Recensie

Leeuw maakt Vondelpark onveilig

Subtiel zijn de films van Dick Maas nooit. ‘Prooi’ is daarop geen uitzondering. Jammer dat de leeuw er zo nep uitziet. ***

©

Ook dit keer gaat de nieuwe Dick Maas-film weer gepaard met wat reuring. Nu geen protesten over een te enge poster, zoals bij Sint, maar gemengde berichten. Zo kon de trailer van Prooi rekenen op massale belangstelling, ook uit het buitenland, maar toonde Maas zich ontevreden met een Kijkwijzer-keuring van 16 jaar en ouder. Eerder mocht hij al geen echte leeuw door Amsterdam laten lopen, waardoor hij zijn toevlucht moest nemen tot een combinatie van animatronics (een mechanische leeuw) en CGI.

Maas liet weten te hopen dat Prooi niet zou worden afgerekend op het realiteitsgehalte van de leeuw. Dat lijkt een vlucht naar voren, want juist dit roofdier is het zwakke punt van Prooi.

Maas’ horrorkomedie gaat over een leeuw, type menseneter, die Amsterdam en omstreken onveilig maakt. Als er meerdere slachtoffers vallen, vraagt de politie hulp aan Artis-dierenarts Lizzy. Via haar raakt haar vriend Dave, een cameraman voor een lokale nieuwszender, betrokken bij de jacht op de zeer agressieve leeuw. Als een poging het vervaarlijke beest te vangen mislukt, vraagt Lizzy een Britse ex-vriend, een professioneel jager, haar bij te staan. Wat dan weer jaloezie opwekt bij Dave.

Niet subtiel

Maas is nooit een heel subtiel filmmaker geweest en houdt van foute seksgrappen. Al in de eerste minuten suggereert een schaduwspel achter een boerenschuur fellatio, maar het is toch echt de leeuw die bloederig toeslaat. Ook zet hij graag autoriteiten en poseurs te kakken, in Prooi zijn dat de incapabele politie en een stel ballerige golfers. Een van hen raakt overdekt met een laag bloed als het hoofd van zijn golfmaatje door de leeuw wordt afgerukt.

De stuntelende politiechef klinkt alsof hij zo uit een oude Bassie & Adriaan-aflevering komt. Een schmierende Victor Löw als zelfvoldane jager ligt dicht bij zelfparodie. Elders doet door Maas zelf gecomponeerde synthesizermuziek aan de jaren tachtig denken, om over het cheesy pianogepingel – het liefdesthema aan het eind – maar te zwijgen. Is dit nou typische Maas-humor of schiet hij tekort als filmmaker? Helemaal zeker weet je dat bij Maas nooit.

Wat wel duidelijk wordt, is dat de keuze om de leeuw af en toe ook te laten zien vrij desastreus uitpakt. Hij beweegt onnatuurlijk en ziet er tamelijk nep uit, maar wat wil je ook met een budget van 3 miljoen. Gelukkig is er een aantal sterke sequenties die deze mankementen bijna uitwissen, vooral de nachtelijke scènes in het Vondelpark zijn spannend en lekker over the top. Maas is het nog niet verleerd.