvloeden van ‘Say Goodbye’ en ‘Bouncing Off The Wall’ en de razendsnelle punkpop van ‘Bang Bang’ voegen er net weer dat beetje sterrenstof aan toe om uit te zien naar hun Ziggodome-show op 31 januari. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Bart Wirtz: Beneath The Surface

    cd2

    Jazz: Het doorbreken van veiligheden – dat doet wat voor je muziek, weet saxofonist Bart Wirtz steeds beter. De in Rotterdam geschoolde, in Leiden woonachtige musicus is al jaren altsaxofonist in het Artvark Saxophone Quartet en New Rotterdam Jazz Orchestra, en speelde in de danceable hardjazz-formatie Monsieur Dubois. Op eigen naam verschenen drie albums met aan hardboptraditie gelinkte, groovende jazz met wisselende spelers. Door toevoeging van elektronica en effecten, spoken word van Soweto Kinch, zang van Ntjam Rosie en Ai Ming Oei gaat het er op zijn nieuwe plaat heel anders aan toe. Beneath the Surface is een op het eerste gehoor speels, veel elektronischer, modieus avontuur, dat ‘binnenin’ - voorbij de samples - veel meer herbergt dan je dacht. Het is expressief (‘Growth & Change’) en tegelijk stijlvol ingetogen (‘The Machinist’). Wirtz geeft zich meer bloot en de gelaagde nummers stralen vitaliteit uit. Een geslaagde wending met pit. Amanda Kuyper

  • ●●●●●

    Jonas Kaufmann: Dolce Vita

    cd3

    Klassiek: Als je een van de bestbetaalde zangers ter wereld onder contract hebt, moet je wel ergens op bezuinigen. Voor het nieuwste album van Jonas Kaufmann, de Beierse tenor met het baritonachtige timbre, heeft Sony niet bezuinigd op de fraaie verpakking waarop tussen een welgetrimd baardje Kaufmann zijn stralend witte tanden bloot lacht. Het Orchestra del Teatro Massimo di Palermo is echter niet eersterangs, blijkt al na de eerste minuut van ‘Dolce Vita’, een ‘ode aan Italië’. Dat het orkest vaak vals is, vergeet je als Kaufmann zingt: ook in dit repertoire in het schemergebied tussen opera en populaire muziek (hij zingt van Leoncavallo tot Zucchero) klinkt hij schitterend. Kaufmann heeft de laatste tijd veel optredens afgezegd wegens stemproblemen, op cd blijft hij de altijd trefzekere testosteronbom. Merlijn Kerkhof

  • ●●●●

    Lucie Horsch: Vivaldi

    cd5

    Klassiek: Haar naam zoemde in kleine kring al langer rond: Lucie Horsch, de in 1999 geboren dochter van twee beroepscellisten, gaat het helemaal maken als nota bene blokfluitiste. Nu kan het grote publiek dankzij haar debuut-cd meeluisteren. Vader Gregor Horsch speelt mee in de gemoedelijk begeleidende Amsterdam Vivaldi Players. Wat in de concerti van Vivaldi meteen opvalt is Horsch’ overrompelende speelplezier, met een ongeforceerde swing in de snelle delen en een ontroerend pure klank in de langzame melodieën. Vergeleken met de wat oudere collega Erik Bosgraaf is Horsch minder fel van toon; haar virtuositeit lijkt ondertussen al bijna geheel uitontwikkeld. In ‘Le Printemps de Vivaldi’, voor soloblokfluit bewerkt door Jean-Jacques Rousseau, speelt ze de beroemde solopartij zonder begeleiding: zelden klonk een sopraninoblokfluit zó troostrijk. Floris Don

  • ●●●●

    Nicolaas Jaar: Sirens

    cd6

    Pop: Op zijn tweede album, Sirens, klinkt de Chileens-Amerikaanse elektronica-magiër Nicolas Jaar nog vrijer dan op eerdere producties. Jaar opent zijn album met twintig seconden stilte, en laat het elf minuten durende ‘Killing Time’ vervolgens laveren langs jaren tachtig-doommuziek, ontsporende jazzblazers, rangerende treinen in de nacht en eenzame zangpartijen. Jaar vervormt en combineert, plakt en arrangeert met geluidsbronnen van velerlei herkomst. Het maakt niet meer uit of het instrument ooit akoestisch was (gitaar, piano) of een elektronische herkomst had. Jaar voegt en plooit tot hij alles in zijn laag rafelige geluidsbeeld heeft ingepast. Een nummer als ‘The Governor’ groeit uit van elektonische rockabilly met galmzang in de geest van Alan Vega (Suicide), tot een deinend huppelritme waar door een freakende saxofoon op wordt ingebroken. ‘No’ kreeg een superieur kreupel reggae-ritme. De virtuositeit waarmee Jaar switcht, en de manier waarop hij de elke klank levendig en doorwrocht maakte, is verheugend. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Brodsky Quartet: Shostakovich, Complete String Quartets

    cd8

    Klassiek: Sjostakovitsj gold onterecht een tijd als producent van irrelevante sovjetdeuntjes. Maar hij had een getroebleerd leven. Zijn kwartetten lopen als een rode draad door de geschiedenis van het Brodsky Quartet. Lees de hele recensie: Dertig jaar ervaring maakt een wereld van verschil Joep Stapel